De digitale reiziger (165b)
Bazel met een z: tramstad bij een drielandenpunt



Eén stap verwijderd van Frankrijk

Foto: De Lezer

< < < Deel 1 als gelezen?

Dit is deel 2 van het verslag van een 8-daagse Interrail-reis, ondernomen door De Lezer, zoals ik hem noem, en mij. 4 nachten brachten wij door in Stuttgart, en nu volgen er 3 in Bazel.

Die Zwitserse stad grenst zowel aan Duitsland (Weil am Rhein) als aan Frankrijk (Saint-Louis). Het drielandenpunt ligt midden in de Rijn, aan de noordkant van Bazel.

Niet verwonderlijk dat je in Bazel diverse grensoverschrijdende railverbindingen kunt nemen. Evenmin verwonderlijk dat dit feit, vooral vóór ‘Schengen’, de oorzaak was / is van allerlei ingewikkelde grens- en douanetoestanden.

Eén lijn uit het dichtvertakte tramnet van Bazel voert naar Duitsland, een andere naar Frankrijk, en er is er zelfs een tram die van Basel naar Rodersdorf in Zwitserland rijdt, maar wel één halte heeft op Frans grondgebied. En 2 tramlijnen sterven op een hectometer van de Franse, respectievelijk Duitse grens. Vanaf die eindpunten kun je te voet de grens overschrijden zonder dat iemand je tegenhoudt - hoewel: in Duitsland gebeurt dat soms nog wel.

Verder loopt er een S-Bahn met Zwitserse treinen een flink stuk Duitsland in, naar een van de vele plaatsen die Zell heten.

Ik kom er in de loop van dit stuk op terug. Maar eerst iets over de dag van de verplaatsing van Stuttgart naar Bazel, een dag die niet geheel vlekkeloos verliep. En daarna nog wat foto’s van het Bazeler stadsschoon.

Oh ja, voor de taalnazi’s mensen die graag de puntjes op de i zetten: is het nou Basel of Bazel? Nou, in Bazel zelf schrijven ze hun stad met een s, maar volgens de officiële Nederlandse spelling is het met een z. Ikzelf heb die beide vormen tot nu toe doorelkaar gehusseld, maar beloof bij dezen beterschap. Ik trek me de spellingsregels trouwens niet altijd voor 100% aan. Zo schrijf ik getallen nooit met letters, behalve het oergetal 1. Waarom? Geen idee!

 

Gaübahn

 

Kaart door Lencer, overgenomen van Wikipedia (D); Gäubahn

De Gäubahn is 172 km lang en verbindt Stuttgart Hbf met Singen. De treinen rijden door naar  Schaffhausen, waar ik 2 jaar geleden de watervallen bewonderde, en verder naar Zürich. Wij nemen de IC 183 van 8:28.

Het begint alweer met vertraging: dik 5 minuten na vertrektijd volgens het spoorboekje komt de trein pas in beweging. Volgens een ingewikkeld verhaal uit de luidspreker komt dat door overbezetting van de sporen op Stuttgart Hbf. Er staan daar nog treinen die ook al lang weg hadden moeten zijn.

De in de app beloofde catering aan boord, met bediening in de coupé, bestaat uit een defecte koffiezetmachine plus een koffiekan, waaruit tijdens de rit geen koffie geschonken zal worden. De conducteur staat er in deze trein in zijn eentje voor; geen horecapersoneel aanwezig.

Na een klein kwartier zien we het bos langskomen waarin die natuurbegraafplaats ligt (zie deel 1). Daarna passeren we station Vaihingen. Met andere woorden, we zijn nog steeds in Stuttgart en hebben een enorme omtrekkende beweging gemaakt. Ik dacht dat we al tientallen kilometers van de stad verwijderd waren.

Ik las ergens, ik weet niet meer waar, over een snood plan om de Gäubahn in te korten en het hele stuk Stuttgart Hbf - Vaihingen over te slaan, zodra de verbouwing van Stuttgart Hbf af is.

De Gaübahn bestaat uit een bochtig parcours; ooit reed er een kantelbaktrein. De lijn is grotendeels enkelsporig en telt 6 tussenstations. Eén ervan heet Rottweil. Inderdaad, daar komen de Rottweilers vandaan. Dat hondenras wordt hier al sinds de Romeinse tijd gefokt omdat het zulke geschikte trekhonden zijn. Tegenwoordig heten ze lief te zijn voor kinderen.

Over kinderen gesproken: aan de andere kant van het gangpad zit een moeder met 2 dochters; één peuter en één op kleuterleeftijd. Ze lijken ons, gewend aan die Nederlandse ADHD-types, onnatuurlijk rustig. Dat gaat over als ze bier gaan drinken, denkt De Lezer.

Er wordt omgeroepen, wat paniekerig, dat een passagier zich ergens aan heeft gesneden. Er komt bloed uit. Is er een dokter of verpleger in de trein?

Beslist geen rit waar de zegen op rust. De vertraging neemt, usance in Duitsland, steeds verder toe in de loop van de reis, en bedraagt in Schaffhausen bijna een kwartier. Verwaarloosbaar in Duitse ogen, maar Zwitsers denken daar heel anders over. De trein wordt opgeheven, en komt niet verder het land in.

