
Een moedgevende herfst op het tramnet van HTM
Personenvervoer in Den Haag en omstreken; 2 nieuwtjes, en beide positief.
Op vrijdag 4 september 2026 is de nieuwe TINA-tram van
Stadler gepresenteerd aan het publiek. Ik was bij de genodigden voor een gratis
proefrit; door een toeval; het is niet zo dat ik in kringen van OV-bobo’s verkeer.
De maandag daarop kwamen de eerste TINA’s op de baan voor betalende passagiers,
op de reguliere tramlijnen.
En in de zeer nabije toekomst, op maandag 5 oktober 2026,
zal er een zwaar migrainedossier afgesloten
kunnen worden - tenzij er nu op de valreep nog iets heel onverwachts gebeurt,
en dit dossier is vol van onverwachte kinken in de kabel. Tram 19, thans:
Leidschendam MCH Antoniushove - Delft Station, zal eindelijk doorgetrokken
worden naar de campus van de Technische Universiteit (TU).
Dat laatste is nu dus nog niet het geval, maar dit stukje is
vol voorpret.
Maar eerst de TINA!
Dit, de kop van dit paragraafje, prijkt in mijn agenda; een
afspraakje waarnaar ik uitgekeken heb. Nee, ik ben niet in mijn levensherfst alsnog
van mijn geloof gevallen, en heb me niet op de datingmarkt gestort. TINA is
geen persoon van vlees en bloed, maar het is een tram.
Een tram uit de Zwitserse fabrieken van Stadler. TINA betekent,
in gecompliceerd (Zwitser)Duits: Total Integrierter Niederflur-Antrieb.
Vertaald naar begrijpelijk Nederlands staat het voor een tram met een lage
vloer over de gehele lengte, zonder traptreden en zonder verraderlijke opstapjes.
Zeer rolstoel-, rollator- en brekenbenen-vriendelijk, dus.
Deze 62 trams gaan de GTL’s (Gelede Tram Lang) uit de 80’s
en 90’s vervangen die nu nog vaak te zien zijn op lijnen 1, 6, 9, 10 en 12 – en
misschien ook nog wel eens op andere lijnen; hou me ten goede. De oudste GTL
viert dit jaar zijn 45ste verjaardag en dan doemt de slopershamer zo
langzamerhand wel op aan de horizon.
Nieuwere tramtypes in Den Haag zijn de Citadis’en van Alstom
voor Randstadrail uit de jaren 00 en de Siemens Avenio’s uit de jaren 10.
Sowieso voor mij persoonlijk al een opmerkelijke dag, 4
september 2026, namelijk de 130ste geboortedag van mijn oma van moederszijde,
de 430ste van de beschermheer van deze site, de Hagenaar Constantijn Huygens, en
de 3e verjaardag van mij als AOW’er. Maar deze dag gaat ook de OV-geschiedenis
in, dank zij de officiële openingsrit met TINA-tram 7001 aan het eind van de
morgen.

Een kennis van mij is lid van het kwaliteitsbewakings-panel van
HTM en kon meeloten voor een plek in die tram. Hij trok een ‘niet’ uit die
loterij, maar er zou een extra rit gereden worden om 15:00 uur. Daar gaf hij
zich voor op, maar er kwam helaas iets tussen. Hij liet mij de eer om deze
happening mee te maken. Ik hoef alleen maar de mail met de uitnodiging te tonen
en me voor hem uit te geven.
De plaats van vertrek is het plein rond de Grote Kerk, waar de
TINA staat op een in de normale dienst ongebruikte keerlus. Ik betreed de tram al
om 14:30, dan ben ik in ieder geval niet te laat. Tussen de 2 pretritjes in
staat hij open voor iedereen die hem eens van binnen wil bekijken.
Van grote afstand bezien lijkt zij sprekend op haar
voorganger, de Avenio. Maar die telt 4 korte segmenten, ofwel ‘bakken’, en de
TINA 3 lange. De TINA is net iets langer (36½ meter) dan de Avenio (35 meter).
