
Eén stap verwijderd van Frankrijk
Foto: De LezerDit is deel 2 van het verslag van een 8-daagse
Interrail-reis, ondernomen door De Lezer, zoals ik hem noem, en mij. 4 nachten
brachten wij door in Stuttgart, en nu volgen er 3 in Bazel.
Die Zwitserse stad grenst zowel aan Duitsland (Weil am
Rhein) als aan Frankrijk (Saint-Louis). Het drielandenpunt ligt midden in de Rijn,
aan de noordkant van Bazel.
Niet verwonderlijk dat je in Bazel diverse
grensoverschrijdende railverbindingen kunt nemen. Evenmin verwonderlijk dat dit
feit, vooral vóór ‘Schengen’, de oorzaak was / is van allerlei ingewikkelde
grens- en douanetoestanden.
Eén lijn uit het dichtvertakte tramnet van Bazel voert naar
Duitsland, een andere naar Frankrijk, en er is er zelfs een tram die van Basel
naar Rodersdorf in Zwitserland rijdt, maar wel één halte heeft op Frans
grondgebied. En 2 tramlijnen sterven op een hectometer van de Franse, respectievelijk
Duitse grens. Vanaf die eindpunten kun je te voet de grens overschrijden zonder
dat iemand je tegenhoudt - hoewel: in Duitsland gebeurt dat soms nog wel.
Verder loopt er een S-Bahn met Zwitserse treinen een flink
stuk Duitsland in, naar een van de vele plaatsen die Zell heten.
Ik kom er in de loop van dit stuk op terug. Maar eerst iets
over de dag van de verplaatsing van Stuttgart naar Bazel, een dag die niet
geheel vlekkeloos verliep. En daarna nog wat foto’s van het Bazeler stadsschoon.
Oh ja, voor de taalnazi’s mensen die graag de puntjes
op de i zetten: is het nou Basel of Bazel? Nou, in Bazel zelf schrijven ze hun
stad met een s, maar volgens de officiële Nederlandse spelling is het met een
z. Ikzelf heb die beide vormen tot nu toe doorelkaar gehusseld, maar beloof bij
dezen beterschap. Ik trek me de spellingsregels trouwens niet altijd voor 100%
aan. Zo schrijf ik getallen nooit met letters, behalve het oergetal 1. Waarom? Geen
idee!

Kaart door Lencer, overgenomen van Wikipedia (D); Gäubahn
De Gäubahn is 172 km lang en verbindt Stuttgart Hbf met Singen.
De treinen rijden door naar Schaffhausen,
waar ik 2 jaar geleden de watervallen bewonderde, en verder naar Zürich. Wij
nemen de IC 183 van 8:28.
Het begint alweer met vertraging: dik 5 minuten na
vertrektijd volgens het spoorboekje komt de trein pas in beweging. Volgens een ingewikkeld
verhaal uit de luidspreker komt dat door overbezetting van de sporen op
Stuttgart Hbf. Er staan daar nog treinen die ook al lang weg hadden moeten zijn.
De in de app beloofde catering aan boord, met bediening in
de coupé, bestaat uit een defecte koffiezetmachine plus een koffiekan, waaruit
tijdens de rit geen koffie geschonken zal worden. De conducteur staat er in
deze trein in zijn eentje voor; geen horecapersoneel aanwezig.
Na een klein kwartier zien we het bos langskomen waarin die
natuurbegraafplaats ligt (zie deel 1). Daarna passeren we station Vaihingen.
Met andere woorden, we zijn nog steeds in Stuttgart en hebben een enorme
omtrekkende beweging gemaakt. Ik dacht dat we al tientallen kilometers van de
stad verwijderd waren.
Ik las ergens, ik weet niet meer waar, over een snood plan
om de Gäubahn in te korten en het hele stuk Stuttgart Hbf - Vaihingen over te
slaan, zodra de verbouwing van Stuttgart Hbf af is.
De Gaübahn bestaat uit een bochtig parcours; ooit reed er
een kantelbaktrein. De lijn is grotendeels enkelsporig en telt 6 tussenstations.
Eén ervan heet Rottweil. Inderdaad, daar komen de Rottweilers vandaan. Dat
hondenras wordt hier al sinds de Romeinse tijd gefokt omdat het zulke geschikte
trekhonden zijn. Tegenwoordig heten ze lief te zijn voor kinderen.
Over kinderen gesproken: aan de andere kant van het gangpad
zit een moeder met 2 dochters; één peuter en één op kleuterleeftijd. Ze lijken
ons, gewend aan die Nederlandse ADHD-types, onnatuurlijk rustig. Dat gaat over
als ze bier gaan drinken, denkt De Lezer.
Er wordt omgeroepen, wat paniekerig, dat een passagier zich ergens
aan heeft gesneden. Er komt bloed uit. Is er een dokter of verpleger in de
trein?
Beslist geen rit waar de zegen op rust. De vertraging neemt,
usance in Duitsland, steeds verder toe in de loop van de reis, en bedraagt in
Schaffhausen bijna een kwartier. Verwaarloosbaar in Duitse ogen, maar Zwitsers
denken daar heel anders over. De trein wordt opgeheven, en komt niet verder het
land in.
In Zwitserland hebben ze het nu helemaal gehad met het gebrek
aan punctualiteit in Duitsland. Ze moesten bij DB allemaal eens een Zwitsers horloge
kopen! Deze trein dreigde in Zürich aan te komen op een tijdstip dat hij al onderweg
had moeten zijn voor de terugreis. Dat pikken de Zwitsers echt niet meer.
Gelijk hebben ze! Die ene trein Amsterdam - Bazel per dag is een paar jaar
geleden zelfs definitief ingekort tot München.