In Zwitserland hebben ze het nu helemaal gehad met het gebrek aan punctualiteit in Duitsland. Ze moesten bij DB allemaal eens een Zwitsers horloge kopen! Deze trein dreigde in Zürich aan te komen op een tijdstip dat hij al onderweg had moeten zijn voor de terugreis. Dat pikken de Zwitsers echt niet meer. Gelijk hebben ze! Die ene trein Amsterdam - Bazel per dag is een paar jaar geleden zelfs definitief ingekort tot München.

 

Digitale narigheid; terug naar 1980? (Dietikon - Wohlen en aparthotel )

 

Spoorlijn Schaffhause - Winterthur, gezien van bij de watervallen

Archief De digitale reiziger, 2024

Gelukkig hoeven wij toch maar tot Schaffhausen. Die plaats bezorgt me een déjà vu-ervaring; alleen de naam al, al ben ik de vorige keer niet eens op dit station geweest. Internet op mijn smartphone geeft er bij het passeren van de Zwitserse grens ook deze keer weer meteen de brui aan.

Dat had ik in 2024 bij mijn vakantie in Zwitserland ook meteen toen de trein bij Bazel de grens overschreed. Ik slaagde erin om in de stationshal met de daar aanwezige WiFi contact te maken met de wibsite van Odido. Mijn internetabonnement was niet geldig buiten de EU, maar ik kon gelukkig wel wat Giegs bijkopen bovenop mijn abonnement.

Toen ik een paar dagen later wandelde bij de befaamde watervallen, viel mijn Internet opnieuw weg. Die keer kwam dat doordat mijn telefoon een zendmast uit Duitsland aanstraalde. In Lausanne idem dito, doordat het aan de overkant van het meer Frankrijk heet. Mijn extra abonnement voor buiten de EU was niet geldig erbinnen.

Bij mijn bezoek aan een Odido-winkel na thuiskomst verzekerde men mij dat deze ellende vanaf 2025 niet meer zou voorkomen. Inderdaad heb ik er geen last meer van gehad toen ik vorig jaar via Zwitserland naar Italië reisde. Maar anno 2026 is het probleem net zo hard weer terug gekomen.

Heerlijke provider, Odido. Ze zijn zo vriendelijk geweest om de gegevens van 6 miljoen klanten op het dark web terecht te laten komen. De naam Odido is volgens mij een afkorting van: O, die dommeriken. Dat slaat dan niet op henzelf, maar op sukkels als ik die hun abonnement nog steeds niet hebben opgezegd.

M’n hele hebben en houwen staat op die telefoon. Waaronder het Interrail plaatsbewijs dat je moet kunnen tonen aan de conducteur, en daarvoor moet je online zijn! De Lezer raadt me aan, er een schermafdruk van te maken, die te laten zien, en dan maar hopen dat de conducteur niet doorheeft dat hij niet tegen een live-kaartje aankijkt. Wat je heel gemakkelijk kunt zien, trouwens.

We pakken de S-Bahn naar Winterthur. Die rijdt over de spoorbaan die ik 2 jaar geleden uit de verte zag. Er komt geen controle.

In Winterthur (ook deze keer niet op een wintertoer) stappen we over voor Dietikon. Ik had De Lezer bij het uitstippelen van deze reis gewezen op het bestaan van de Züricher S-Bahn S17, die in Dietikon, even ten westen van Zürich, doodgemoedereerd door de straten van het stadje rijdt. Die gaan we nu nemen tot het eindpunt in Wohlen. Bij die reis in 2024 kwam ik maar tot even buiten Dietikon, omdat ik het te laat vond om de hele rit nog te maken.

 

Brug in Bremgarten over de rivier de Reuss

Foto: Kabelleger / David Gubler, overgenomen van Wikipedia (E), Wohlen–Dietikon railway line



Het is de spoorlijn Wohlen - Bremgarten - Dietikon, 19 km lang, met 20 haltes / stations, en rijdend op meterspoor met veel enkelsporige trajecten. Hij is in deze heuvelachtige landstreek niet aangelegd volgens het principe dat de kortste verbinding tussen 2 steden een rechte lijn is; er zit zelfs een haarspeldbocht in de route.

Dietikon en Wohlen zijn heel bescheiden stadjes; Bremgarten is een dorpje met 8000 inwoners. Toch zijn ze al sinds 1902 (Wohlen en Bremgarten al sinds 1876) onderling verbonden met een heuse spoorlijn, zij het met een tramachtig karakter.

Eerst maken we even gebruik van hetzelfde spoor als de Limmattalbahn die ik 2 jaar geleden deed, een fonkelnieuwe tramlijn. Dan slaan we linksaf de winkelstraat van Dietikon in die voorbij de bebouwde kom uitkomt op een provinciale weg. Daar maakte ik de vorige keer rechtsomkeert.

De trein rijdt op werkdagen overdags elk kwartier tot Bremgarten West; op andere dagen en tijdstippen op het hele traject elk halfuur. Een complete rit van begin- tot eindpunt duurt een ruim halfuur.

 

 

Kaartje: Pechristener, overgenomen van Wikipedia (E); Wohlen–Dietikon railway line

 

Archief De digitale reiziger, 2024

 



Archief De digitale reiziger, 2024

Bij de remise bij Bremgarten West staan we een paar minuten stil. Een schoonmaakster maakt van de gelegenheid gebruik om de  prullenbakken te ledigen. De properheid van de Zwitsers; er mag nog geen kauwgompapiertje uit Dietikon Wohlen binnenkomen.

