De digitale reiziger (165a)
Stuttgart: van onthoofd kopstation tot tandradtram


Kopstation Stuttgart Hbf zoals het was, gefotografeerd in Miniaturwelten Stuttgart

De ‘kop’ van het Interrailseizoen 2026 is er al weer af. Dat reisseizoen gaat voor mij iets anders verlopen dan voorzien.

Op mijn planning staat al heel lang een reis helemaal naar de Vesuvius. Gezondheidsproblemen (hartritme en staar, kort gezegd) dwongen me tot een iets bescheidener tocht. In het gezelschap van een vriend maakte ik een 8-daagse reis naar Stuttgart (4 nachten) en Bazel (3 nachten).

Stuttgart was een idee van hem. Een stad met een paar bijzonderheden op openbaar vervoer-gebied: een tandradtram, een schier perfect S-Bahn-net en een idem dito U-Bahn / Stadtbahn. Dat alles in schril contrast met een station dat in een eeuwigdurende verbouwing verkeert.

Bazel stond nog op mijn lijstje sinds ik er een jaar geleden 2 avonden en nachten doorbracht op de heen- en terugweg op mijn Italië-reis. Zo’n stad waar je wilt terugkomen, als eindbestemming van een vakantie, en niet op doorreis.

We zochten het dus wat dichter bij huis, zodat ik in geval van nood in één dag weer thuis zou kunnen zijn; een geruststellend idee, al gaat er geen enkele kwaal over van zo’n idee. Steun van een vriend was ook meer dan welkom. Ik noem hem De Lezer; hij reisde al vaker met me mee.

Voor deze gelegenheid noemde hij zichzelf mijn blindengeleidehond. Zo erg is het ook weer niet; ik kan met één oog nog redelijk zien. Wel droeg ik een zonnebril en een pet tegen het overvloedige zonlicht dat die week alle dagen scheen. Ik weet het, ik weet het: het is geen porem.

Zo verwachtte ik wel 8 dagen voort te kunnen strompelen door Stuttgart en Bazel, en dat is ook wel gelukt, een paar moeilijke momenten daargelaten.

 

Derde spoor






De ICE

Foto's: De Lezer

Onze reis vindt plaats van zondag 5 april 2026 (eerste paasdag) tot/met zondag de 12e van die maand. Waarom met Pasen vertrekken? Omdat we beiden nou net precies deze week konden vrijmaken in een volle agenda, in mijn geval met medische afspraken. Hoe hebben wij, 2 pensionado’s, ooit tijd gevonden om te kunnen werken?.

Een vergissing blijkt het ook weer niet, om met de paasdagen te vertrekken. Dat doet vrijwel niemand. De ICE van 9:02, die ons rechtstreeks van Utrecht naar Stuttgart brengt, is aangenaam leeg.

Wel een nadeel van Pasen is dat in Duitsland de winkels dan bijna het hele weekend hermetisch gesloten zijn: op Goede Vrijdag, eerste en tweede paasdag. Dat staat in de wet: zondagsrust. Op zaterdagmiddag zijn de meeste zaken ook dicht; hoe kleiner de stad, hoe vroeger; dat staat in gemeentelijke verordeningen, denk ik.

We hebben beiden een knapzak vol voedsel bij ons om die twee paasdagen door te komen. Gelukkig zijn de meeste restaurants in de steden en de kiosken op de stations wel open.

Voor de zekerheid besluiten we in de trein een warme maaltijd te bestellen. In de eerste klasse van de IC worden die aan je uitklaptafel in de coupé geserveerd, tegen een alleszins schappelijke  prijs. Echt blindvaren kun je ook weer niet op die service van Deutsche Bahn. In de loop van de week zullen we een keer in een trein zitten waar de keuken, helemaal gesloten is. Een andere keer zijn er alleen koude en warme dranken te verkrijgen, met herhaaldelijke en uitputtende excuses uit de luidsprekers.

De rit Utrecht – Stuttgart is overbekend van eerdere Interrail-reizen. Tussen de grensovergang bij Elten en de eerste stop in Duitsland, Oberhausen, letten we deze keer eens extra op het Derde Spoor.