Spoorlijn Schaffhause - Winterthur, gezien van bij de watervallen
Archief De digitale reiziger, 2024
Gelukkig hoeven wij toch maar tot Schaffhausen. Die plaats
bezorgt me een déjà vu-ervaring; alleen de naam al, al ben ik de vorige keer
niet eens op dit station geweest. Internet op mijn smartphone geeft er bij het
passeren van de Zwitserse grens ook deze keer weer meteen de brui aan.
Dat had ik in 2024 bij mijn vakantie in Zwitserland ook
meteen toen de trein bij Bazel de grens overschreed. Ik slaagde erin om in de
stationshal met de daar aanwezige WiFi contact te maken met de wibsite van Odido.
Mijn internetabonnement was niet geldig buiten de EU, maar ik kon gelukkig wel wat
Giegs bijkopen bovenop mijn abonnement.
Toen ik een paar dagen later wandelde bij de befaamde
watervallen, viel mijn Internet opnieuw weg. Die keer kwam dat doordat mijn
telefoon een zendmast uit Duitsland aanstraalde. In Lausanne idem dito, doordat
het aan de overkant van het meer Frankrijk heet. Mijn extra abonnement voor
buiten de EU was niet geldig erbinnen.
Bij mijn bezoek aan een Odido-winkel na thuiskomst
verzekerde men mij dat deze ellende vanaf 2025 niet meer zou voorkomen.
Inderdaad heb ik er geen last meer van gehad toen ik vorig jaar via Zwitserland
naar Italië reisde. Maar anno 2026 is het probleem net zo hard weer terug
gekomen.
Heerlijke provider, Odido. Ze zijn zo vriendelijk geweest om
de gegevens van 6 miljoen klanten op het dark web terecht te laten komen. De
naam Odido is volgens mij een afkorting van: O, die dommeriken. Dat slaat dan
niet op henzelf, maar op sukkels als ik die hun abonnement nog steeds niet
hebben opgezegd.
M’n hele hebben en houwen staat op die telefoon. Waaronder
het Interrail plaatsbewijs dat je moet kunnen tonen aan de conducteur, en
daarvoor moet je online zijn! De Lezer raadt me aan, er een schermafdruk van te
maken, die te laten zien, en dan maar hopen dat de conducteur niet doorheeft
dat hij niet tegen een live-kaartje aankijkt. Wat je heel gemakkelijk kunt
zien, trouwens.
We pakken de S-Bahn naar Winterthur. Die rijdt over de
spoorbaan die ik 2 jaar geleden uit de verte zag. Er komt geen controle.
In Winterthur (ook deze keer niet op een wintertoer) stappen
we over voor Dietikon. Ik had De Lezer bij het uitstippelen van deze reis
gewezen op het bestaan van de Züricher S-Bahn S17, die in Dietikon, even ten
westen van Zürich, doodgemoedereerd door de straten van het stadje rijdt. Die
gaan we nu nemen tot het eindpunt in Wohlen. Bij die reis in 2024 kwam ik maar
tot even buiten Dietikon, omdat ik het te laat vond om de hele rit nog te
maken.
Het is de spoorlijn Wohlen - Bremgarten - Dietikon, 19 km lang, met 20 haltes /
stations, en rijdend op meterspoor met veel enkelsporige trajecten. Hij is in
deze heuvelachtige landstreek niet aangelegd volgens het principe dat de
kortste verbinding tussen 2 steden een rechte lijn is; er zit zelfs een
haarspeldbocht in de route.
Dietikon en Wohlen zijn heel bescheiden stadjes; Bremgarten
is een dorpje met 8000 inwoners. Toch zijn ze al sinds 1902 (Wohlen en
Bremgarten al sinds 1876) onderling verbonden met een heuse spoorlijn, zij het
met een tramachtig karakter.
Eerst maken we even gebruik van hetzelfde spoor als de
Limmattalbahn die ik 2 jaar geleden deed, een fonkelnieuwe tramlijn. Dan slaan
we linksaf de winkelstraat van Dietikon in die voorbij de bebouwde kom uitkomt
op een provinciale weg. Daar maakte ik de vorige keer rechtsomkeert.
De trein rijdt op werkdagen overdags elk kwartier tot Bremgarten West; op
andere dagen en tijdstippen op het hele traject elk halfuur. Een complete rit
van begin- tot eindpunt duurt een ruim halfuur.
Kaartje: Pechristener, overgenomen van Wikipedia (E); Wohlen–Dietikon
railway line