In de laatste plaats pakken wij de trein naar Brugg, waar we kunnen overstappen naar Basel SBB; twee korte ritjes tot besluit. In de trein naar Brugg blijkt WiFi aanwezig te zijn die in de vorige treinen die we vandaag genomen hebben, ontbrak. Daardoor kan ik een echt kaartje tonen aan de conducteur die hier prompt langskomt. Volgens De Lezer bewijst dit dat je je over kwesties als uitgevallen Internet niet druk hoeft te maken; het komt allemaal op z’n pootjes terecht.

Ik bedenk dat het geniete uitscheurboekje met ‘reisbescheiden’ uit de tijd van de Bergland-Expres ook wel handig was: treintickets, hotelresreveringsbevestigingen, ontbijtbonnen voor in de trein. Mijn moeder kreeg ze ruim voor ons vertrek toegezonden van de NRV. Het woord ‘reisbescheiden’ alleen al riep bij mijn broertje en mij vakantiepret op.

De Lezer heeft 2 kamers geboekt in een aparthotel, dichtbij Basel SBB. Een aparthotel, dat is een nieuwe trend in reisland. Het houdt het midden, zoals de naam al doet vermoeden, tussen een appartement en een hotel. Je huurt geen kamer maar feitelijk een compleet appartement, met keuken, bestek, afwasbak en verder ook alles wat je in een woning verwacht.

Het voordeel daarvan is dat je ook in den vreemde zelf je potje kunt koken zoals je dat thuis gewend bent. Waaraan dan weer het nadeel kleeft dat je daar op je vakantie misschien juist van verlost had willen zijn. Maar dan kun je nog een magnetronmaaltijd kopen bij de Coop, Zwitserlands nationale kruidenier waarvan op vrijwel elke straathoek een filiaal gevestigd is.

Dat doen wij de eerste avond, maar daar gaat het nodige ingewikkeld gedoe aan vooraf dat ik niet meer kan reconstrueren nu ik het probeer op te schrijven. Het aparthotel is volledig geautomatiseerd en functioneert vrijwel zonder personeel. In ieder geval zonder receptionist. Niks, reisbescheiden. De Lezer kreeg een digitale code gemaild voor toegang tot het complex. Met diezelfde 6-cijferige moet ook de deur van de kamer opengaan.

Die code werkt niet, als De Lezer hem probeert. We komen niet verder dan een op zich gezellig zitje in de vestibule, maar de deur naar het eigenlijke appartementencomplex blijft dicht. Er loopt hier toch nog een personeelslid rond – of is het een spook?- die te hulp schiet. Hij belt; paspoortgegevens en -foto’s moeten worden gemaild.

Ik ben nu afgehaakt van dit vakantieverhaal; ik versta dat ellendige Duits niet, en snap niet wat er loos is. In de Interrail-app zoek ik op of we eventueel nog voor middernacht in Utrecht kunnen komen als we nú vertrekken van Basel SBB (Ja sorry voor die s in Bazel, maar dat station heet nu eenmaal zo). Nee, dat kan niet meer. We zullen eruit moeten komen met dit heel aparte hotel.

Na zo’n anderhalf uur krijgen De Lezer en de te hulp geschoten Zwitser het toch nog voor elkaar, we kunnen naar binnen. Wat was er mis met een receptionist die je paspoort controleert en je vervolgens een sleutel overhandigt? 2 minuten werk, hooguit.



Bazel

’s Avonds slaag ik er binnen een uur via de Wifi van het aparthotel in om contact te maken met de site van Odido, en een extra abonnement af te sluiten voor 2 GB. Dezelfde tijd heeft De Lezer nodig om onze BaselCard te activeren.

Dat ticket krijgt iedere hotelgast, en dus ook een aparthotelgast, en het geeft recht op gratis gebruik van het stadsvervoer tijdens je verblijf in het hotel. Opnieuw opsturen van paspoortgegevens. Vorig jaar, toen ik op de heen- en terugweg van Italië in Bazel overnachtte, bestond dat ticket uit een geprint bonnetje dat ik in mijn portefeuille kon opbergen, maar nu is het ook digitaal gegaan en moet je het tonen op je phone.

Nou moet je uit dit soort opmerkingen over reisbescheiden en sleutels en zo, ook weer niet opmaken dat ik terug wil naar 1980, toen we nog in de analoge wereld verkeerden. Wie verlangt er nou echt terug naar: papieren reisbescheiden die kunnen zoekraken in de post, treinkaartjes die je kunt verliezen, hotelkamersleutels aan zo’n metalen peertje dat stinkt naar de zweethanden van honderden mensen die in dezelfde kamer verbleven hebben, papieren stadsplattegronden waar de wind vat op krijgt als ze helemaal uitgevouwen zijn, ansichtkaarten die je naar het thuisfront stuurt en pas aankomen als je zelf al lang terugbent… Ik beperk me tot vakantiezaken.