Dat wordt aangelegd naast de bestaande dubbelsporige lijn, en wel als  verlengstuk van de Betuweroute. Die loopt sinds 2007 van de Maasvlakte tot de Duitse grens, tussen Babberich en Elten, en is alleen bestemd voor goederentreinen. Desondanks heb ik er in 2017 één keer op gereden met een omgeleide reizigerstrein.

Om het goederenverkeer ook in Duitsland goed te kunnen afwikkelen, wordt er nu dus een derde spoor aangelegd, zodat cargotreinen, ICE’s en regionale boemels elkaar niet meer in de wielen rijden.

Dit ca. 70 km lange derde spoor zie je aan je linkerhand als je vooruitrijdend in de trein richting Oberhausen zit. Het biedt momenteel nog een erg verbrokkelde aanblik. Het houdt tientallen keren op, telkens om wat kilometers verderop weer te beginnen. Daartussenin zie je soms wel waar het spoor moet komen; daar zijn bijvoorbeeld alvast wat bomen omgezaagd.

Een megaproject dat al 10 jaar loopt, en over nog eens 10 jaar misschien een keer af is. Van november 2024 tot heden heeft het geleid tot diverse buitendienststellingen van vele weken op het hele baanvak, waarbij ICE’s omrijden via Venlo. De laatste buitendienststelling in die reeks zal plaatsvinden van 20 april tot / met 18 mei van dit jaar.

Verder is er weinig opmerkelijks op te merken over deze reis – minder opmerkelijk in ieder geval dan die rit vorige week donderdag. Toen begon een malloot ter hoogte van Siegburg–Bonn met vuurwerkbommen te strooien in een ICE. Dat om niet geheel duidelijke redenen. Hij werd ingerekend en de trein werd ontruimd. Enkele reizigers raakten lichtgewond.

We komen maar een klein kwartiertje te laat aan op Stuttgart Hbf, en dat is op zich ook al vrij opmerkelijk op het Duitse spoorwegnet.

 

Foto: De Lezer


Stuttgart 21, ofwel het stortgat van Stuttgart

Snel naar het hotel en koffers neerzetten. En dan meteen terug naar het hoofdstation, want daar is vandaag iets bijzonders aan de hand: de Offene Baustelle. Het hoofstation van Stuttgart is al dik 10 jaar een open bouwplaats, zo geen open wond; het stortgat van Stuttgart, komt bij me op. Maar dit paasweekend, van zaterdag tot/met maandag, mag het bezocht worden door Stuttgarters en mensen van buiten die komen aanwaaien, zoals wij. De Lezer heeft er wel een tijdslot voor moeten reserveren.

Het draait om het project Stuttgart 21. Daarbij slaat 21 niet op het jaar van voltooien, maar het is het nummer van de eeuw waarin dat een keer zou moeten gebeuren.

Stuttgart Hbf wordt omgevormd van een kopstation in een doorgangsstation. Daartoe zijn een poos geleden de kopsporen al drastisch ingekort. In de daardoor vrijgekomen ruimte komt het nieuwe station, waar de sporen loodrecht staan op die gekortwiekte kopsporen.

Typisch een operatie de gemakkelijker gezegd is dan gedaan. Dat nieuwe doorgangsstation moet uiteraard ook nog aangesloten worden op doorgaande sporen die de stad verbinden met de rest van Duitsland. Er is 56 km nieuwe spoorlijn aangelegd in en om Stuttgart, waarvan ongeveer de helft ondergronds ligt in boortunnels.

Het project was en is zeer omstreden bij de bevolking van de deelstaat Baden-Württemberg, waarvan Stuttgart de hoofdstad is. Desondanks behaalde het plan bij een referendum in de deelstaat een tamelijk ruime meerderheid van 59%.

Grootste plannen zijn er ook met het terrein waar nu de breed uitwaaierende spaghetti van sporen ligt die naar het kopstation leiden. Daar komt een hypermoderne woonwijk.

Intussen zit de OV-reiziger in Stuttgart jarenlang in de rotzooi. Ik heb me bij onze aankomst al verbaasd over het labyrint dat het station is. Voordat die sporen ingekort werden, liep je door de stationshal zó het winkelgebied van de stad binnen. Nu moet je om die hele bouwput heen via slecht aangegeven en slecht verlichte routes. Ons hotel, Rieker, ligt schuin tegenover de v/m hoofdingang van het station, maar je bent er toch een minuut of 10 naar onderweg.

