Nr. 319 - zondag 18 januari 2026 (week 3)
Mijn museum-6-daagse (5): Het Spoorwegmuseum

LAATSTE ZES AFLEVERINGEN

318. MIJN MUSEUM-6_DAAGSE (4): DESIGN MUSEUM DEN BOSCH (11/01/2026)
317. MIJN MUSEUM-6-DAAGSE (3): DE KUNSTENAARSFAMILIE TER BORCH (28/12/2025)
316. MIJN MUSEUM-6-DAAGSE (2):  KUNSTENAARSDORPEN - HET JAAR 1913 (14/12/2025)
315. MIJN MUSEUM-6-DAAGSE (1): THUIS IN DE 17e EEUW (07/12/2025)
314. 'DE BORSTPARTIJ ROEPT VRAGEN OP'; DE ONBEKENDE MEESTER I.S. (09/11/2025)
313. TWEEDE KAMER 2025: IK STEMDE TEGEN TRUMP (02/11/2025)


FHM’s A-viertjes is een rubriek op de Thuispagina van Frans Mensonides, die Henk als middle name heeft en dus FHM als initialen.
FHM’s verschijnt altjd op zondag, maar niet elke zondag



Replica uit 1939 van De Arend, een van de eerste locs in Nederland. Hij kan echt rijden. De originele Arend heeft dienst gedaan van 1839 tot 1863 en is daarna gesloopt.

 
De laatste aflevering  van mijn musuem-6-daagse, die in deze rubriek een 6-weekse is geworden.  De Lezer, geïntroduceerd in de vorige aflevering, beloofde mij, me op zijn Vriendenloterij-pas mee te tronen naar ‘Het mooiste en leukste van alle musea’ in Nederland, waaraan hij meerdere bezoeken per jaar aflegt.

Dat bleek niets anders te zijn dan Het *) Spoorwegmuseum in en bij het oude Maliebaanstation in Utrecht. Uitgerekend zijn lievelingsmuseum kreeg in mijn ‘Vakantieplakboek’ uit de zomer van 2005 een verwoestend slechte recensie. Dat was dus 20½ jaar geleden, en daarna had ik er ook nooit meer een voet gezet.

*) De Lezer spelt Het Spoorwegmuseum altijd met een hoofdletter H, hoewel ze dat zelf niet meer doen. In het verleden was dat wel het geval, en toen is Het Spoorwegmuseum een keer terecht gekomen onder de H in een telefoonboek vol fouten, zodat niemand het meer kon vinden. Nederlands(ch) Spoorwegmuseum heeft het ook nog geheten.

Ik beklaagde me in die zomer van ’05 over: ‘De verpretparking, (…) de vercommercialisering van wat ooit een leuk, stoffig dwaalmuseum was’. Naar mijn smaak zag ik veel te veel Efteling-achtige attracties die slechts een los, of helemaal geen verband hielden met het spoorwegwezen. Ik miste de informatie waarvoor je naar een museum gaat; ik vond het open magazijn gesloten.

Zwaar teleurgesteld, nam ik me voor, het museum in de jaren ’10 maar eens over te slaan. Zo gezegd, zo gedaan. Maar nu zijn de 20’s al over het midden, en de Lezer vond het tijd voor een herkansing.

Dat was beslist een goed idee. Er is veel veranderd in 20½ jaar tijd; misschien meer met mezelf dat met Het Spoorwegmuseum. Ik was in ’05 een kritische veertiger, en ben sindsdien 20 jaar milder en ouder geworden. En ik deed toen Het Spoorwegmuseum omdat ik 's morgens toch al in Utrecht wezen moest, en de middag nog over had.  Maar voor zo'n prachtmuseum moet je echt een hele dag uittrekken.

Naast die 20 jaar maakt ook dat halve jaar een heel verschil. Die dag in 2005 was het hartje zomervakantie. Deze keer deden we Het Spoorwegmuseum 2 dagen voor Sinterklaas, een dag dat de meeste Nederlanders veel te druk waren met surprises om een museum te bezoeken. Naast ons, liepen er alleen hier en daar wat (groot)ouders met nog niet leerplichtige kinderen rond; heerlijk rustig.

Daardoor konden we ook de catacomben bezoeken, waarvoor op die zomerdag rijen stonden van een minstens een uur. Daar bleven toch nog een paar kritiekpunten van mij overeind, die ik echter welwillend heb ingeslikt.

In de ene catacombe was onder meer het niet onverdienstelijk nagebouwde station d'Eenhonderd Roe te zien. Dat station lag ongeveer op de plek in Amsterdam waar nu het Westerpark is.  Het station zag op 20 september 1839 de allereerste trein uit de Nederlandse geschiedenis vertrekken richting Haarlem. Het heeft maar een paar jaar bestaan.