Archief De digitale reiziger, 2024
Bij de remise bij Bremgarten West staan we een paar minuten stil.
Een schoonmaakster maakt van de gelegenheid gebruik om de prullenbakken te ledigen. De properheid van de
Zwitsers; er mag nog geen kauwgompapiertje uit Dietikon Wohlen binnenkomen.
In de laatste plaats pakken wij de trein naar Brugg, waar we
kunnen overstappen naar Basel SBB; twee korte ritjes tot besluit. In de trein
naar Brugg blijkt WiFi aanwezig te zijn die in de vorige treinen die we vandaag
genomen hebben, ontbrak. Daardoor kan ik een echt kaartje tonen aan de
conducteur die hier prompt langskomt. Volgens De Lezer bewijst dit dat je je
over kwesties als uitgevallen Internet niet druk hoeft te maken; het komt
allemaal op z’n pootjes terecht.
Ik bedenk dat het geniete uitscheurboekje met
‘reisbescheiden’ uit de tijd van de Bergland-Expres ook wel handig was:
treintickets, hotelresreveringsbevestigingen, ontbijtbonnen voor in de trein. Mijn
moeder kreeg ze ruim voor ons vertrek toegezonden van de NRV. Het woord ‘reisbescheiden’
alleen al riep bij mijn broertje en mij vakantiepret op.
De Lezer heeft 2 kamers geboekt in een aparthotel, dichtbij
Basel SBB. Een aparthotel, dat is een nieuwe trend in reisland. Het houdt het
midden, zoals de naam al doet vermoeden, tussen een appartement en een hotel. Je
huurt geen kamer maar feitelijk een compleet appartement, met keuken, bestek, afwasbak
en verder ook alles wat je in een woning verwacht.
Het voordeel daarvan is dat je ook in den vreemde zelf je
potje kunt koken zoals je dat thuis gewend bent. Waaraan dan weer het nadeel
kleeft dat je daar op je vakantie misschien juist van verlost had willen zijn.
Maar dan kun je nog een magnetronmaaltijd kopen bij de Coop, Zwitserlands
nationale kruidenier waarvan op vrijwel elke straathoek een filiaal gevestigd
is.
Dat doen wij de eerste avond, maar daar gaat het nodige ingewikkeld
gedoe aan vooraf dat ik niet meer kan reconstrueren nu ik het probeer op te
schrijven. Het aparthotel is volledig geautomatiseerd en functioneert vrijwel
zonder personeel. In ieder geval zonder receptionist. Niks, reisbescheiden. De
Lezer kreeg een digitale code gemaild voor toegang tot het complex. Met
diezelfde 6-cijferige moet ook de deur van de kamer opengaan.
Die code werkt niet, als De Lezer hem probeert. We komen
niet verder dan een op zich gezellig zitje in de vestibule, maar de deur naar
het eigenlijke appartementencomplex blijft dicht. Er loopt hier toch nog een
personeelslid rond – of is het een spook?- die te hulp schiet. Hij belt;
paspoortgegevens en -foto’s moeten worden gemaild.
Ik ben nu afgehaakt van dit vakantieverhaal; ik versta dat ellendige
Duits niet, en snap niet wat er loos is. In de Interrail-app zoek ik op of we eventueel
nog voor middernacht in Utrecht kunnen komen als we nú vertrekken van Basel SBB
(Ja sorry voor die s in Bazel, maar dat station heet nu eenmaal zo). Nee, dat
kan niet meer. We zullen eruit moeten komen met dit heel aparte hotel.
Na zo’n anderhalf uur krijgen De Lezer en de te hulp
geschoten Zwitser het toch nog voor elkaar, we kunnen naar binnen. Wat was er
mis met een receptionist die je paspoort controleert en je vervolgens een
sleutel overhandigt? 2 minuten werk, hooguit.