De weg naar de U-Bahn en de S-Bahn is dan wel weer wat gemakkelijker te vinden vanuit het kopstation. Die perrons liggen al heel lang onder de grond.

Maar deze open dagen zijn een populaire pleister op de wonde voor de Stuttgarters. De belangstelling is overweldigend. Meer dan 80.000 bezoekers komen in 3 dagen tijd op deze gratis manifestatie af. En het nieuwe station gaat erg mooi worden, met een ruime hal boven de sporen en dat opvallende dak met die stolpen en kelken.

Onderste rij: artist impression van het dak en de stationshal


Stuttgart 21 kampt – niet ongebruikelijk bij mega(lomane) projecten - met ernstige overschrijding van de tijdsplanning en van het budget. Oorspronkelijke was een bedrag van hooguit 4,5 miljard euro begroot, maar de teller staat nu al bijna op 12 miljard, and counting. Officieel geldt december 2026 als – al meerdere malen naar achteren geschoven – opleveringsdatum. Maar als je deze bouwput ziet, kun je onmogelijk geloven dat het nieuwe station over 8 maanden in gebruik genomen zal worden. Realisten noemen nu al het jaar 2030.

 

De trein zal wel gauw komen. De sporen liggen er al (oudbakken grap, waar ze in Stuttgart vast niet om kunnen lachen).

De kritiek op het project is dan ook niet verstomd. Bij binnenkomst op de bouwplaats kregen we meteen een pamflet uitgereikt van een actiegroep. Die wil dat er ten spoedigste een shortcut wordt aangelegd tussen de kopsporen en de binnenstad, om die omslachtige omweg af te snijden. Hoe, dat zeggen ze er niet bij. Het lijkt me ook niet echt simpel.

Verder zien ze liefst een deel van de genoemde sporenspaghetti behouden (maar daar moet geld verdiend worden met huizen). Zij stellen dat de capaciteit van het ondergrondse doorgaande station (4 eilandperrons met in totaal 8 sporen) onvoldoende zal zijn. Als ik dit kaartje zie van de eindsituatie, vrees ik dat ze gelijk hebben…              

Sporenplan Stuttgart Hbf na voltooiing van project Stuttgart 21

Tekening: Stoeffler, overgenomen van Wikipedia (D): Stuttgart Hauptbahnhof

Moet dit simpele stationnetje nou 12 miljard kosten?, is een gedachte die zich aan je zou kunnen opdringen. Maar het grootste gedeelte van dat bedrag is vanzelfsprekend opgesoupeerd door de 4 nieuwe spoortunnels die naar het station leiden. Met Bonatzbau wordt het oorspronkelijke station bedoeld, ontworpen door de architect Paul Bonatz. 

Vanaf de toren op de foto links heb je een magistraal totaal-uitzicht op de werkzaamheden, zo wordt de bezoeker beloofd. Ik klim dapper naar de 2e etage, om daar te bemerken dat mijn hoogtevrees nog steeds niet over is. Ik zie nu de diepten nu niet goed meer, maar dat maakt het feitelijk des te enger. Tegen de stroom in loop ik naar beneden, voortdurend ‘Verzeihung’ stamelend; wat is hoogtevrees in het Duits? Mijn Duits is nogal mangelhaft, om het in het Duits te zeggen.

De Lezer voegt zich weer bij me, en zegt dat ik niet veel gemist heb. Ach nee, een puinbak is van boven gezien nog steeds een puinbak.



Zonderling: Wolfgang Frey en zijn MiniaturWelten

De toren rechts op de foto hierboven is een hoektoren van Stuttgart Hbf. Vroeger draaide op het dak een verlicht Mercedeslogo in de rondte, gesponsord door één van de 2 grote autofabrieken in Stuttgart (de andere is van Porsche). Dat logo draait nog steeds rond in MiniaturWelten Stuttgart. Dat bezoeken we op de valreep van deze eerste-paasmiddag.

Gedeelte van Frey’s meesterwerk. Het witte, kubusvormige gebouw aan de rechterkant is ons hotel.

