
Het nieuwe busstation van Groningen, met wat ongemakkelijke zitjes
Meestal gebeurt er niet zo gek veel in het openbaar vervoer in
Nederland. In onze dynamische, snel veranderende wereld, blijven in het OV de
molens langzaam draaien, en blijft alles van jaar tot jaar in grote lijnen
hetzelfde. Deze zomer toch ineens een aantal nieuwe zaken – toegegeven: soms
niet meer dan half af, of half werk – die
de aandacht vragen op De digitale reiziger.
Actualiteit heeft altijd voorrang, dus ik onderbreek mijn
tijdloze reeks over het stadschoon en de musea van Keulen graag voor een
kwartet Nederlandse nieuwigheden in het OV. Dat zijn: trolleybussen 2.1 in en
om Arnhem (die voorshands niet rijden), het busstation van Groningen (waar het
wél marcheert), het Nederland Dal Vrij-treinabonnement (hét voorbeeld in deze
reeks van half werk) en de busbaan langs de N206 in Katwijk (half af, maar er
is goede hoop dat de rest binnenkort afkomt).

Trolley 2.0 in Oosterbeek.
Archief De digitale reiziger
(2024)
2 jaar geleden was er ook ineens iets nieuws in OV-land: de
trolley 2.0 en de Rijnlijn Arnhem – Wageningen. Die 10 trolleybussen van het type
Solaris Trollino waren de eerste in Arnhem, en daarmee ook de eerste in
Nederland, die zowel konden rijden onder een stroomdraad als op een accu aan
boord. Tijdens het rijden onder de draad wordt de accu opgeladen, zodat ze nog
een eind op eigen kracht verder kunnen, als de bovenleiding ophoudt.
Dat gold voor die Rijnlijn, lijn 352. Van het Willemsplein
in Arnhem reed hij tot De Oude Herbergh, op de grens van Oosterbeek en Doorwerth, via
het trolleynet. Daarna op z’n eigen houtje via Doorwerth, Kievitsdel, Heelsum
en Renkum naar het busstation in Wageningen. Daar is geen oplaadpunt, dus de
bus moest ook weer op eigen kracht terug kunnen rijden naar Oosterbeek.
Dat lukte allemaal, dus werd het nu tijd voor een nieuwe
stap, doortrekking van de lijn. De dag was, of had moeten zijn: zondag 28 juni 2026.
Die dag ging de nieuwe concessie Arnhem-Nijmegen-Foodvalley in. Dat is de opvolger van de concessies Arnhem-Nijmegen
(Hermes - Breng) en Veluwe-Zuid (Keolis
– RRReis). Die nieuwe concessie wordt gereden door Keolis onder de merknaam RRReis.
In Veluwe-Zuid gold sinds december 2022 een noodconcessie
voor de periode van 2 jaar. De nood bestond er onder andere uit dat de
elektrische bussen op accu, die er al reden, werden vervangen door dieselbussen;
een stap terug. Ik schreef erover in die winter. Die noodconcessie werd nog
eens met anderhalf jaar opgerekt, maar zit er nu echt op.
Voor de Rijnlijn - wat nu geloof ik echt de officiële
benaming is – betekent dat: exploitatie met een nog revolutionairdere trolleybus,
die niet ten onrechte Trolley 2.1 gedoopt is. Het gaat om maar liefst 69
hybride trolley’s, waaronder zowel ongelede als gelede exemplaren. Ze komen uit de fabrieken van
Yutong, de Chinese busbouwer die de afgelopen jaren al veel bussen geleverd
heeft aan Nederlandse vervoersbedrijven.
De Rijnlijn is wegens dat heuglijke feit omgenummerd van 352
tot 303, en aan beide zijden verlengd. Hij begint nu in Velp, rijdt via Arnhem
naar busstation Wageningen en daarvandaan naar station Ede-Wageningen.
Met die nieuwe Trolleys 2.1 hebben ze nog veel grotere
plannen in Arnhem en omstreken. Veel streeklijnen, waarop tot dusverre geen
trolleys rijden, krijgen straks die Yutongs. Volgens opgave in de Wikipedia OV
in Nederland gaat dat om de volgende lijnen:
9 Arnhem Centraal – Schaarsbergen;
32 Arnhem Centraal – Huissen Bergerden;
36 Arnhem Centraal – Driel – Heteren;
62 Arnhem Centraal – Westervoort - Duiven;
303 Rijnlijn, zoals gezegd;
306 Arnhem HAN – Centraal – Elst (Gld) – Oosterhout (Gld) – Lent – Nijmegen
station – HAN/Radboud Universiteit. Ik hoop toch echt, dat ze voor deze lijn de
naam HAN-lijn zullen verzinnen. HAN is de Hogeschool Arnhem Nijmegen.
Allemaal dus lijnen die beginnen op het trolleynet van
Arnhem en daarna uitwaaieren over o.a. de Etensvallei. Erg ambitieus, allemaal.
Ik heb ook andere lijstjes gezien dan dat hierboven. Maar het boegbeeld, de
Rijnlijn, zal toch wel met die nieuwe Yutongs rijden?
Op maandag 29 juni nam ik bus 303 van Ede-Wageningen naar
Arnhem, met een paar fotomomenten onderweg. Tot mijn teleurstelling was de
eerste bus waarin ik zat, een fanatiek ronkende, wat amechtig klinkende diesel.
Dat gold ook voor de volgende en daarop volgende bus die ik nam, en ik zag me
ook geen enkele bus tegemoet komen met een trolleybeugel op het dak.