Bazel
’s Avonds slaag ik er binnen een uur via de Wifi van het
aparthotel in om contact te maken met de site van Odido, en een extra
abonnement af te sluiten voor 2 GB. Dezelfde tijd heeft De Lezer nodig om onze
BaselCard te activeren.
Dat ticket krijgt iedere hotelgast, en dus ook een aparthotelgast,
en het geeft recht op gratis gebruik van het stadsvervoer tijdens je verblijf
in het hotel. Opnieuw opsturen van paspoortgegevens. Vorig jaar, toen ik op de
heen- en terugweg van Italië in Bazel overnachtte, bestond dat ticket uit een geprint
bonnetje dat ik in mijn portefeuille kon opbergen, maar nu is het ook digitaal
gegaan en moet je het tonen op je phone.
Nou moet je uit dit soort opmerkingen over reisbescheiden en
sleutels en zo, ook weer niet opmaken dat ik terug wil naar 1980, toen we nog
in de analoge wereld verkeerden. Wie verlangt er nou echt terug naar: papieren
reisbescheiden die kunnen zoekraken in de post, treinkaartjes die je kunt
verliezen, hotelkamersleutels aan zo’n metalen peertje dat stinkt naar de
zweethanden van honderden mensen die in dezelfde kamer verbleven hebben,
papieren stadsplattegronden waar de wind vat op krijgt als ze helemaal
uitgevouwen zijn, ansichtkaarten die je naar het thuisfront stuurt en pas
aankomen als je zelf al lang terugbent… Ik beperk me tot vakantiezaken.
Ja, wie verlangt er terug naar 1980? Veel mensen nog; het is
wel een trend op het ogenblik. Wonderlijk genoeg leeft dit soort nostalgie niet zozeer bij ouwe
boomers zoals De Lezer en ik, of bij mensen met een AI-fobie. Nee, het heerst vooral
bij jongeren die 1980 niet eens hebben
meegemaakt. Recent sociologisch onderzoek heeft dat aangetoond. Zo’n zin
moet je er altijd bijzetten, als je serieus wilt overkomen.
Nee, echt, jonge mensen hebben genoeg van de sociale druk
van de sociale media, van Tik-Tok en YouTube die je altijd pressen om nóg een
clip te bekijken, en nog een en nog een…., van Instagram en van appgroepen
waarvan je geen uur afwezig wil zijn omdat je bang bent dat de apps dan
allemaal over JOU gaan.
Maar voor de smartphone geldt hetzelfde wat Doe Maar in 1982
zong over de tv; ‘Hee, hee, hee, er zit een knop op’.
Hoeveel jongeren zouden het werkelijk willen, leven als in 1980?
Ze zouden het eens een weekje moeten proberen. Wat zeg ik? Ze hebben het al
eens geprobeerd, als wetenschappelijk experiment. Na een dag leven zonder
digitale middelen hadden de meeste proefkonijnen er al schoon tabak van. De
helft van hen kreeg last van depressieve buien en / of paniekvlagen, en 10%
zelfs van suïcidale gedachten.
Volgens mij moet een mens onder andere 2 dingen nooit doen
in zijn leven: regeren over zijn graf heen, en nostalgische gevoelens koesteren
over zijn wieg heen, naar tijden vóór zijn geboorte die verre van ideaal waren.
Gedachten ’s avonds op een apart-hotelkamer.
Het was een dag om snel te vergeten. Waarom heb ik er dan nog 2400 woorden aan vuilgemaakt?
Vorig jaar heb ik al wat foto’s van Bazels stadsschoon geplakt
in mijn ’Vakantieplakboek Interrail zomer 2025’. Hieronder plaats ik een paar
foto’s uit dat plakboek opnieuw, en zet er ook een paar nieuwe tussen.

In buitenlandse musea ga ik altijd op zoek naar werken van
streekgenoten, zoals de trouwe lezer weet. Meer streekgenoten, nl. tulpen van
de geestgronden, staan aan de voet van dit monument. Het is aan Zwitserland geschonken
door Frankrijk, uit dank voor humanitaire hulp, geboden aan Straatsburg tijdens
de Frans-Duitse oorlog van 1870/1871.

Archief De digitale reiziger, 2025

Sfeertje in een van de winkelstraten, dank zij deze bejaarde
panfluitist, compleet met geluidsinstallatie.
Archief De digitale reiziger, 2025

Archief De digitale reiziger, 2025
Het Raadhuis van Bazel heeft nog niet zo lang geleden zijn
halve millenniumfeest gevierd. In het Bazelduits - waar noch
Duitsers, noch andere Zwitsers veel chocola van kunnen maken; het
klinkt ze als gebazel in de oren - heet het Roothuus, wat ook: Rood
Huis kan betekenen.
Deze keer, anno ’26, hebben De Lezer en ik de binnenplaats, die vrij toegankelijk is, eens nader bekeken.



De Romein die daar zo pontificaal staat (met de zon in de rug,
zodat ik hem niet goed van voren kon fotograferen), is Lucius Munatius Plancus
(ca. 87 v.C. – ca. 15 v.C.). Hij zou Bazel gesticht hebben. Zijn bijnaam
Plancus verwijst naar zijn platvoeten, waarop je in het Romeinse leger
blijkbaar niet werd afgekeurd.
Wat je allemaal niet te weren komt via Google en GoogleLens!
Ook dat het beeld dateert van 1580 en werd gehouwen door ene Hans Michel uit
Straatsburg.

De Spalentor werd opgericht na een zware aardbeving in 1356,
waarbij de stad vrijwel in zijn geheel verwoest werd.
Archief De digitale reiziger, 2025

Archief De digitale reiziger, 2025

Tinguely-fontein
Foto: Andreas Praefcke, overgenomen van Wikipedia, Jean
Tinguely
Hét ontmoetingspunt in Bazel is de Tinguely-fontein. Een
foto doet er geen recht aan, maar klik op deze LINK en zie hem in beweging. Video gezien op Wikipedia (D): Fassnachts-Brunnen
Jean Tinguely (1925-1991) uit Bazel noemde zich een
kinetische kunstenaar. ‘Alles stroomt en niets blijft’, Heraclitus zei het, maar Tinguely
had het gezegd kunnen hebben. Beweging en
verandering zijn de thema’s van zijn speelse installaties. Sommige van zijn
kunstwerken waren zelfvernietigend, maar deze fontein staat er al sinds 1977.
Tinguely heeft de fontein gebouwd op een plek die was
vrijgekomen na de sloop van een theater. Hij gebruikte schroot en andere sloopmaterialen
uit het theater. Dat dus voor een voorstelling van onbeperkte duur die op een
zonnige dag als deze veel kijkers trekt.