Wat je op het eerste gezicht niet ziet: zij, de TINA dus, is
3 decimeter breder dan de GTL’s die zij gaat vervangen, 265 cm tegen 235.
Daardoor moeten op de routes van lijnen 1, 6 en 12, die gedeeltelijk door
smalle straten voeren, nog aanpassingen aan de halteperrons en het wegprofiel uitgevoerd
worden.
De bewoners van de Goudenregenstraat, een zijstraat van de
Laan van Meerdervoort, lopen er al jaren tegen te hoop, maar ze zullen er toch
aan moeten geloven. Lijn 12 rijdt daar sinds mensenheugenis. Op hun eis, die tramlijn
naar Duindorp doodleuk in te korten tot de remise Lijsterbesstraat, is niet
ingegaan. Maar laten ze blij zijn dat ze niet in Groβsachsen bij Heidelberg
wonen; daar schraapt de tram de verf van de gevels.
De Tina’s hebben 5 deuren aan elke zijde, en bieden 84
reizigers een zitplek. Verder is de tram uitgerust met allerlei technische snufjes.
Zo kan hij een deel van zijn rem-energie opslaan in een accu, Dat systeem stelt de tram in staat om in geval
van nood, een korte afstand (2 km) te overbruggen zonder bovenleiding.
Andere TINA’s, in verschillende uitvoeringen en lengtes,
rijden al in diverse Europese steden, waaronder Bazel. Daar zaten wij van De
digitale reiziger er laatst in. Wat ons opviel, waren de oncomfortabele harde
houten zitbanken. Die horen er standaard in, ook in deze Haagse trams. Maar hier zijn ze zo humaan geweest om er
kussentjes overheen te plakken. Hoe lang die meegaan; ik houd mijn hart vast.
Een man die naast me is komen zitten, geeft met luider
stemme blijk van een ander ongemak: ‘Die bankjes zijn wel erg krap’ brult hij
met een Stentor-stem. ‘Ze zijn wel krap, erg krap, ik zit helemaal opgevouwen
met mijn knieën’. Mijn hemel, ik vind ze ook vrij krap, maar waar klaagt híj
over? Hij is een kop kleiner dan ik. En ik ben nog lang niet klaar met hem.
Tegen elke man die langsloopt (TINA trekt vanmiddag
nauwelijks vrouwen; ze is populair op de datingsite), schreeuwt hij: ‘Die
bankjes zijn wel erg krap.’
‘Weet u meneer’, vervolgt hij fortissimo, ik ben door de 70.
Zo’n TINA hè, het zal wel modern zijn, maar ik verlang nog vaak terug naar die
PCC’tjes. Dát waren trams! En die bussen van Verheul, dát waren pas stadsbussen!’
Ik val hem bij, ik ben ook bijna 70 en herinner me die openbaar-vervoermiddelen
nog uit mijn kleutertijd in Voorburg. Maar met die bussen en trams kon je niet
mee als je in een rolstoel zat of slecht ter been was. Er is niks mis met
nostalgie, maar vroegâh was echt niet alles beter.
Hij reageert niet; hij houdt meer van mono- dan van
dialogen. Nu ziet hij een kennis die iets jonger is dan hij en ik. ‘Ik vind ze
wat krap! En ik zeg net tegen die meneer: het zijn geen PCC’s en Verheuls. Nee,
nee, die Verheuls heb jij niet meegemaakt, daar ben je te jong voor. En ik heb ook
nog meegelopen in de demonstratie van ‘Veronica blijft als U dat wilt’. In
1973, was dat. Maar daar weet jij ook niks van. Je was nog niet eens uit het
ei!, je zat nog in je ouweheers verrekijker!’
Nou, we dwalen nu wat af van TINA. Hoe kom ik in vredesnaam
van die praatvaar af? Maar een stem uit de luidsprekers van de tram redt me.
Iedereen moet eruit, en daarna mogen alleen genodigden weer instappen, na
controle.