Het is het levenswerk van Wolfgang Frey (1960-2012), die het complete emplacement van Stuttgart Hbf werkelijkheidsgetrouw heeft nagebouwd als miniatuurspoorbaan. Daaromheen heeft hij een maquette gerealiseerd van het stationsgebouw en de omgeving. Die is opgebouwd uit afvalmateriaal; met schaar, lijmpot en  verf. Het werk toont de omgeving exact zoals die eruit zag in de 80’s en 90’s, dus voordat begonnen was aan dat omstreden project Stuttgart 21. Frey was daarvan een rabiate tegenstander.

Frey heeft 15 jaar gewerkt (volgens sommige bronnen 20 of 30 jaar) aan wat nu het grootste stadsmodel is van Europa, en dat naast zijn baan als treindienstleider bij DB. Om een of andere reden werkte hij op een geheime plaats aan die miniatuurstad, vaak tot in het holst van de nacht. Hij bouwde de stad na op het S-Bahnstation Schwabstraβe, in een goed verborgen ruimte die verder niet gebruikt werd.

Bij zijn collega’s stond Frey bekend als zonderling, een nerd die sociale contacten liever meed. Er circuleerden foto’s van zijn meesterwerk in bladen voor miniatuurspoor-hobbyisten, maar jarenlang had niemand anders dan Frey zelf het met eigen ogen gezien.

In 2012 stief hij onverwachts aan een hartaanval. Zijn werk werd daardoor een Unvollendete, een onvoltooide, hoewel het er aardig compleet uitziet. Zijn weduwe verkocht de giganteske spoorbaan plus maquette aan een ondernemer, om de toekomst van het werk veilig te stellen. In 2017 werd MiniaturWelten Stuttgart geopend.  

Dat vind ik nog het meest fascinerende en verwonderlijke aan Frey, dat hij getrouwd was. Ik had er een fortuin onder durven te verwedden dat dat niet het geval zou zijn. Goed dat ik zo’n weddenschap niet ben aangegaan!

Freys echtgenote moet al een onbestorven weduwe geweest zijn toen hij nog leefde. Zij kwam duidelijk op de 2e plaats, na zijn volkomen uit de hand gelopen hobby. 

Ze heeft hem een paar keer moeten ophalen uit het politiebureau. Hij placht rond te neuzen en te fotograferen op het spoorwegemplacement, dat verboden toegang was voor onbevoegden, louter om de werkelijkheid zo natuurgetrouw mogelijk weer te kunnen geven in zijn modelstad. Hij werd daarbij diverse keren gearresteerd.

‘Was Wolfgang Frey een universeel genie, had hij helpers uit de ruimte, of was hij gewoonweg ongelooflijk briljant?’ Die vraag wordt opgeworpen op de website van het museum.

Helpers uit de ruimte kunnen we sowieso schrappen; marsmannetjes in SF-literatuur willen de Aarde veroveren, en geen maquettes bouwen. Een universeel genie? Mensen uit zijn omgeving vergeleken hem wel met Leonardo da Vinci. Maar die maakte vrijwel nooit iets af; hij had niet de Ausdauer van Frey.

Geen ruimtewezens, dus, en geen universeel genie. Wat blijft er dan over? ‘Briljant’.  Dat was Frey zonder meer!





Stuttgart Hbf in betere tijden: boven met de toen nog van logo voorziene Mercedestoren en onder vanuit diezelfde Mercedestoren
Foto: De Lezer (2012)

Tot hiertoe gepubliceerd op 19 april 2026

 

In een ‘ketel’; Stuttgart, van stoeterij tot moderne stad

4 t's!
Foto: De Lezer

‘Stortgat’, etymologiseerde ik hierboven uit de losse pols, maar hoe komt Stuttgart (geschreven met 4 t’s, daar wijst De Lezer me op) nou werkelijk aan zijn naam? Ik kan het nergens aan vastknopen; wat is een Stutt, en wat is een Gart? Veel plaatsnamen in deze streek eindigen op -bach, en dat is tenminste duidelijk. Bach was een componist. En is tevens een beek, waar zo’n plaats dan wel naar genoemd zal zijn.

Ik sloeg het na. Stuttgart betekent, verrassenderwijze, letterlijk paardentuin. De stad is in de 10e eeuw ontstaan rond de stoeterij, de paardenfokkerij van Hertog Liudolf van Schwaben.

De stad telt ca.  630.000 inwoners en is daarmee de 7e van Duitsland. Hij is grotendeels gelegen in een kom tussen heuvelland; de Ketel van Stuttgart, noemen de inwoners het.