De Münster van Bazel. Met de bouw werd in 1019 begonnen,
maar pas in 1500 was hij helemaal af. De al eerder genoemde aardbeving werkte
niet echt mee. De kathedraal had een voorloper uit de 9e eeuw of eerder.
Desiderius Erasmus, die zijn laatste jaren doorbracht in
Bazel, ligt er begraven. Bij een beeldenstorm in 1529 is het interieur van de
kerk grotendeels aan barrels geslagen. Dat hij er nu nog staat, na een woelig millennium,
is te danken aan 2 grootscheepse restauraties in de 19e eeuw.
De rossige kathedraal van zandsteen staat aan een groot
plein, dat op de hete zaterdagmiddag dat ik er liep, vrijwel verlaten was.
Bij restaurant Zum alten Stöckli aan de Barfüsserplatz staan
2 obers te kijken of wij misschien hun lege terras komen vullen, bijvoorbeeld
om van hun befaamde kaasfondue te genieten. Maar nee, we lopen door. Het pand
waarin het restaurant gevestigd is, stond hier al in 1284, en heeft de
aardbeving blijkbaar overleefd.

De Barfüβerplatz dankt zijn naam aan de Franciscaner
monniken die hier een kerk en klooster hadden en zich plachten te verplaatsen
op sandalen of blote voeten. Ik fotografeerde het plein op een heel zeldzaam
moment dat er nergens een tram te zien was, al wordt er wel naar uitgekeken. 8 hoogfrequente tramlijnen doen de
Barfüsserplatz aan.


Barfüβerplatz met een groene en gele tram
Bazel heeft groene en gele trams. Ze heten allebei gewoon
Straβenbahn; Bazel kent geen Stadtbahn.
De groene trams zijn van de BVB (Basler Verkehrs Betriebe) en
rijden voornamelijk binnen de stadsgrenzen van Basel. De nieuwste trams van BVB
zijn Flexity 2’s van Bombardier. Het net van BVB bestaat uit 9 lijnen.
De gele trams zijn die van BLT (Baselland Transport), een
streekvervoerbedrijf dat naast de tramlijnen 10, 11, 12 en 17 ook een busnet
exploiteert.
Zo is het allemaal historisch gegroeid en die 2 bedrijven
lopen ook flink door elkaar. Ze gebruiken elkaars railnet, hebben een
gezamenlijk tariefsysteem, en sommige stadslijnen van de BVB overschrijden hier
en daar de stads-, kanton- en zelfs rijksgrenzen. Voor de reiziger maakt het
allemaal niets uit, of hij nou in een groene of gele tram stapt.
Hotelgasten, zelfs die van aparthotels, reizen in Bazel gratis,
zoals hierboven al gezegd. De bewoners van Bazel en omstreken kunnen reizen op
een maandabonnement, het U-Abo, dat wordt uitgegeven door het tariefverbond
Noord-West Zwitserland. U in U-Abo staat hier voor Umwelt, milieu.
Het U-Abo is in 1984 bedacht in Bazel om het
milieuvriendelijke OV te stimuleren en het autogebruik te ontmoedigen –
fietsen, daar begint vrijwel niemand aan in Zwitserland. Vele andere regio’s in
Zwitserland hebben een eigen U-Abo ingevoerd, maar in Zwitserland bestaat geen
equivalent van het Duitse D-Ticket.
Het U-Abo, dat op elke dag van de maand kan ingaan, is met
een prijs van 86 Frank (94 euro) niet echt spotgoedkoop. Maar je mag er ook mee
in de trein, die in Zwitserland zo goed als onbetaalbaar is. En je kunt ermee
reizen op enkele trajecten over de grens met Frankrijk en Duitsland.
De tram van Bazel vervoert per dag het ongelooflijke aantal van
400.000 passagiers, waarvan er 300.000 reizen met de groene, en 100.000 met de
gele tram. En dat voor een stad met 175.000 inwoners, ongeveer evenveel als Arnhem
en Nijmagen.
Van onze internationale tramritten komt niet veel terecht. Lijn 3 naar het Franse Saint-Louis blijkt wegens werkzaamheden tijdelijk vervangen door een bus. Dat is niks bijzonders, een bus die een grens overschrijdt. Aan de lange westtak van lijn 10 naar Rodersdorf, met één halte in Frankrijk, komen we niet toe, en het is ons ook niet helemaal duidelijk of ons hotelkaartje er geldig is.