Alzo geschiedt. Ik geef unverfroren een naam op die niet
vermeld staat op mijn ID, waarnaar gelukkig niet gevraagd wordt. Tonen van de
mail is voldoende. De causeur van daarnet blijft achter op het plein. Ik zwaai hem
nog even vrolijk na, als we vertrekken.

Nu begint een
ingewikkelde rondrit door de stad. Eerst nemen we de Gravenstraat en het
Buitenhof, route van lijn 17. Daarna belanden we op het Spui en in het
verlengde daarvan op het Zieken, kruisen het Rijswijkseplein dat, net als half
Nederland, op de schop ligt, en rijden voorlangs station Hollands Spoor. Vervolgens
de trambaan langs de Parallelweg op, langs het Haags Openbaar Vervoermuseum in
de oude remise aan de Frans Halsstraat, langs de Haagse markt, waar lijn 11 en
12 rijden, bij de Monstersestraat rechtsaf, waar we 2 en 4 tegenkomen. En dan
zo langzamerhand terug naar waar de toren van de Grote Kerk boven die daken
zichtbaar wordt.
Bij elke halte staan de wachtenden ons met open monden aan
te kijken; héé, dit is toch een heel andere tram dan normaal toch? Er wordt
vergeefs op de knop voor de deuren gedrukt.
Ze rijdt prima, TINA, vrijwel geruisloos, zelfs in de
bochten. De wissels neemt zij wat bonkerig, vind ik, maar dat hoort wel een
beetje bij lage-vloertrams.
Vergeefs probeer ik me voor te stellen wat de jarige Huygens
zou denken over ‘zijn’ Den Haag, als hij voor een dagje zou mogen opstaan uit
de doden om deze rit mee te maken. De door hem in 1653 mede ontworpen Scheveningseweg
(indertijd deel van de Zeestraat) is sinds 1864 tramroute, tegenwoordig van
lijn 1. Niet zo gek dus, om aan Huygens te denken, als het om Haagse trams
gaat.
We slaan de Jan Hendrikstraat in, waar in de normale dienst
geen trams meer rijden, en belanden na een rit van ongeveer 40 minuten weer op
de lus bij de kerk.
Even later zien we TINA wegrijden richting remise Scheveningen. Er is
beloofd dat ze met ingang van komende maandag ingezet zal worden op lijn 2, de Randstadrail-lijn die ik in 2012 al eens deed.

Geen TINA bij Voorburg 't Loo
De maandag daarop fiets ik naar metrostation Voorburg ‘t Loo
om op het perron van bovenaf een TINA te fotograferen op lijn 2. De eerste die
ik zie, is geen TINA maar een Avenio; 4 bakken en geen 3. De tweede ook.
Hetzelfde geldt voor de 3e, 4e en 5e. Ik begin nu te vermoeden dat er op die
vrij lange lijn maar één TINA rijdt, en houd het voor gezien.
Ik ben veel te ongedurig voor dit soort werk; ik heb niet
het geduld van een cameraman van natuurfilms, die een half jaar in een boomhut
zit om eindelijk een grote katachtige een hert te kunnen zien verslinden.
De volgende zondag pak ik lijn 2, niet als tramspotter, maar
om mijn broertje te bezoeken, die in Den Haag woont. Opnieuw een Avenio. Op de
terugweg idem-dito. Bij MCH Westeinde zie ik een TINA als tegenligger, maar het
heeft geen zin om snel uit te stappen; dan is ze al lang weg.
Intussen is zij ook al gesignaleerd op andere lijnen dan
nummer 2. Mocht ik haar nog eens zien voorrijden bij een halte waar ik sta te
wachten, dan krijgt dit stuk een vervolg. Daar gaat het me eigenlijk in de
eerste plaats om; een gewone rit voor gewone reizigers!

En hier dan hopelijk aflevering-laatst van de langste en
laagfrequentste reeks op deze site. De eerste stukken over HTM-lijn 19 schreef ik
al in 1998 en 1999. In 2024 ging ik voor het laatst kijken op het terrein
van de TU, op een dag dat ik R-net-lijn 455 (Zoetermeer – ’s-Gravenzande) nam
die de campus aandoet. Ik schreef toen een paragraafje over die problematische
tram dat ik hieronder herhaal, met kleine wijzigingen en aanvullingen.