Ja, wie verlangt er terug naar 1980? Veel mensen nog; het is wel een trend op het ogenblik. Wonderlijk genoeg leeft  dit soort nostalgie niet zozeer bij ouwe boomers zoals De Lezer en ik, of bij mensen met een AI-fobie. Nee, het heerst vooral bij jongeren die 1980 niet eens hebben  meegemaakt. Recent sociologisch onderzoek heeft dat aangetoond. Zo’n zin moet je er altijd bijzetten, als je serieus wilt overkomen.

Nee, echt, jonge mensen hebben genoeg van de sociale druk van de sociale media, van Tik-Tok en YouTube die je altijd pressen om nóg een clip te bekijken, en nog een en nog een…., van Instagram en van appgroepen waarvan je geen uur afwezig wil zijn omdat je bang bent dat de apps dan allemaal over JOU gaan.

Maar voor de smartphone geldt hetzelfde wat Doe Maar in 1982 zong over de tv; ‘Hee, hee, hee, er zit een knop op’.

Hoeveel jongeren zouden het werkelijk willen, leven als in 1980? Ze zouden het eens een weekje moeten proberen. Wat zeg ik? Ze hebben het al eens geprobeerd, als wetenschappelijk experiment. Na een dag leven zonder digitale middelen hadden de meeste proefkonijnen er al schoon tabak van. De helft van hen kreeg last van depressieve buien en / of paniekvlagen, en 10% zelfs van suïcidale gedachten.

Volgens mij moet een mens onder andere 2 dingen nooit doen in zijn leven: regeren over zijn graf heen, en nostalgische gevoelens koesteren over zijn wieg heen, naar tijden vóór zijn geboorte die verre van ideaal waren.

Gedachten ’s avonds op een apart-hotelkamer.

Het was een dag om snel te vergeten. Waarom heb ik er dan nog 2400 woorden aan vuilgemaakt?

 

Bazel in foto’s

Vorig jaar heb ik al wat foto’s van Bazels stadsschoon geplakt in mijn ’Vakantieplakboek Interrail zomer 2025’. Hieronder plaats ik een paar foto’s uit dat plakboek opnieuw, en zet er ook een paar nieuwe tussen.

 

In buitenlandse musea ga ik altijd op zoek naar werken van streekgenoten, zoals de trouwe lezer weet. Meer streekgenoten, nl. tulpen van de geestgronden, staan aan de voet van dit monument. Het is aan Zwitserland geschonken door Frankrijk, uit dank voor humanitaire hulp, geboden aan Straatsburg tijdens de Frans-Duitse oorlog van 1870/1871.

Archief De digitale reiziger, 2025

Bazel ligt aan de Rijn en heeft verschillende bruggen over die rivier. Dit is de Mittelere Rheinbrücke, de middelste dus, en tevens de oudste. Ooit was hij de enige, en toen dus nog niet de middelste. De eerste brug op deze plek werd aangelegd in 1225, maar wat je nu ziet, is van 1909. Deze brug markeert ook een grens: die tussen de Hochrhein en de Oberrhein.

 

Sfeertje in een van de winkelstraten, dank zij deze bejaarde panfluitist, compleet met geluidsinstallatie.

Archief De digitale reiziger, 2025

 

Archief De digitale reiziger, 2025

Het Raadhuis van Bazel heeft nog niet zo lang geleden zijn halve millenniumfeest gevierd. In het Bazelduits - waar noch Duitsers,  noch andere Zwitsers veel chocola van kunnen maken; het klinkt ze als gebazel in de oren -  heet het Roothuus, wat ook: Rood Huis kan betekenen.

Deze keer, anno ’26, hebben De Lezer en ik de binnenplaats, die vrij toegankelijk is, eens nader bekeken.




De Romein die daar zo pontificaal staat (met de zon in de rug, zodat ik hem niet goed van voren kon fotograferen), is Lucius Munatius Plancus (ca. 87 v.C. – ca. 15 v.C.). Hij zou Bazel gesticht hebben. Zijn bijnaam Plancus verwijst naar zijn platvoeten, waarop je in het Romeinse leger blijkbaar niet werd afgekeurd.

Wat je allemaal niet te weren komt via Google en GoogleLens! Ook dat het beeld dateert van 1580 en werd gehouwen door ene Hans Michel uit Straatsburg.

 

 

De Spalentor werd opgericht na een zware aardbeving in 1356, waarbij de stad vrijwel in zijn geheel verwoest werd.

Archief De digitale reiziger, 2025


De Sankt-Johanns-Tor aan de Rijn is ook gebouwd in de periode kort na de aardbeving.

Archief De digitale reiziger, 2025

Tinguely-fontein

Foto: Andreas Praefcke, overgenomen van Wikipedia, Jean Tinguely

Hét ontmoetingspunt in Bazel is de Tinguely-fontein. Een foto doet er geen recht aan, maar klik op deze LINK en zie hem in beweging. Video gezien op Wikipedia (D): Fassnachts-Brunnen

Jean Tinguely (1925-1991) uit Bazel noemde zich een kinetische kunstenaar. ‘Alles stroomt en niets blijft’, Heraclitus zei het, maar Tinguely had het gezegd kunnen hebben. Beweging  en verandering zijn de thema’s van zijn speelse installaties. Sommige van zijn kunstwerken waren zelfvernietigend, maar deze fontein staat er al sinds 1977.