Blijft over lijn 8 naar het Duitse Weil am Rhein, en stadje
met 30.000 inwoners. Tot 2014 eindigde deze lijn aan de Zwitserse kant van de
grens. In dat jaar werd hij met 2,8 km verlengd naar het station van Weil am
Rhein. Dit korte stukje met 3 nieuwe haltes en 2 nieuwe bruggen, kostte toch
nog ruim 100 miljoen Frank. Het bedrag werd gezamenlijk opgehoest door de
Zwitserse staat, het kanton Basel Stadt, de deelstaat Baden-Württemberg, de BVB
en de gemeente Weil.
We stappen in bij het tramknooppunt Barfüsserplatz, rijden
over de Mittlere Brücke over de Rijn en zien een stuk van het stadsdeel ten
noorden van die rivier. Dit is zo’n tram met houten bankjes waarvan je een
blikken kont krijgt. Het design is afgekeurd door ons van De digitale reiziger.
Hij rijdt met hels geknars.
De verlenging naar Weil is om meerdere redenen aangelegd. In Weil wonen veel
Zwitsers die hun dure vaderland ontvlucht zijn en in Duitsland lekker goedkoop wonen,
maar in Bazel werken. Een intensief forenzenverkeer dus. En vele bewoners van
Bazel frequenteren Weil voor goedkoop winkelen in het stadshart bij het station
en bij het enorme winkelcentrum (Rhein Center) vlak over de grens.
De tramhalte op de grens is een eilandperron met een
douanepost. Passagiers uit de richting Weil kunnen hier de Duitse BTW
terugkrijgen op de boodschappen die ze in Weil gedaan hebben, tegen overleggen
van de kassabonnetjes. En zijn verplicht om voor artikelen met een waarde van
meer dan 300 Frank invoerrechten te betalen. Dat kan bij het volgende loket op
het perron, maar velen stappen gewoon in de eerstvolgende tram naar Bazel en
laten de douane de douane.
Ook vlees en zuivel mag maar in zeer beperkte hoeveelheden
uit Duitsland geïmporteerd worden. Ik heb me laten vertellen dat trampassagiers
soms kilo’s en kilo’s vlees en kaas over de grens smokkelen in grote tassen.
Zou de douane geen honden kunnen inzetten tegen zulke praktijken? Je hebt
hasjhonden, dus er zijn vast ook wel honden die vlees kunnen ruiken.
Raar verhaal; ik zou het niet geloofd hebben als ik het niet
gelezen had bij Google AI.
In de richting Duitsland is dit feitelijk geen halte; de
tram rijdt zonder te stoppen over de grens. Behalve op de middag dat wij (nog
steeds: De Lezer en ik) die grensovergang nemen. Grenscontrole op illegalen door
de Duitse politie. Er komen 5 agenten binnen door de voorste deur. De ander
deuren blijven dicht zodat er niemand stiekem uit kan piepen.
Die controle geschiedt niet erg grondig. In niet veel langer
dan een minuut zijn de reisdocumenten van alle ongeveer 60 trampassagiers gecontroleerd.
Iedereen mag verder naar Weil. Een stad die niet erg interessant lijkt. Wij
nemen op station Weil een Internationale S-Bahn.

Station Steinen

Station Zell (Wiesental)
Er zijn 2 S-Bahn-lijnen in het Wiesental, deze streek langs
de rivier de Wiese en aan de voet van het Zwarte Woud. Dat laatste is een
populair wandelgebied in een bebost middelgebergte dat zich over 160 km uitstrekt
langs de Duits-Franse grens.
De S5 (ja, in Nederland ooit een aanduiding voor op gekte
afgekeurde soldaten, maar dit is een trein), de S5 dus, loopt van Weil am Rhein
naar Steinen. Deze korte spoorlijn is ooit opgeheven maar rond de eeuwwisseling
weer teruggekeerd in het spoorboekje. Bij
de stad Lörrach takt hij aan op de Wiesentalbahn, een ca. 30 km. lange
spoorlijn die Basel verbindt met Zell. Nu telt het Duitse taalgebied meer dan
10 Zells, waaronder Zell am See in Oostenrijk. Maar dit is Zell im Wiesental.
S5 ligt geheel, en S6 ligt grotendeels in Duitsland. Maar ze
worden gereden door de Zwitserse nationale spoorwegmaatschappij SBB. Het zijn me
wel boemels, hoor! De S6 stopt op die 30 km tussen Basel SBB en Zell
(Wiesental) maar liefst 16 keer, waarvan 6 keer in Lörrach, met 50.000 inwoners de grootste metropool op deze 2
lijnen. Alleen S5 doet het 7e station van Lörrach aan, Lörrach Dammstraβe. Van
die 7 stations moet er vanzelfsprekend één het Hauptbahnhof zijn, en dat is het
middelste station van dat 7-tal.

Bij Zell
In Steinen stappen we over naar Zell (Wiesental). Dat is
echt een eindpunt. Van hier rijden er geen treinen dieper het Zwarte Woud in.
Je kunt er alleen maar de trein terug nemen naar Bazel, en dat doen we dan ook
maar. Als je vanuit Zell als treinreiziger verder Duitsland in wilt, dan zul je
via Bazel moeten.