Wat was er nou precies aan de hand met lijn 19? Stadsgewest
Haaglanden (tegenwoordig: Metropoolregio Rotterdam Den Haag MRDH) wilde een nieuwe
tramverbinding van Leidschendam via de VINEX-wijken Leidschenveen en Ypenburg
en via station Delft naar de TU-wijk.
Rond de eeuwwisseling was er gesteggel met
studentenorganisaties over de te volgen tramroute op het terrein van de
universiteit. De voorkeursroute van het bestuur van de TU liep via de
Schoemakerstraat, langs de oostkant van het terrein. De studenten wilden liever
uitstappen voor de deur van de collegezalen, de aula en de bibliotheek. Zij
opteerden voor een route over de centrale as van de campus (toen: de Mekelweg,
nu het Mekelpark).
De studenten wonnen het pleit, maar konden niet vermoeden
dat hun zonen en dochters hier al rond zouden lopen voordat die tram werkelijk
zou gaan rijden.
Tramlijn 19 werd in de jaren 00 eerst wegbezuinigd en later
weer uit de mottenballen gehaald. In 2010 werd de lijn in gebruik genomen op
het traject Leidschendam – Delft NS. Vanaf 2006 had ik al een fotorapportage
gewijd aan de aanleg.

Het zorgenkinsje bij The
Mall, voorjaar 2021
Archief De digitale reiziger

Het zorgenkindje op de Phoenixstraat in Delft, december 2023
Archief De digitale reiziger
De doortrekking naar de TU-wijk moest worden uitgesteld omdat de Sint
Sebastiaansbrug naar de campus op instorten stond. Het kostte de innovatieve
technologiegemeente Delft een jaar of 10 om een nieuwe brug te bouwen.
Intussen lag er al sinds 2014 tramspoor op het terrein van
de TU, ongebruikt dus. Ik liep er dat jaar langs toen ik de route verkende voor
een mogelijke nieuwe tramlijn Delft - Rotterdam, langs Rotterdam The Hague
Airport, een onzinnig plan waarover sedertdien niet veel meer vernomen is.
Maar waarom ging de tram dan niet meteen in 2014 rijden over
de campus? Er waren toen zorgen over de trillingen van de tram en de
zwerfstromen die door de bovenleiding zouden worden veroorzaakt. Die zouden de
hypergevoelige meetinstrumenten in de laboratoria van de TU kunnen
verstoren.
Hadden ze dat in 1999 niet kunnen bedenken? Dat zou een
goede smoes geweest zijn om te kiezen voor de route via de Schoemakerstraat,
buitenom. Maar de trams die toen gangbaar waren, veroorzaakten geen hinderlijke
trillingen en zwerfstromen. De huidige trams doen dat wel.
Die dag in januari 2024 toen ik weer eens ging kijken bij de
TU, schrok ik me een ongeluk. De hele trambaan door het Mekelpark was verdwenen,
vanaf die betonnen puist die de aula is totaan het punt waar de eindhalte had
moeten komen. Je zag alleen nog waar de baan gelegen had.
De baan moest opnieuw worden aangelegd om trillingen en
zwerfstromen te voorkomen. Dat laatste geschiedde volgens een gepatenteerde
vinding van een hier werkzame hoogleraar, met behulp van nog een andere prof.
dr. ir en iemand die alleen maar dr. ir is. Die methode was al toegepast op
Utrecht Science Park, in de Duitse stad Ulm en in Lund (Zweden). Maar in
Delft zelf had men hier blijkbaar in eerste instantie niet aan gedacht.

Dat bord hebben ze jarenlang gewoon laten staan na iedere
jaarwisseling. Rechts: de verdwenen trambaan.
Archief De digitale reiziger, 2024
De tram zou, in tegenstelling tot wat eerst de bedoeling was, niet eindigen
op het terrein van Technopolis Innovation Park, ten zuiden van de Kruithuisweg.