Tinguely heeft de fontein gebouwd op een plek die was vrijgekomen na de sloop van een theater. Hij gebruikte schroot en andere sloopmaterialen uit het theater. Dat dus voor een voorstelling van onbeperkte duur die op een zonnige dag als deze veel kijkers trekt.



De Münster van Bazel. Met de bouw werd in 1019 begonnen, maar pas in 1500 was hij helemaal af. De al eerder genoemde aardbeving werkte niet echt mee. De kathedraal had een voorloper uit de 9e eeuw of eerder.

Desiderius Erasmus, die zijn laatste jaren doorbracht in Bazel, ligt er begraven. Bij een beeldenstorm in 1529 is het interieur van de kerk grotendeels aan barrels geslagen. Dat hij er nu nog staat, na een woelig millennium, is te danken aan 2 grootscheepse restauraties in de 19e eeuw.

De rossige kathedraal van zandsteen staat aan een groot plein, dat op de hete zaterdagmiddag dat ik er liep, vrijwel verlaten was.

 

Bij restaurant Zum alten Stöckli aan de Barfüsserplatz staan 2 obers te kijken of wij misschien hun lege terras komen vullen, bijvoorbeeld om van hun befaamde kaasfondue te genieten. Maar nee, we lopen door. Het pand waarin het restaurant gevestigd is, stond hier al in 1284, en heeft de aardbeving blijkbaar overleefd.

De Barfüβerplatz dankt zijn naam aan de Franciscaner monniken die hier een kerk en klooster hadden en zich plachten te verplaatsen op sandalen of blote voeten. Ik fotografeerde het plein op een heel zeldzaam moment dat er nergens een tram te zien was, al wordt er wel naar uitgekeken. 8 hoogfrequente tramlijnen doen de Barfüsserplatz aan.

Tot hiertoe gepubliceerd op 24 mei 2026


Twee tramsystemen



Barfüβerplatz met een groene en gele tram

Bazel heeft groene en gele trams. Ze heten allebei gewoon Straβenbahn; Bazel kent geen Stadtbahn.

De groene trams zijn van de BVB (Basler Verkehrs Betriebe) en rijden voornamelijk binnen de stadsgrenzen van Basel. De nieuwste trams van BVB zijn Flexity 2’s van Bombardier. Het net van BVB bestaat uit 9 lijnen.

De gele trams zijn die van BLT (Baselland Transport), een streekvervoerbedrijf dat naast de tramlijnen 10, 11, 12 en 17 ook een busnet exploiteert.

Zo is het allemaal historisch gegroeid en die 2 bedrijven lopen ook flink door elkaar. Ze gebruiken elkaars railnet, hebben een gezamenlijk tariefsysteem, en sommige stadslijnen van de BVB overschrijden hier en daar de stads-, kanton- en zelfs rijksgrenzen. Voor de reiziger maakt het allemaal niets uit, of hij nou in een groene of gele tram stapt.

Hotelgasten, zelfs die van aparthotels, reizen in Bazel gratis, zoals hierboven al gezegd. De bewoners van Bazel en omstreken kunnen reizen op een maandabonnement, het U-Abo, dat wordt uitgegeven door het tariefverbond Noord-West Zwitserland. U in U-Abo staat hier voor Umwelt, milieu.

Het U-Abo is in 1984 bedacht in Bazel om het milieuvriendelijke OV te stimuleren en het autogebruik te ontmoedigen – fietsen, daar begint vrijwel niemand aan in Zwitserland. Vele andere regio’s in Zwitserland hebben een eigen U-Abo ingevoerd, maar in Zwitserland bestaat geen equivalent van het Duitse D-Ticket.

Het U-Abo, dat op elke dag van de maand kan ingaan, is met een prijs van 86 Frank (94 euro) niet echt spotgoedkoop. Maar je mag er ook mee in de trein, die in Zwitserland zo goed als onbetaalbaar is. En je kunt ermee reizen op enkele trajecten over de grens met Frankrijk en Duitsland.

De tram van Bazel vervoert per dag het ongelooflijke aantal van 400.000 passagiers, waarvan er 300.000 reizen met de groene, en 100.000 met de gele tram. En dat voor een stad met 175.000 inwoners, ongeveer evenveel als Arnhem en Nijmagen.

Van onze internationale tramritten komt niet veel terecht. Lijn 3 naar het Franse Saint-Louis blijkt wegens werkzaamheden tijdelijk vervangen door een bus. Dat is niks bijzonders, een bus die een grens overschrijdt. Aan de lange westtak van lijn 10 naar Rodersdorf, met één halte in Frankrijk, komen we niet toe, en het is ons ook niet helemaal duidelijk of ons hotelkaartje er geldig is.

 

Weil am Rhein

Blijft over lijn 8 naar het Duitse Weil am Rhein, en stadje met 30.000 inwoners. Tot 2014 eindigde deze lijn aan de Zwitserse kant van de grens. In dat jaar werd hij met 2,8 km verlengd naar het station van Weil am Rhein. Dit korte stukje met 3 nieuwe haltes en 2 nieuwe bruggen, kostte toch nog ruim 100 miljoen Frank. Het bedrag werd gezamenlijk opgehoest door de Zwitserse staat, het kanton Basel Stadt, de deelstaat Baden-Württemberg, de BVB en de gemeente Weil.