Trollybusstation bij Arnhem Centraal
Aangekomen in bij Arnhem Centraal, zag ik ze ook niet op het
rijtje van lijnen hierboven, en zelfs niet op lijnen waarop als vanouds al trolleybussen
reden. Was de stroom soms uitgevallen? Ik las er niets over, noch ter plaatse,
noch in de nieuwsmedia.
Teleurgesteld droop ik af, om de volgende dag te lezen dat
de Yutongs geen toestemming hadden van Rijkswaterstaat om de weg op te gaan.
Alweer zo’n vast programmapunt bij het circus dat concessiewisseling heet. Het
gebeurde ook in 2024 bij Qbuzz in Zuid-Holland Noord, al ging dat om oude
bussen en niet om nieuwe.
Keolis verzekert ons dat ze voldoende dieselbussen in
reserve hebben om alle ritten te rijden die in de nieuwe dienstregeling staan. Dat
is goed nieuws; het zal de meeste reizigers vermoedelijk een biet zijn of er
een trolley- of dieselbus komt voorrijden aan de halte.

2 bussen op lijn 303 in de ‘busloods’ zoals ik hem noem, bij
Arnhem Centraal. De rechter bus heeft de linker ingehaald, die hier al een
kwartier staat met panne.
Op donderdag 2 juli toog ik opnieuw naar Arnhem. Dat vooral
om het ritje met lijn 303 naar Velp af te maken; dan maar in een dieselbus als
het niet anders kon. Daarna helemaal terug naar Ede-Wageningen.
De Rijnlijn is 34 km lang en de bus doet gemiddeld een
minuut of 80 over de rit; in de spits wat langer en in de late avonduren wat
korter, zoals te verwachten valt. Bij busstation Wageningen en bij Arnhem
Centraal staat hij soms vervelend lang stil. Toch heeft hij niet eens zo’n heel
slechte gemiddelde snelheid voor een wat aparte kruising tussen een snelbus en
een stadsbus.
Hieronder een korte fotorapportage in hodologische volgorde
van Velp tot Ede-Wageningen. Hodologisch is net zoiets als chronologisch, maar
dan niet in de tijd maar langs de weg.
Oh ja: de Foodvalley is een samenwerkingsverband van
gemeenten in een regio waar men enthousiast innoveert en onderzoekt op het
gebied van voeding. De kreet is geïnspireerd op Silicon Valley in Californië.
De gemeenten die er deel van uitmaken zijn, niet in hodologische, maar in
alfabetische volgorde: Barneveld, Ede, Nijkerk, Renswoude, Rhenen,
Scherpenzeel, Veenendaal en Wageningen.
Dieselbus onder bovenleiding in het dorpshart hart van Velp.
Velp is een rustig, rijk, groen, doch voor een foto weinig
opzienbarend forenzendorp ten oostnoordoosten van Arnhem. Hier maakt de
trolleybovenleiding een lus op een rotonde, aan de rand van het dorp, bij kruispunt
Broekhuizenweg / Zutphensestraatweg. Dit is tevens het eind- /beginpunt van de
Rijnlijn.
De Rijnlijn maakt op zijn eerste 12 km gebruik van het
Arnhemse trolleynet, waar met ingang van 1949 heel lang de stamlijn, lijn 1 Velp
– Oosterbeek, heeft gereden. Ik herinner me vaag, dat de trolleybus vroeger een
ander eindpunt had in Velp. De bussen
reden een lus door de stille lanen van het villapark Velp Noord, nabij Rozenburg
(Gelderland), die kleine miljonairsgemeente die vaak het eerste is met de
verkiezingsuitslagen. Die rit van mij moet lang geleden zijn; de lus door
Velp-Noord is in 2002 opgeheven.
Nog vager - ik was
een jaar 11, denk ik - herinner ik me dat we een keer in Velp op visite waren bij
een nogal weelderig vrijstaand huis aan de Zutphensestaatweg, waar die
trolley’s om de 10 minuten langsraasden.
Ik vond dat een intrigerende vorm van OV, maar wij waren met
de auto vanuit Deventer, en een ritje met de bus zat er niet in. Bij wie was
dat ook alweer? De weduwnaar van een halfzus van een aangetrouwde tante geloof
ik; doet er ook niet toe. Het moet in een van de kasten van huizen zijn geweest
waar de Rijnlijn nu langs rijdt.