Lörrach
Wij stappen uit in Lörrach om het alleraardigste stadje te
verkennen. Vakwerkhuizen zien we niet in de straten die we bewandelen, maar wel
een lommerrijk park met een duiventil.
Daar het zo langzamerhand etenstijd is, strijken neer bij
een filiaal van de Italiaan l’Osteria, net als in Stuttgart bij het eindpunt
van de Zacke (zie deel 1). Ze hebben hier exact dezelfde menukaart als daar,
en we bestellen ook allebei precies hetzelfde als toen; zo kom je niet voor onaangename
verrassingen te staan.
Verder richting
Bazel, waar we uitstappen bij het voorlaatste station, Basel Badischer
Bahnhof, in de wandeling Basel Bad genoemd. Het is het 2e station van Bazel, na
SBB. Maar het ligt maar voor de helft in
Bazel, Dit is ook weer zo’n bijzonder grensgeval. Het station ligt namelijk in een
Duitse exclave binnen Zwitserland. Dat
is het gevolg van een overeenkomst uit 1852 tussen de Zwitserse staat en het groothertogdom
Baden, voorloper van Baden-Württemberg. Vandaar Badischer Bahnhof.
De perrons liggen in een klein stukje Duitsland, omringd
door Zwitserland. Daal je af naar de hal, dan stuit je op een douanepost, die
echter sinds ‘Schengen’ meestal onbemand is. Daarvoorbij heet het Zwitserland.
Die fraaie plaatskaartenhal, als een kathedraal, ligt dus in Zwitserland, maar
je koopt je kaartjes wel bij Deutsche Bahn. Waar je dan eigenlijk met Zwitserse
Franks zou moeten betalen, maar euro’s ook geaccepteerd worden. Ingewikkeld?
Welnee, Baarle-Hertog en Baarle-Nassau, die vormen pas echt een ingewikkeld
grensgeval. maar dan zonder treinen.

Wij besluiten hiervandaan te gaan lopen naar ons aparthotel
in de buurt van Basel SBB. ‘Hoever is dat wel niet?’, vraag ik, met behoorlijk
moeie voeten van een dag zwerven in Bazel en omstreken. ‘Ruim een halfuurtje’,
denkt De Lezer. Maar als er een halfuur verstreken is, en we hooguit op de
helft zijn, nemen we toch maar de tram voor de rest.
We rijden dan op het oudste tramtraject van de stad. De
eerste lijn verbond Basel Bad met Basel SBB. Het eerstgenoemde station lag toen
wel net op een iets andere plek dan tegenwoordig. Bij de verplaatsing ervan in
1913 moeten ze dus ook de Duits-Zwitserse grens verlegd hebben.
Die tramlijn werd geopend in 1895 en reed vanaf dag één
onder de draad. De Baseler tram had sinds 1881 een voorloper in de vorm van een
paardenomnibus.

Even terug naar de ochtend van deze lang dag, in dit
niet-chronologische verhaal. Tussen haakjes is het 10 april, en woon ik vandaag
precies 63 jaar in Leiden, sinds ’63 dus, en al die tijd achter dezelfde
voordeur. Ik denk er toch aan, hoewel ik vandaag in den vreemde verkeer; in 3
vreemden eigenlijk, Zwitser-, en Duitsland en Frankrijk.
Deze morgen gaan we de gele trams maar eens proberen. Die
met die spitse neus zijn Tango’s van het Zwitserse fabricaat Stadler. Ze
bestaan uit 6 geledingen, om niet te zeggen: bakken. Ze zijn gedeeltelijk in
lagevloeruitvoering, staat in mijn aantekeningen. Maar hoe dat precies zat, kan
ik me nu niet meer herinneren, als ik dit stukje 7 weken later typ in dat daarnet
besproken huis. STOP-knoppen zitten er niet in deze trams; ze stoppen aan alle
haltes, en zelden vergeefs.
Die trams doen het heel aardig op een foto in groothoek. Maar
ook op de weg; die lange slierten zijn altijd druk bezet. Tram 3 naar het
Franse Saint-Louis mag dan momenteel niet beschikbaar zijn; je kunt vanuit de
binnenstad van Bazel met lijn 11 wel op minder dan een hectometer van de Franse
grens komen.

Daar aangekomen, steken we te voet de grens over.
Douaneposten mag je niet fotograferen, maar in deze zitten al lang geen
douaniers meer om het je te verbieden. De post is een overblijfsel uit oude
tijden, maar ziet er wel uit alsof hij elke dag opnieuw in gebruik genomen kan
worden, als de internationale situatie daarom vraagt.
Dit korte wandelingetje is mijn eerste bezoek aan Frankrijk
sinds ik in 2016 de automatische metro van Lille deed. Daarna ben ik er nog
een paar keer doorheen gereden op weg naar Londen. Ik overloop Frankrijk niet.
Echt bezwaren tegen het land heb ik niet, behalve dan dat men er Frans spreekt.
Dat doen ze dan in Saint-Louis dan weer niet; ze spreken er
Elsässisch, zoals blijkt uit het plaatsnaambord. Noem het een statement!

We keren terug langs die douanepost, en nemen lijn 11,
helemaal tot het andere eindpunt in Aesch.
De lijn is 14 km lang, heeft 34 haltes en doet 3 kwartier over zijn rit,
wat neerkomt op een matige gemiddelde snelheid van ca. 19 km/uur.
Basel is een stad met, ondanks het U-Abo, toch nog heel druk
autoverkeer. Pas op het laatste stuk, buiten de bebouwde kom op weg naar Aesch,
komt de vaart er een beetje in, in onze tramrit.
Aesch is een klein dorp ten zuiden van Bazel. De tram neemt
een keerlus in het centrum. Binnen die lus is een pleintje waar wij een
konditorei binnenlopen voor koffie met een broodje. De vrouw achter de toonbank
houdt een heel verhaal in een vorm van Duits die zelfs voor De Lezer
onverstaanbaar is. We knikken haar maar vriendelijk toe, en krijgen na enig
aanwijzen toch nog wat we hebben willen.
Die spreekt zeker ook Elsässisch, veronderstellen we. We
zitten er niet ver naast. Later lees ik dat in Aesch zowel als in de Elzas een
Allemannisch dialect gesproken wordt, net als in Stuttgart, waar we ook vrijwel
niemand konden verstaan.