Hij zou sterven voor het viaduct in die weg.
Op het Technopolis-terrein staan misschien zulke
overgevoelige instrumenten dat je er niet eens op de grond mag stampen binnen
een straal van een kilometer. Op de rest van het terrein mag de tram straks
maximaal 30 km/uur rijden. Bij hogere snelheden werken de vindingen van de
prof. dr. ir’s kennelijk niet.
Ik ben geen prof. dr. ir, doch slechts een eenvoudige
(boerenlul, schreef ik bijna) master in de geesteswetenschappen. Hoe had ik een
oordeel kunnen vellen over technologische zaken die me ver boven de pet gaan?
Maar als OV-reiziger, -schrijver en -voorvechter kon ik dit hele verhaal over
tram 19 toch niet anders zien dan als een liederlijke afgang.
In het voorjaar van 2024 zeiden ze dat de tram in 2025 echt
zou gaan rijden. Daarna deden de maanden wat maanden altijd doen: komen en
gaan. Tot in de zomer van 2026 ineens het bericht kwam dat er nachtelijke
testritten gaande waren.
Die trokken veel bekijks van hobbyisten. ’s-Nachts slaap ik,
als ik niet kamp met slapeloosheid. Maar overdags kwam ik op een vrijdagmiddag
in augustus een keer kijken. De vernieuwde baan lag er heel netjes bij, en de
bovenleiding hing waar hij hangen moest.
De lijn, die de Kruithuisweg niet mocht kruisen, eindigt op
de Van den Broekweg, een zijstraatje dat, althans voor automobielen, doodloopt op
de Schoemakerstraat. Toch nog de Schoemakerstraat…

Augustus 2026. Rechtsonder: het eindpunt
Als je op je rust gesteld bent, is een wandeling op een
universiteitsterrein op de late vrijdagmiddag tijdens de zomervakantie echt
ideaal. Er heerst een schier spookachtige sfeer. Bij de bushaltes staan alleen
een paar TU-medewerkers en mogelijk studenten die een tentamen moesten
herkansen.
Na de vakantie zal het hier weer een drukte van belang zijn.
Het ligt voor zover ik goed geïnformeerd ben, in de bedoeling, de tram eens per
kwartier te laten rijden over het hele traject van lijn 19 van de TU tot/met Leidschendam.
Vrij karig voor het massavervoer tijdens de college-uren op een campus.
Vergelijk dat eens met de tram in het Utrecht Science Park die 12 keer per uur
rijdt met ellenlange trams van 12 bakken. Maar als die kwartierdienst naar TU
Delft niet voldoende is, zullen we het gauw genoeg merken.
Ik verlaat op deze vrijdag de TU met lijn 172 (Streekbus
RET) naar Rotterdam Alexander via Pijnacker. Die bus mag wel onder het viaduct
door. Daar zie je de wat onheilspellende koepel van een kernreactor. Bij nader inzien is het maar
goed, dat de tram er niet langs rijdt. Stel dar de atomen in dat ding daardoor
op hol zouden slaan. We willen geen 2e Tsjernobyl!
Nou, ik ben heel nieuwsgierig naar het eindresultaat van een
kwart eeuw gemodder. Hopelijk kunnen we ‘Eind goed, al goed’ zeggen. Het komt
t.z.t. hieronder te staan.
Frans Mensonides
18 september 2026
Er geweest: met TINA vrijdag 4 september 2026
TU Delft: vrijdag 21 augustus 2026
Ook in Amsterdam is er het nodige nieuws te melden over de
tram. De IJtram, GVB-lijn 26 naar IJburg, is doorgetrokken naar een voorlopig
nog onbebouwde zandvlakte, waar de bewoners straks meteen een tram voor de deur
hebben. En sinds kort kun je maar liefst 18 keer per uur de tram nemen van station
Amsterdam Zuid naar het centrum van Amstelveen, met lijnen 5, 6 en 25. Zie HIER
> > >
![]()