Waar ik ook weinig aan kan vastknopen, in ieder geval geen touw, is de taal die ze hier spreken. Daarin ben ik niet de enige. Zelfs voor een doorsnee-Duitser is maar 40% van wat ze hier uitslaan, verstaanbaar, laat staan voor een buitenlander met een ‘mangelhafte’ kennis van het Duits.

Wat ze hier spreken is Schwäbisch, een Allemannisch dialect. Het is ook weer geen Grieks of Chinees, het is gewoon een Germaanse taal, al zou je het niet zeggen. Zelf maken ze er grappen  over. Ze hebben eens de slogan gelanceerd, om hun innovatieve geest te onderstrepen: ‘In Baden–Württemberg kunnen we alles, behalve Hoogduits spreken’.

De Lezer beheerst die laatste taal beter dan ik; ik laat hem dan meestal ook maar het woord doen. Zelf kan ik over de grens beter uit de voeten met Engels. Het is me in Duitsland zelfs al 2 keer overkomen dat ik werd aangezien voor een echte ‘Ienglieschmann’, zoals ze hier zeggen. Teveel eer!

Ja, mijn Engels is wel beter dan dat van de meeste Duitsers, dat durf ik wel te beweren. Ik zit me elke maandagavond te laven aan het Oxford-Engels van de BBC-quizmasters Clyve Myrie en Amol Rajan, en probeer ze zoveel mogelijk te imiteren. En mijn Engels zo weinig mogelijk op Amerikaans te laten lijken. Voor een Amerikaan wil geen mens versleten worden in de huidige tijd. Veel Amerikanen begrijpen overigens niet, waarom Engelsen eigenlijk Amerikaans zijn gaan spreken. Ze vinden dat na-aperij; ze zijn er oprecht verontwaardigd over. Dom volk.

Stuttgart is welbeschouwd een erg doorsnee-Duitse stad, met een hectometerbrede winkelallee op ruimte die in WO II is vrijgemaakt door geallieerde bommenwerpers; met veel wederopbouwbouw; met een paar zorgvuldig herstelde kerken en kastelen. En met op vrijwel elke straathoek een REWE-supermarkt, vanzelfsprekend met neergelaten rolluiken met Pasen.

 

De Königsstraβe, Stuttgarts voornaamste winkelstraat

Ook valt alom weer de fameuze Duitse efficiëntie op waar ze om bekend staan; geen minuut verspillen! Op onze eerste middag is het heet, schijnt de zon overvloedig, en willen we graag een ijsje. Bij een ijssalon staat een ellenlange rij. Die rij schiet niet op. Het tempo is laag. Dat komt doordat je hier alleen contant kunt betalen. ‘Heeft u er misschien 30 cent erbij?’ Schuldbewust schud ik van nee. Ik wilde eigenlijk zeggen: ‘Ik kom uit een land waar mensen niet eens meer weten hoe los geld eruit ziet’, maar hoe zeg je dat in het Schwäbisch?’ 

Maar eerlijk is eerlijk, het ‘kontaktlos bezahlen’ is wel opgerukt bij onze oosterburen, sinds ik me in 2022 op weg naar Hamburg op station Osnabrück stond te verbazen over het feit dat bij een kiosk iedereen zijn kopje koffie betaalde met een flap van 20 of 50 euro. Maar de 21e eeuw lijkt intussen ook in Duitsland aangebroken te zijn.

 

Highlights van Stuttgart, en een lowlight

Foto: De Lezer


In het hart van Stuttgart tref je op de Schlossplatz, naast een fontein en een kerk, drie monumentale gebouwen aan: het oude kasteel (Altes Schloss), het Nieuwe (Neues Schloss) en het Königin-Katharina-Stift-Gymnasium.

Het Oude Slot dateert van rond 1200, volgens sommigen met een 10e-eeuwse voorloper. Oorspronkelijk was het een waterburcht, compleet met slotgracht. Ergens in de renaissance  verloor het zijn militaire functie er werd het omgebouwd tot woonpaleis voor de hertogen van Württemberg (met oe-Umlaut, dubbel-t en enkel m; alweer iets wat ik moet zien te onthouden). Württemberg werd tot de napoleontische tijd bestuurd door hertogen, en daarna, tot WOI, zelfs door een koningshuis.