Keerlus Aesch
Nu willen we naar het beginpunt van de eveneens gele
tramlijn10 in Dornach, een ander dorp ten zuiden van Bazel. Bus 65 kan ons er
brengen. Die staat klaar op het pleintje, en met een sprint halen we hem nog.
Maar we zijn in de haast wel in de bus gestapt die in de
verkeerde richting rijdt. Onzinnige opmerking: die bus rijdt heus wel in de
goede richting, maar wij in de verkeerde. Een paar haltes verder stopt hij aan
het eindpunt in een luxueuze villawijk op een heuvel. We vinden het lullig
overkomen om meteen dezelfde bus terug te nemen, dus gaan een kwartier lopen op
die heuvel, met een uitzicht op nevelige verschieten.


Uiteindelijk belanden we toch in Dornach en nemen daar bij
het station lijn 10. Die volgt op het eerste gedeelte van de lijn een deels enkelsporige
route door alweer een villapark in heuvelachtig terrein. 1 op de 7 Zwitsers van
50 jaar of ouder is miljonair. Aan deze wijken zie je de rijkdom wel af.
Dornach, Dornach, waar heb ik die naam eerder gehoord?,
peins ik me af. Nee, ik ben er nooit geweest, dat weet ik zeker.
Pas de komende nacht zal het me te binnen schieten. Dornach,
het Goetheanum, dat was de egelstelling van de mysticus (en volgens critici
sekteleider en pseudo-wetenschapper) Rudolf Steiner (1861-1925). Hij was de
bedenker van de antroposofie, een bizar mengsel van christendom, occultisme en
twijfelachtige wetenschappelijke opvattingen.
Decennia geleden, toen ik me wel in kringen van linkse
intellectuelen begaf (het is echt héél lang geleden), was Steiner daar helemaal
hot. Het verbaasde me dat kneiterlinkse en kritische doctorandi zo met hem wegliepen,
want hij leek mij een nogal reactionair, rechts en autoritair mannetje. Maar één
van zijn adepten zei me eens: ‘Steiner gaat tenminste ERGENS vanuit!’
Dat klonk me knap vaag in de oren. Waar geloofden zijn
aanhangers in? Ik besloot uit nieuwsgierigheid iets over Steiners antroposofie te
gaan lezen. Daardoor gingen compleet nieuwe werelden voor me open. Zo had hij op
zijn zachtst gezegd heel aparte opvattingen over de verschillende rassen die de
aardkloot bevolken, en verder over vrijwel alles: onderwijs, geneeskunde, land-
en tuinbouw, architectuur….
De schellen vielen me echt van de ogen door zijn stelling,
dat je een kind pas lezen en schrijven mocht leren als het zijn melkgebit had
verruild voor zijn definitieve gebit. Begon je daar eerder mee, dan zou zo’n
kind volkomen ontsporen in zijn spirituele ontwikkeling. Daar is het bij mij dus
al verkeerd gegaan.
Mijn ziel was niet meer te redden! Die boeken over Steiner
had ik natuurlijk ook niet mogen lezen, zelfs niet toen ik al 1 à 2 elementen van
mijn volwassenengebit verruild had voor kronen. Nee, dom blijven en geloven
zonder bewijs. Ik heb me niet bekeerd tot Steiner, en liet de linkse kringen
trouwens ook al snel voor wat ze waren.
We hadden het geloof ik over de tram van Bazel. Lijn 10,
Dornach – Rodersdorf, takt even na Dornach aan op lijn 11. Nummer 10 is
verreweg de langste lijn van het net, 26 km, 40 haltes en een rijtijd van een heel
stijf uur.
We stappen uit in het centrum van Bazel. Als we waren
blijven zitten, hadden we aan het eind van die lange lijn weer een grenscuriosum
kunnen beleven. De voorlaatste halte, Leymen, ligt in Frankrijk. Toen deze lijn
in 1910 werd ingevoerd, lag Leymen nog in Duitsland, dus ook in het buitenland,
vanuit Zwitsers oogpunt.
In Leymen kun je ook onder ‘Schengen’, waar Zwitserland zich
in 2008 bij heeft aangesloten, nog gecontroleerd worden door een
douaneambtenaar. Dat geschiedt nu steekproefsgewijs.
Als je in Leymen in de tram blijft zitten, dan ben je op
doortocht, een transit-reiziger, en kan de douane je niets in de weg leggen. Al
kun je dan bij de volgende halte, het eindpunt Rodersdorf, alsnog de commiezen
achter je aankrijgen.
Maar het wonderlijkste aan het verhaal van lijn 10 vind ik
nog niet eens dit grensgedoe. Dat vind ik het feit dat er naar die 2 minuscule
dorpjes Leymen en Rodersdorf, met elk ruim 1000 inwoners, aan weerszijden van een
rafelige grens, überhaupt een tram rijdt.
Wordt nog één keer vervolgd.
Frans Mensonides
4 juni 2026
Er geweest: donderdag 9 t/m zondag 12 april 2026
![]()