Net over de gemeentegrens met Arnhem zie je aan je
rechterhand het Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen en Museum Bronbeek. Het
landgoed met het opvallende landhuis Bronbeek staat hier sinds 1820. Ooit was
het eigendom van koning Willem III die er een tehuis voor veteranen in
stichtte. Vitesse heeft er nog gevoetbald, in de tijd dat voetbal een amateursport
was voor gentlemen, en we nog veraf waren van de huidige profclub met een
gammele financiële huishouding.
In de tuin van Bronbeek is een bloemperk met de datum
02-07-2026 geschreven in bloemen. Is de datum 2 juli 2026 een gedenkdag in de
rijke historie van Bronbeek? Nee, nee, het is de datum van vandaag (tevens de
middelste dag van dit niet-schrikkeljaar, tussen haakjes). Blijkbaar actualiseren
de tuinlieden elke dag de kalender; bijzonder.
Ik ben even uitgestapt voor die foto, en neem een kwartier
later de volgende bus; helemaal tot Ede-Wageningen.
Verder gaat het langs de brede kantorenallee die luistert
naar de naam Velperweg. De Raapopseweg is een bijzondere straat- en haltenaam. Evenmin
als bij Moscowa weten ze exact waar die naam vandaan komt. Raapop was een
landgoed, maar waarom dat zo heette??
Verder volgen we tot Busstation Wageningen de route die al beschreven staat in
het stuk uit 2024. Bij Kievitsdel, een buurtschap tussen Doorwerth en Renkum met
ook weer wat rijkere woningen, halen we bus 103 in. Die rijdt ook van Arnhem
naar Wageningen, maar volgt een meer kronkelige route door Oosterbeek,
Heveadorp en Renkum. Het is de opvolger van lijn 51.
Een heel aantrekkelijke, gevarieerde route, al met al, die
deze Rijnlijn volgt: door steden en over buitenwegen, langs bossen en door
hypermoderne kantorenstraten, voorbij eeuwenoude landgoederen en voor de deur
stoppend van innovatieve voedselinstituten.
In die laatste grossiert de WUR, Wageningen University &
Reserach, het brein van de Foodvalley. Lijn 303 doet in Wageningen vrijwel alle
gebouwen en terreinen aan van die universiteit, waaronder de grote campus in
het noorden van de stad.

Ik maak daar nog een foto. De opmerkelijke lezer zal
opmerken: ‘hij ging toch in één ruk door naar het eindpunt?’ Maar die foto heb
ik eer-eergisteren al gemaakt: op 29 juni.
Als ik uitstap, hoor ik een instappende student zeggen: ‘Die
nieuwe lijn vind ik nou niet echt een succes’. Maar ik hoor niet meer wat hij
er precies aan vindt mankeren. Wageningen en daarmee de WUR is toch bereikbaar
met een keur aan buslijnen: de Edese stadsbus lijn 3 via Bennekom, de al
genoemde lijn 103 via het ziekenhuis in Ede, en er komt na de zomervakantie nog
een speciale Campuslijn die in de ochtend- en vroege middagspits van
Ede-Wageningen rechtstreeks naar Wageningen rijdt, en een rondje maakt over de
Campus. Lijn 303 rijdt in de spits dan ook nog eens elke 10 minuten.
Ook komt er een rechtstreekse Snelbus van de
Radboud-Universiteit naar Wageningen, via de kortste route. Daar plaats ik wel een
vraagteken bij; een speciale lijn om 2 universiteiten met elkaar te verbinden?
Je studeert er meestal maar aan één, toch?
De Rijnlijn neemt de E35 (een oorwurm van Roek Williams in dank
aanvaard!) en stopt in Ede alleen nog aan de Horalaan. Overigens heb ik vanuit
de Rijnlijn zijn naamgever de (Neder)Rijn nergens gezien, maar in de buurt van
Museum Arnhem zou je er tussen de bomen misschien een glimp van kunnen
opvangen.
Ook vandaag geen Trolley 2.1 gezien en er sindsdien ook
niets meer over gehoord. Ik kom (er) in de herfst nog wel eens (op) terug.