 

Het Oude Slot werd in 1944 goeddeels verwoest bij een bombardement en is in de jaren 50 in de oude stijl wederopgebouwd. Tegenwoordig is het Landesmuseum er gevestigd.

 

Het Nieuwe Slot onderging hetzelfde lot als het Oude: platgegooid in WOII, maar ook bij dit slot zie je er geen barst meer van. Er zijn regeringsgebouwen van de deelstaat in gevestigd.

 

En hier het Königin-Katharina-Stift-Gymnasium Stuttgart, in 1818 opgericht als een indertijd zeldzame middelbare school voor meisjes.

Dit is pas een gymnasium, dit! Wat een gebouw! Je zou er bijna voor je plezier schoolgaan. In de volksmond staat de school bekend als de Katzenstift.

 

 

Op de avond van onze aankomst maken we een wandeling in de langgerekte kasteeltuinen. De Unterer Schlossgarten om precies te zijn; er is ook een Oberer en een Mittlerer.

Deze tuin bevat de ruïne van het Lusthaus (wat we ons daarbij ook moeten voorstellen) van hertog Ludwig uit 1593. Het werd in later eeuwen achtereenvolgens operagebouw en theater. In 1902 is het afgebrand en bleef er niet meer van over dan wat je nu ziet.

De Lezer wijst mij op een functie van Google die ik nog niet kende: beeldherkenning met GoogleLens. Haal iets voor de lens van je smartphone, klik op Zoeken, en Google vertelt je wat het is. Zo kun je planten en dieren determineren die je in een tuin tegenkomt. Wij zien hier bijvoorbeeld een bed bloemen die lenteklokjes blijken te heten, en een soort grote eendvogel die zich Nijlgans mag noemen (hoewel hier niet aan de boorden van de Nijl, maar verdwaald bij de Neckar).

Nu dacht ik dat Google dan meteen dat plaatje opsloeg bij de foto’s op mijn phone, maar dat blijkt niet het geval te zijn. Nou kan ik dus niet laten zien hoe een lenteklokje of een nijlgans eruit ziet, maar Google zelf is nu toch weer ’s mensen beste vriend.

Best een handige functie, die beeldherkenning. Je kunt bijvoorbeeld een auto in beeld brengen en dan aan de weet komen wat het merk is, het type en het bouwjaar (voor zover een OV-voorvechter aan die kennis behoefte zou hebben). Maar hij werkt ook op bestaande foto’s op je telefoon. Google meldt je dan bijvoorbeeld dat dat ene monumentale gebouw op de foto het Katzenstift is. Handig!

Minder handig is die zon, die genadeloos blijft neerstriemen, van ‘s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Als ik ertegenin kijk, zie ik dank zij die staar vrijwel niets op mijn telefoon; als ik de zon in de rug heb ook niet, en als het zonlicht vanaf de zijkant invalt, zie ik helemaal niks. Op een gegeven moment denk ik zelfs dat  de telefoon, gezien het gitzwarte scherm dat hij blijft vertonen, nu helemaal naar de knoppen is.

Hoe moet dat nou verder? Je hele hebben en houwen staat tegenwoordig op je telefoon. Ik spoed me naar mijn hotelkamer, gelukkig vlakbij, en sluit de gordijnen om beter te kunnen zien. Dan blijkt mijn telefoon het gewoon te dóén en weer beeld te vertonen.

Maar we kunnen hem wel op zak houden in het Bohnenquartier. Dat is in Stuttgart het ene postzegeltje op de plattegrond dat gespaard is gebleven in de oorlog en nog authentiek middeleeuws is. Als je de beschrijvingen op toeristische sites mag geloven, stelt het het wijkje Schnoor in Bremen ver in de schaduw, maar wat een zeperd!

Eén inderdaad heel fraai vakwerkhuisje, en verder wat schimmige stegen vol graffiti, en een schurftig, groezelig hotel met kamers voor 50 euro per nacht; 75 euro als je er een wilt met comfort. Het ziet eruit als een derderangs hoerenkast waar je ook wel kamers per uur zou kunnen boeken, en waar je wel kunt raden, waaruit dan het ‘comfort’ bestaat.