We stappen in bij het tramknooppunt Barfüsserplatz, rijden over de Mittlere Brücke over de Rijn en zien een stuk van het stadsdeel ten noorden van die rivier. Dit is zo’n tram met houten bankjes waarvan je een blikken kont krijgt. Het design is afgekeurd door ons van De digitale reiziger. Hij rijdt met hels geknars.

De verlenging naar Weil is om meerdere redenen aangelegd. In Weil wonen veel Zwitsers die hun dure vaderland ontvlucht zijn en in Duitsland lekker goedkoop wonen, maar in Bazel werken. Een intensief forenzenverkeer dus. En vele bewoners van Bazel frequenteren Weil voor goedkoop winkelen in het stadshart bij het station en bij het enorme winkelcentrum (Rhein Center) vlak over de grens.

De tramhalte op de grens is een eilandperron met een douanepost. Passagiers uit de richting Weil kunnen hier de Duitse BTW terugkrijgen op de boodschappen die ze in Weil gedaan hebben, tegen overleggen van de kassabonnetjes. En zijn verplicht om voor artikelen met een waarde van meer dan 300 Frank invoerrechten te betalen. Dat kan bij het volgende loket op het perron, maar velen stappen gewoon in de eerstvolgende tram naar Bazel en laten de douane de douane.

Ook vlees en zuivel mag maar in zeer beperkte hoeveelheden uit Duitsland geïmporteerd worden. Ik heb me laten vertellen dat trampassagiers soms kilo’s en kilo’s vlees en kaas over de grens smokkelen in grote tassen. Zou de douane geen honden kunnen inzetten tegen zulke praktijken? Je hebt hasjhonden, dus er zijn vast ook wel honden die vlees kunnen ruiken.

Raar verhaal; ik zou het niet geloofd hebben als ik het niet gelezen had bij Google AI.

In de richting Duitsland is dit feitelijk geen halte; de tram rijdt zonder te stoppen over de grens. Behalve op de middag dat wij (nog steeds: De Lezer en ik) die grensovergang nemen. Grenscontrole op illegalen door de Duitse politie. Er komen 5 agenten binnen door de voorste deur. De ander deuren blijven dicht zodat er niemand stiekem uit kan piepen.

Die controle geschiedt niet erg grondig. In niet veel langer dan een minuut zijn de reisdocumenten van alle ongeveer 60 trampassagiers gecontroleerd. Iedereen mag verder naar Weil. Een stad die niet erg interessant lijkt. Wij nemen op station Weil een Internationale S-Bahn.

 

S-Bahn in het Wiesental



Station Steinen




Station Zell (Wiesental)

Er zijn 2 S-Bahn-lijnen in het Wiesental, deze streek langs de rivier de Wiese en aan de voet van het Zwarte Woud. Dat laatste is een populair wandelgebied in een bebost middelgebergte dat zich over 160 km uitstrekt langs de Duits-Franse grens.

De S5 (ja, in Nederland ooit een aanduiding voor op gekte afgekeurde soldaten, maar dit is een trein), de S5 dus, loopt van Weil am Rhein naar Steinen. Deze korte spoorlijn is ooit opgeheven maar rond de eeuwwisseling weer teruggekeerd in het spoorboekje.  Bij de stad Lörrach takt hij aan op de Wiesentalbahn, een ca. 30 km. lange spoorlijn die Basel verbindt met Zell. Nu telt het Duitse taalgebied meer dan 10 Zells, waaronder Zell am See in Oostenrijk. Maar dit is Zell im Wiesental.

S5 ligt geheel, en S6 ligt grotendeels in Duitsland. Maar ze worden gereden door de Zwitserse nationale spoorwegmaatschappij SBB. Het zijn me wel boemels, hoor! De S6 stopt op die 30 km tussen Basel SBB en Zell (Wiesental) maar liefst 16 keer, waarvan 6 keer in Lörrach, met 50.000  inwoners de grootste metropool op deze 2 lijnen. Alleen S5 doet het 7e station van Lörrach aan, Lörrach Dammstraβe. Van die 7 stations moet er vanzelfsprekend één het Hauptbahnhof zijn, en dat is het middelste station van dat 7-tal.



Bij Zell

In Steinen stappen we over naar Zell (Wiesental). Dat is echt een eindpunt. Van hier rijden er geen treinen dieper het Zwarte Woud in. Je kunt er alleen maar de trein terug nemen naar Bazel, en dat doen we dan ook maar. Als je vanuit Zell als treinreiziger verder Duitsland in wilt, dan zul je via Bazel moeten. 


Lörrach

Wij stappen uit in Lörrach om het alleraardigste stadje te verkennen. Vakwerkhuizen zien we niet in de straten die we bewandelen, maar wel een lommerrijk park met een duiventil.

Daar het zo langzamerhand etenstijd is, strijken neer bij een filiaal van de Italiaan l’Osteria, net als in Stuttgart bij het eindpunt van de Zacke (zie deel 1). Ze hebben hier exact dezelfde menukaart als daar, en we bestellen ook allebei precies hetzelfde als toen; zo kom je niet voor onaangename verrassingen te staan.