Ede-Wageningen. Links: diesel op lijn 303

De onderdoorgang onder het kantoor van UWV
Archief De digitale reiziger (2018)
Voor dinsdag 7 juli 2026 stond een retourtje Groningen op
mijn programma om het op zondag 28 juni in gebruik genomen busstation bij het
Hoofdstation te bewonderen. Voor mijn doen vroeg uit de veren, dat was het plan,
de eerste trein na 9:00 nemen vanaf Leiden Centraal, en reizen op de klok van
vieren: vóór 16:00 uur de terugtocht aanvaarden. 19:30 thuis; er stond nog een
gezond diner in mijn koelkast.
Helaas kon ik die nacht niet goed slapen, ging in arren
moede maar kijken naar VS – België (1-4),
die beruchte wedstrijd waarin de USA een speler mocht opstellen die eigenlijk
geschorst was, dank zij een een-tweetje van Trump en de opper-voetbalbobo
Infantino. Een alleszins boeiende pot voetbal, maar na de eerste helft ging ik
toch maar weer naar bed. Ik werd wakker op een tijdstip dat ik al in de trein
had moeten zitten, en schrapte het dagje Groningen van de agenda.
Dan de 2e helft maar terugkijken. Daarna dacht ik: wat moet
ik de rest van de dag nou doen? Spontaan besloot ik om toch maar naar Groningen
te reizen. Daar zou ik in het gunstigste geval om 14:42 aankomen, wat laat voor
op een dagtocht, maar waarom niet? Als singele pensionado is er niemand die me
tegenhoudt.

Lekker belangrijk, dit hoofdstuk, tot dusverre. Iets meer
over de geschiedenis van het busstation van Groningen. Dat is vooral de
geschiedenis van 100 jaar chaos. Zo rond 1926 waren er talloze busmaatschappijen
actief in de provincie, die allemaal hun eindpunt hadden bij een café in Stáád.
Allemaal bij hun eigen café, dat dienst deed als wachtkamer.
In 1930 vestigden de grootse busbedrijven GADO en DAM zich
uit eigen beweging op de Grote Markt, onder de Martinitoren. Maar de politie
joeg ze daarvandaan, en nam zelfs de bussen in beslag. Verhalen uit de oertijd
van het busvervoer, die je in vrijwel elke streek kunt optekenen.
Het zou tot 1953 duren voordat het busstation bij het
Hoofdstation in gebruik zou worden genomen. Daarvoor, maar ook nog daarna,
waren er nog andere busstations in de stad: op de Grote Markt (nu legaal), op
het Zuiderdiep, en nog een paar plaatsen aan de rand van het centrum voor
sommige bussen uit de regio. Die van de DAM (Damster Auto-Maatschappij) aan
het Damsterdiep; hoe kan het ook anders.
Maar feitelijk bleef de chaos uit de jaren 20 van de vorige
eeuw voortduren tot de 20’s van de huidige; tot/met zaterdag 27 juni 2026.
Op het stationsplein waren er meerdere plukken met
busperrons, van elkaar onderscheiden met letters die vaak niet eens in
alfabetische volgorde stonden. Overal in de omgeving van het station moest je
als voetganger of fietser goed op je tellen passen; de bussen volgden voor
buitenstaanders echt ondoorgrondelijke routes. Eén daarvan voerde zelfs nog net
niet door het kantoor van het UWV heen. Onder dat kantoor was een onderdoorgang
voor bussen die op weg waren naar een standplaats. Die was dan weer te laag
voor de dubbeldekkers naar Emmen, die op bijna een halve kilometer bij het
station vandaan moesten keren.
Allemaal voorbij nu, dank zij het project Spoorzone. Dat
behelsde een complete makeover van het spoorwegstation dat in de Groningse
volksmond het Hoofdstation heet, maar officieel alleen maar Groningen; ook geen
Centraal, of zo. Dat ging een jaar geleden open. De regionale Arriva-treinen
hebben er sindsdien niet meer hun eindpunt, maar rijden erdoorheen, wat vele
extra rechtstreekse verbindingen opleverde dwars door de provincie, en ook richting
Friesland. Ik was er op doorreis terug van een Interrailvakantie in Denemarken
en plaatse er een paar foto’s van in een mapje met vakantiefoto’s, getiteld ‘Op
doorreis’.