Vertwijfeld kijken wij op plattegronden, zowel op onze telefoon als op een informatiebord. Is dit nou het befaamde Bohnenquartier? Of zijn we toch ergens verkeerd gelopen? We mogen een boon zijn als we dit  snappen.

De Markthallle is aardiger voor een plaatje. Hij werd geopend in de winter van 1914, pal voor het uitbreken van WO I. Nou typisch het verkeerde jaar om een business te beginnen. Maar wéét dat maar eens van tevoren!

Er worden in deze markthal tegenwoordig vooral levensmiddelen aan de man gebracht in het meer verfijnde en duurdere segment. Ook zijn er restaurants.

Ergens bij een zijingang zien we een stuk oud tramspoor, meterspoor. Handelswaar werd in de begintijd wel aangevoerd per goederentram. Helaas heb ik dit binnenshuisspoor niet op de foto. In het trammuseum zullen we er iets over zien en lezen; ik kom er nog op terug.

Nu twee andere railcuriosa in Stuttgart: de tandradtram en de ‘Standseilbahn’ (kabeltram).


De ‘Zacke’, unieke tandradtram

140 jaar Zacke, en dat jubileum was ook alweer 2 jaar geleden, want de ‘Zacke’ (Schwäbisch voor tandradbaan) is geopend in 1884. De voertuigen zijn veel nieuwer, van 2022. Ze vormen de 4e generatie. De oerversie van de Zacke, in gebruik tot 1902, reed met wagens, getrokken door een stoomloc.

De Zacke verbindt de Marienplatz in het centrum van Stuttgart met de wijk Degerloch, gelegen op een steile heuvel. De baan is 2200 meter lang en overbrugt een hoogteverschil van 210 meter, wat neerkomt op een gemiddeld stijgingspercentage van ongeveer 10%. De maximale helling op het traject bijdraagt 18% en op de aftakking naar de remise zelfs 23%.

Dank zij het tandrad klimt de tram als een gems tegen de steile heuvel op. Op de terugweg hoeft de bestuurder feitelijk alleen maar te remmen.

Het is een van de nog maar 4 resterende tandradbanen in Duitsland; dat zijn er dan nog wel 4 meer dan Nederland er telt. De andere 3 brengen toeristen naar hooggelegen attracties: de Drachenfels aan de Rijn en 2 bergen in Zuid-Duitsland: de Zugspitze en de Wendelstein.

Deze is Stuttgart is een vreemde eend in de bijt; hij is niet in de eerste plaats aangelegd voor toeristen, maar is een OV-verbinding in een woonwijk.

De lijn heeft 6 tussenstops. Vanaf sommige daarvan heb je een weids uitzicht over de ‘ketel’ waarin de rest van Stuttgart ligt. Halverwege de grotendeels enkelsporige baan ontmoet de tram zijn tegenligger. Anders dan bij een Standseilbahn kunnen beide wagens wél onafhankelijk van elkaar rijden.

Heel opvallend bij de Zacke is de duwbak voor fietsen, een rijdend fietsenrek dat door de tram tegen de heuvel wordt opgeduwd; de bestuurder moet over de fietssturen heenkijken. Er is geen keerlus; op de terugweg bevindt het fietsenrek zich achter de tram.

Fietsers kunnen hun tweewieler op dat rek parkeren bij de halte Marienplatz, plaatsnemen in de tram en de fiets er bij Degerloch, op de top, weer vanaf halen. Fietsen mag je alleen vervoeren van de Marienplatz naar Degerloch; niet van of naar tussengelegen haltes. Op de terugweg is het fietsenrek leeg. De rit naar het dal kun je gemakkelijk afleggen per fiets; laat de zwaartekracht het werk maar doen.  

Deze spectaculaire afdaling wordt op de middag dat wij hier zijn, fanatiek beoefend door een groepje jongeren. Ze gaan meerdere keren achterelkaar naar de top met de tram en weer naar beneden op de fiets; leuke manier om je paasvakantie-verveling te verdrijven.

Zoals wij, en zoals vrijwel iedereen in Duitsland, zullen ze wel reizen op het D-ticket (Deutschland-ticket). Dat is in 2023 geïntroduceerd (zie ook deze reeks op mijn site) en geeft recht op een kalendermaand lang onbeperkt vervoer per trein, tram, bus, metro en in de 2e klas van regionale treinen, in heel Duitsland. De prijs van het ticket is wel flink opgelopen: van 49 euro in 2024, via 58, tot 63 nu.