Verder richting  Bazel, waar we uitstappen bij het voorlaatste station, Basel Badischer Bahnhof, in de wandeling Basel Bad genoemd. Het is het 2e station van Bazel, na SBB. Maar het ligt maar  voor de helft in Bazel, Dit is ook weer zo’n bijzonder grensgeval. Het station ligt namelijk in een   Duitse exclave binnen Zwitserland. Dat is het gevolg van een overeenkomst uit 1852 tussen de Zwitserse staat en het groothertogdom Baden, voorloper van Baden-Württemberg. Vandaar Badischer Bahnhof.

De perrons liggen in een klein stukje Duitsland, omringd door Zwitserland. Daal je af naar de hal, dan stuit je op een douanepost, die echter sinds ‘Schengen’ meestal onbemand is. Daarvoorbij heet het Zwitserland. Die fraaie plaatskaartenhal, als een kathedraal, ligt dus in Zwitserland, maar je koopt je kaartjes wel bij Deutsche Bahn. Waar je dan eigenlijk met Zwitserse Franks zou moeten betalen, maar euro’s ook geaccepteerd worden. Ingewikkeld? Welnee, Baarle-Hertog en Baarle-Nassau, die vormen pas echt een ingewikkeld grensgeval. maar dan zonder treinen.


Wij besluiten hiervandaan te gaan lopen naar ons aparthotel in de buurt van Basel SBB. ‘Hoever is dat wel niet?’, vraag ik, met behoorlijk moeie voeten van een dag zwerven in Bazel en omstreken. ‘Ruim een halfuurtje’, denkt De Lezer. Maar als er een halfuur verstreken is, en we hooguit op de helft zijn, nemen we toch maar de tram voor de rest.

We rijden dan op het oudste tramtraject van de stad. De eerste lijn verbond Basel Bad met Basel SBB. Het eerstgenoemde station lag toen wel net op een iets andere plek dan tegenwoordig. Bij de verplaatsing ervan in 1913 moeten ze dus ook de Duits-Zwitserse grens verlegd hebben.

Die tramlijn werd geopend in 1895 en reed vanaf dag één onder de draad. De Baseler tram had sinds 1881 een voorloper in de vorm van een paardenomnibus.

 

Een paar stappen in Saint-Louis

Even terug naar de ochtend van deze lang dag, in dit niet-chronologische verhaal. Tussen haakjes is het 10 april, en woon ik vandaag precies 63 jaar in Leiden, sinds ’63 dus, en al die tijd achter dezelfde voordeur. Ik denk er toch aan, hoewel ik vandaag in den vreemde verkeer; in 3 vreemden eigenlijk, Zwitser-, en Duitsland en Frankrijk.

Deze morgen gaan we de gele trams maar eens proberen. Die met die spitse neus zijn Tango’s van het Zwitserse fabricaat Stadler. Ze bestaan uit 6 geledingen, om niet te zeggen: bakken. Ze zijn gedeeltelijk in lagevloeruitvoering, staat in mijn aantekeningen. Maar hoe dat precies zat, kan ik me nu niet meer herinneren, als ik dit stukje 7 weken later typ in dat daarnet besproken huis. STOP-knoppen zitten er niet in deze trams; ze stoppen aan alle haltes, en zelden vergeefs.

Die trams doen het heel aardig op een foto in groothoek. Maar ook op de weg; die lange slierten zijn altijd druk bezet. Tram 3 naar het Franse Saint-Louis mag dan momenteel niet beschikbaar zijn; je kunt vanuit de binnenstad van Bazel met lijn 11 wel op minder dan een hectometer van de Franse grens komen.

Daar aangekomen, steken we te voet de grens over. Douaneposten mag je niet fotograferen, maar in deze zitten al lang geen douaniers meer om het je te verbieden. De post is een overblijfsel uit oude tijden, maar ziet er wel uit alsof hij elke dag opnieuw in gebruik genomen kan worden, als de internationale situatie daarom vraagt.

Dit korte wandelingetje is mijn eerste bezoek aan Frankrijk sinds ik in 2016 de automatische metro van Lille deed. Daarna ben ik er nog een paar keer doorheen gereden op weg naar Londen. Ik overloop Frankrijk niet. Echt bezwaren tegen het land heb ik niet, behalve dan dat men er Frans spreekt.

Dat doen ze dan in Saint-Louis dan weer niet; ze spreken er Elsässisch, zoals blijkt uit het plaatsnaambord. Noem het een statement!

 

 

Aesch, Dornach en ergens een wijk op een heuvel

We keren terug langs die douanepost, en nemen lijn 11, helemaal tot het andere eindpunt in Aesch.  De lijn is 14 km lang, heeft 34 haltes en doet 3 kwartier over zijn rit, wat neerkomt op een matige gemiddelde snelheid van ca. 19 km/uur.

Basel is een stad met, ondanks het U-Abo, toch nog heel druk autoverkeer. Pas op het laatste stuk, buiten de bebouwde kom op weg naar Aesch, komt de vaart er een beetje in, in onze tramrit.

Aesch is een klein dorp ten zuiden van Bazel. De tram neemt een keerlus in het centrum. Binnen die lus is een pleintje waar wij een konditorei binnenlopen voor koffie met een broodje. De vrouw achter de toonbank houdt een heel verhaal in een vorm van Duits die zelfs voor De Lezer onverstaanbaar is. We knikken haar maar vriendelijk toe, en krijgen na enig aanwijzen toch nog wat we hebben willen.