Het nieuwe busstation is een platform aan de zuidzijde, dus
de niet-centrumzijde van het station. Je bereikt het vanuit de stationshal. Het
is meteen een lust voor het oog voor wie het oude busstation nog voor ogen
heeft: overzichtelijk.
De opzet ervan lijkt op die van de busstations van Breda,
Tilburg en Zwolle: heel langwerpig, met aan beide zijden busperrons. Je bereikt
het via roltrappen en liften, die vaak defect zijn (maar dat is overal zo). Ook
is er kritiek op de wachtruimte, die wel overdekt is, maar waardoorheen de wind
en regen vrij spel hebben. Het valt mij niet zo op; het is vandaag een zwaar
bewolkte, doch tot nu toe droge en vrij warme dag. Bovendien: er is overal wel
wat, en het is in ieder geval beter dan hoe het was.
Het busplatform is verdeeld in 2 helften, A en B, met in
totaal 11 perrons die elk lang genoeg zijn voor 2 gelede, of 3 ongelede bussen.
Elke lijn heeft zijn vaste perron, en elk perron heeft een plukje van lijnen
die er stoppen.

Het platform heeft 3 uitgangen: een tunnel naar het noorden
(rechtsboven op de foto), een uitrit zonder tunnel naar het westen (linksonder)
en een lange tunnel naar het zuiden (rechtsonder) met een bocht naar het oosten.
Aan beide koppen van het busstation kunnen bussen een haarspeldbocht maken van
de ene zijde naar de andere. De stroom bussen kruist nergens het pad van
voetgangers.
Overal staan borden met digitale reisinformatie, zowel per
perron als in totaal. Ik probeer te schatten hoeveel bussen hier per dag zullen
vertrekken. Zelfs de bekende AI-bots weten het precieze aantal niet; terwijl
die toch als het goed is, alles op deze wereld weten. Maar op alle borden bij
elkaar zie ik zo’n 30 vertrekmomenten voor het komende halfuur; dat is één per
minuut. Dat zou neerkomen op 1440 per etmaal, ware het niet dat er in de nacht
niet zo gek veel bussen zullen rijden, maar dan wel weer in de spits wat meer.
Ik kom op ruim 1000 per doordeweekse dag.

Het aantal lijnen dat dit station aandoet, is wel
gemakkelijk te tellen; er hangen lijstjes met de perronnummers per lijnnummer.
Het zijn maar liefst 45 lijnen. Op één na zijn het stads-, streek en
nachtbussen, Q-links en Q-liners van Qbuzz, die behoren tot de concessie
Groningen – Drenthe. De enige vreemde eens in de bijt is lijn 401, de non-stop
treinvervangende Arriva-bus naar Leer, Duitsland. Maar het zit er in dat deze
bus binnenkort weer plaatsmaakt voor de trein die hij 11 jaar lang vervangen
heeft.
De echte exoten, bussen van Flixnet en andere particuliere
busmaatschappijen, vind je hier niet. Die staan nog steeds aan de centrumzijde
van het station op hun passagiers te wachten.
Het is rustig op dit tijdstip; stilte voor de storm van de
avondspits, plus het feit dat de zomervakantie in het noorden al op maandag 29
juni is uitgebroken.