De Zacke is opgenomen in het U-Bahn-net van Stuttgart (waarop ik nog terugkom) onder lijnnummer 10. De rit duurt 10 minuten, maar de tram rijdt om het kwartier. Er is dus na elke rit 5 minuten pauze; ruimschoots voldoende tijd om de fietsen op- en af te laden.

Het wagenpark van de Zacke bestaat uit 3 trams en 3 fietsbakken. Er zijn steeds 2 combinaties van tram+fietsenrek onderweg; de 3e dient als reserve.

 

Degerloch

Degerloch. Je denkt misschien dat de Zacke de enige manier is om per rail die steile heuvel op te komen. Maar dat is niet waar. De wijk is ook bereikbaar met niet minder dan 4 reguliere U-Bahn-lijnen, die een meer glooiende route volgen vanuit de benedenstad.

Boven op de heuvel staat een aantrekkelijk Italiaans restaurant van de keten Osteria; wij gaan er dineren.

 



3e generatie van de Zacke

Foto's van De Lezer (2012)

Weduwe-expresse: Standseilbahn naar het Waldfriedhof

De Standseilbahn voert naar dezelfde heuvel als de Zacke, ongeveer 2 km verderop. Zijn bijnaam Weduwe-expresse dankt hij aan het feit dat hij naar een begraafplaats voert. Een andere bijnaam luidt overigens, volgens de Wiki: Erbschleicherexpress. Ik maak me sterk, dat dat Lijkenpikker-expresse betekent, maar ben er niet 100% zeker van. Luguber, als dat echt waar zou zijn. Volgens de Engelse Wiki: ‘legacy hunter expresse’, jagers op een erfenis. Komt wel ongeveer op hetzelfde neer.



Waldfriedhof

Het minimalistisch uitgevoerde houten voertuig is, zoals elke Standseilbahn. ‘… een soort rijdende trap, waar je via een trap in en uit klimt, en die een helling neemt die ook zo steil is als een trap. Tegen alle verwachting zit je zelf horizontaal in dat ding, en niet met je neus in de lucht, of op de terugweg naar de grond’, schreef ik 4 jaar geleden over zijn soortgenoot in het Oostenrijkse Seefeld.

Die laatste was wel een stuk moderner dan deze 2 houten wagens. Ze dateren van 1929, zijn even oud als de baan waarover ze rijden, en er is dus nooit een 2e of 3e generatie van gekomen. Ze zitten allebei vast aan dezelfde kabel. De een is het contragewicht van de andere. Halverwege komen ze elkaar tegen. Een ingenieuze wissel zorgt ervoor dat iedere wagen in zijn eigen pad blijft.

Deze ‘funicular’ (Engels voor Standseilbahn) overbrugt een hoogteverschil van 87 meter, een stuk minder dan de Zacke. Maar hij heeft een maximum stijgingspercentrage van 28, een stuk meer dan de Zacke. Er zijn geen tussenstations tussen dal- en bergstation.

Zulke oudjes kun je niet overbelasten. De tocht duurt 3 minuten, maar de wagen vertrekt toch maar om de 20 minuten. Je D-ticket is er geldig.



De kabeltram vervoert niet alleen begraafplaatsbezoekers. Hij leidt ook naar een wandelgebied. Bij het eindstation begint een bospad naar Degerloch.

Begraven worden in een stuk bos, in plaats van in een graf dat ooit geruimd wordt, het werd me in 2014 bij Schaarsbergen op de Veluwe aangeprezen als een innovatie. Maar deze natuurbegraafplaats in Stuttgart bestaat al sinds 1913. Die keer op de Veluwe wilde een kordate begrafenisonderneemster me meteen een graf aansmeren, maar ik hield de boot nog even af. Het was afgezien van die ontmoeting toch al een tamelijk omineuze wandeling.

Deze wandeling, hier in Stuttgart, is voltooid. We hebben een rondje gelopen en zijn weer terug bij de Standseilbahn. Wordt vervolgd!

Frans Mensonides
26 april 2026
Er geweest: zondag 4 tot donderdag 8 april 2026


© Frans Mensonides, Leiden, 2026