Die spreekt zeker ook Elsässisch, veronderstellen we. We zitten er niet ver naast. Later lees ik dat in Aesch zowel als in de Elzas een Allemannisch dialect gesproken wordt, net als in Stuttgart, waar we ook vrijwel niemand konden verstaan.



Keerlus Aesch

Nu willen we naar het beginpunt van de eveneens gele tramlijn10 in Dornach, een ander dorp ten zuiden van Bazel. Bus 65 kan ons er brengen. Die staat klaar op het pleintje, en met een sprint halen we hem nog.

Maar we zijn in de haast wel in de bus gestapt die in de verkeerde richting rijdt. Onzinnige opmerking: die bus rijdt heus wel in de goede richting, maar wij in de verkeerde. Een paar haltes verder stopt hij aan het eindpunt in een luxueuze villawijk op een heuvel. We vinden het lullig overkomen om meteen dezelfde bus terug te nemen, dus gaan een kwartier lopen op die heuvel, met een uitzicht op nevelige verschieten.


Uiteindelijk belanden we toch in Dornach en nemen daar bij het station lijn 10. Die volgt op het eerste gedeelte van de lijn een deels enkelsporige route door alweer een villapark in heuvelachtig terrein. 1 op de 7 Zwitsers van 50 jaar of ouder is miljonair. Aan deze wijken zie je de rijkdom wel af.

Dornach, Dornach, waar heb ik die naam eerder gehoord?, peins ik me af. Nee, ik ben er nooit geweest, dat weet ik zeker.

Pas de komende nacht zal het me te binnen schieten. Dornach, het Goetheanum, dat was de egelstelling van de mysticus (en volgens critici sekteleider en pseudo-wetenschapper) Rudolf Steiner (1861-1925). Hij was de bedenker van de antroposofie, een bizar mengsel van christendom, occultisme en twijfelachtige wetenschappelijke opvattingen.

Decennia geleden, toen ik me wel in kringen van linkse intellectuelen begaf (het is echt héél lang geleden), was Steiner daar helemaal hot. Het verbaasde me dat kneiterlinkse en kritische doctorandi zo met hem wegliepen, want hij leek mij een nogal reactionair, rechts en autoritair mannetje. Maar één van zijn adepten zei me eens: ‘Steiner gaat tenminste ERGENS vanuit!’

Dat klonk me knap vaag in de oren. Waar geloofden zijn aanhangers in? Ik besloot uit nieuwsgierigheid iets over Steiners antroposofie te gaan lezen. Daardoor gingen compleet nieuwe werelden voor me open. Zo had hij op zijn zachtst gezegd heel aparte opvattingen over de verschillende rassen die de aardkloot bevolken, en verder over vrijwel alles: onderwijs, geneeskunde, land- en tuinbouw, architectuur….

De schellen vielen me echt van de ogen door zijn stelling, dat je een kind pas lezen en schrijven mocht leren als het zijn melkgebit had verruild voor zijn definitieve gebit. Begon je daar eerder mee, dan zou zo’n kind volkomen ontsporen in zijn spirituele ontwikkeling. Daar is het bij mij dus al verkeerd gegaan.

Mijn ziel was niet meer te redden! Die boeken over Steiner had ik natuurlijk ook niet mogen lezen, zelfs niet toen ik al 1 à 2 elementen van mijn volwassenengebit verruild had voor kronen. Nee, dom blijven en geloven zonder bewijs. Ik heb me niet bekeerd tot Steiner, en liet de linkse kringen trouwens ook al snel voor wat ze waren.

We hadden het geloof ik over de tram van Bazel. Lijn 10, Dornach – Rodersdorf, takt even na Dornach aan op lijn 11. Nummer 10 is verreweg de langste lijn van het net, 26 km, 40 haltes en een rijtijd van een heel stijf uur.

We stappen uit in het centrum van Bazel. Als we waren blijven zitten, hadden we aan het eind van die lange lijn weer een grenscuriosum kunnen beleven. De voorlaatste halte, Leymen, ligt in Frankrijk. Toen deze lijn in 1910 werd ingevoerd, lag Leymen nog in Duitsland, dus ook in het buitenland, vanuit Zwitsers oogpunt.

In Leymen kun je ook onder ‘Schengen’, waar Zwitserland zich in 2008 bij heeft aangesloten, nog gecontroleerd worden door een douaneambtenaar. Dat geschiedt nu steekproefsgewijs.

Als je in Leymen in de tram blijft zitten, dan ben je op doortocht, een transit-reiziger, en kan de douane je niets in de weg leggen. Al kun je dan bij de volgende halte, het eindpunt Rodersdorf, alsnog de commiezen achter je aankrijgen.

Maar het wonderlijkste aan het verhaal van lijn 10 vind ik nog niet eens dit grensgedoe. Dat vind ik het feit dat er naar die 2 minuscule dorpjes Leymen en Rodersdorf, met elk ruim 1000 inwoners, aan weerszijden van een rafelige grens, überhaupt een tram rijdt.

Wordt nog één keer vervolgd.     

Frans Mensonides
4 juni 2026
Er geweest: donderdag 9 t/m zondag 12 april 2026

 



© Frans Mensonides, Leiden, 2026