Zuidhorn
Het is pas 15:45 als ik hier de hele boel gefotografeerd
heb. Ik zou eigenlijk net zo goed meteen in de trein terug kunnen springen.
Maar ik wil nog wel ergens in het achterland mijn wandelkilometers voor vandaag
maken. Ik maak er vandaag een reis op halfzeven van; terug na de avondspits, en
eet op de terugweg wel iets ongezonds in plaats van die gezonde hap in de
koelkast.
Heel de provincie Groningen vormt het achterland van het
spoorweg- en busstation van Stáád. Ik kies Zuidhorn uit als bestemming voor
deze late middag. Niet helemaal willekeurig; ik logeerde in dat ‘voornamelijk
uit rustige parken bestaande forenzendorp’, zoals ik het toen formuleerde op de
voorloper van deze site, rond de
eeuwwisseling vaak bij een toenmalige goede vriend.
Die belandde achteraf gezien, psychologisch geredeneerd,
volgens mij in een soort van midlifecrisis. Hij zocht en kreeg nieuwe vrienden,
nieuwe vrouwen-van-zijn-leven, nieuwe levensopvattingen, en hij verhuisde naar
andere woonplaatsen dan Zuidhorn. Dat
laatste kon ik beter begrijpen dan de rest van dat lijstje.
Hij raakte uit zicht; zo gaan dingen soms. Vorig jaar ging
ik nog eens naar hem googelen. Zijn website bleek opgeheven, een veeg teken. Na
diep doorspeuren vond ik een mededeling van zijn overlijden.
Wat moet ik er nog van zeggen? Ex-vrienden blijven toch
ergens nog vrienden. Over de doden niets dan goeds, dat moet het slotwoord maar
zijn.
Dat verhaal over die vriend is dus afgesloten. Ik wil
vandaag vooral naar Zuidhorn uit nieuwsgierigheid naar wat ik nog herken van
dit geheugenreservaat, waar ik in 2002 voor het laatst een voet aan de grond
heb gezet. Ik pak de Arriva-trein richting Leeuwarden en stap 8 minuten later
uit in Zuidhorn.
De treindienstregeling is veranderd. Indertijd kruisten de
stoptreinen Groningen-Leeuwarden hier elkaar op het hele en halve uur. In de
tussentijd zijn er op dit traject ook sneltreinen gaan rijden. Om dat mogelijk
te maken, is onder meer het spoor tussen Zuidhoorn en Grijpskerk verdubbeld.
Verder werd de stationsomgeving verrijkt met een heus
busstation, met 4 perrons, genoeg voor een uurdienst Surhuisterveen – Groningen
(lijn 39), een halfuurdienst naar de universiteit (Q-liner 2) en een buurtbusje.
Daarvoorbij begint De Gast, in dit dorp waar ik ooit te gast
was. Dat is een weg met aan weerszijden monumentale woningen, die er bij het
sombere weer van vandaag uitzien als spookhuizen.

Als ik achterom kijk, zie ik spoorbomen dalen. Een minuut of 10 later zie ik dat opnieuw, maar dan vóór me. Hoe kan dat nou? Loopt hier dan nog een andere spoorlijn dan die naar Leeuwarden? Nee, het is een brug, de Riek Sennemabrug, genoemd naar een verzetsstrijdster.
Het is een van de zeldzame voorbeelden in Nederland van een
tafelbrug. Om een schip door te laten, stijgt het complete wegdek een meter of
3, opgetild door een hydraulisch systeem. Nooit zoiets gezien! Hij ligt over het van
Starkenborghkanaal dat hier tussen Zuid- en Noordhorn doorloopt. In 2018 heeft
de brug een voorganger uit 1932 vervangen. Het monument rechtsonder op de
fotocollage is gemaakt van restanten van de oude brug.
De weg van het station naar mijn logeeradres van weleer vind
ik nooit meer, als ik daar nog behoefte aan zou hebben; het was 7 keer rechtsaf
en 8 keer linksaf. De dorpskern komt me nog maar heel vaag bekend voor. Hebben
we ooit niet gegeten bij die Chinees in dat straatje, en bij de Opstal op de hoek?
Bus 39 naar Groningen vertrekt rond halfzes van het station.
Ik was van plan om die bus te nemen om het nieuwe
busstation van Groningen binnen te rijden. Maar die bus blijkt meteen na
station Zuidhorn de provinciale wegen te kiezen en stopt niet in het dorp.
Het begint nu te motregenen, dus ik loop terug naar het
station om de trein te nemen. Die bus is al weg. En om hier nog een uur door te
brengen, nee. Dit hoofdstuk is afgesloten.
In het begin van dit artikel had ik het over half af. Dat is
ook de status van het artikel zelf. De rest volgt zeer binnenkort; beloofd!
Frans Mensonides
17 juli 2026
Er geweest: Arnhem en de Foodvalley: maandag 29 juni en donderdag 2 juli 2026;
Zuidhorn lang geleden, en opnieuw op dinsdag 7 juli 2026
![]()