Maar je kunt in die wat duistere kelder in Het Spoorwegmuseum de locatie verkennen vanuit een spookhuis-karretje met een paar onverwachte bochten en afdalingen. ‘Stalen Monstrers’ heet deze attractie. Voor een beschrijving ervan door iemand met een meer gedetailleerde herinnering aan zijn rit dan ik, zie de gelinkte pagina in de Wiki.

Ook uit de Wiki: de Vuurproef, onder meer bestaande uit een ook alweer adembenemende cabinerit in een simulator. Die voert door een on-Nederlands fantasielandschap.

Het hoeft voor mij allemaal niet persé, maar de aantrekkingskracht ervan voor kroostrijke gezinnen, die snap ik wel.

Archief De digitale reiziger (2005)

Maar waar is het in spoorwegmusea onmisbare mini-treintje gebleven, dat in 2005 zijn rondjes reed voor de allerkleinsten (hier op archieffoto)? De sporen voor het treintje zijn verlegd, en het  gaat in de toekomst weer rijden.

Veel leuker dan de kermistoestellen vond ik een meer realistische simulatie in de cabine van een Sprinter. Daar mag je tijdens een sterk ingekorte rit Den Bosch – Utrecht zelf aan de knoppen zitten, de trein laten optrekken en remmen, en je krijgt feedback over wat je goed en fout doet. Welke kind tussen 4 en 104 wil dat niet: zelf een trein besturen?

Sprinters (ook SGM genaamd, Stadsgewestelijk Materieel), hebben dienst gedaan van 1975 t/m 2021, vooral op trajecten met korte onderlinge stationsafstanden, zoals de Zoetermeerlijn. Pas vanaf 1975? Bij mijn eerste bezoek aan Het Spoorwegmuseum, in 1972 op Tienertoer met broertje en neef, bestonden ze dus nog niet eens (de Zoetermeerlijn ook nog niet), en nu zijn ze een museumstuk.

 

Een selectie uit het verder tentoongestelde:

Linksboven een ‘Sik’ uit 1951. Deze kleine locs werden vooral gebruikt voor het rangeren van goederentreinen.

Rechtsboven: de Draaischijf. Elke zichzelf respecterend spoorwegmuseum heeft wel een nog werkelijk draaiende draaischijf in de collectie. Hij werd en wordt gebruikt om stoomlocs op het juiste spoor te krijgen, meestal om ze 180 graden te draaien voor de terugeis. Ze konden maar in één richting rijden. Deze draaischijf – hier op Youtube – is bijna een eeuw oud en is vervaardigd in Maagdenburg.

De dieselloc op de schijf is even oud als ik, en heeft goederentreinen getrokken.

Linksonder: restant van het spoorwegkruispunt bij Blauwkapel, even ten oosten van de stad Utrecht. De spoorbaan Hilversum – Lunetten, waaraan station Maliebaan ligt, kruiste daar de Centraalspoorweg Utrecht Amersfoort – Zwolle – Kampen. Dit gelijkvloerse kruispunt is nog niet zo lang geleden opgebroken, nl. in het Hemelvaartsweekend van 2022.

Rechtsonder: Blokkendoos uit 1928. De Blokkendoos, ook wel materieel ’24 of elektrisch buffermaterieel genaamd, dankt zijn bijnaam aan zijn weinig gestroomlijnde uiterlijk. Na de oorlog werden ze wel gebruikt als goederenlocomotief. Ze doken tot in de jaren 70 soms ook op als wagon in een getrokken trein.

Een blik in het koninklijk rijtuig, een verbouwd 1e-klas intercityrijtuig dat in 1993 in gebruik is genomen en in 2024 aan het eind van zijn levensduur was. Te zien onder andere: een paar schoenen van Máxima en een das van Willem-Alexander, al kan ik niet garanderen dat die kledingstukken echt van het koninklijk paar geweest zijn.

Tot slot een collage van bordjes die ook zonder verdere uitleg een doorkijkje geven op lang voorbije tijden.

Het spoorwegmuseum biedt ook een probaat medicijn tegen de ‘museumbenen’ waarover ik het in de vorige aflevering had. Even rustig zitten in het Stoomtheater voor een spannende reis met de Oriënt Expresse.

Wij kwamen in Het Spoorwegmuseum met de pendeltrein vanaf Utrecht Centraal. Die trein stopt onderweg op Utrecht Overvecht, rijdt daarna nog een klein stukje door richting Bilthoven, over de plek waar de spoorwegkruising lag, en steekt dan achteruit het spoor naar het Maliebaanstation op. Dit is nog de enige spoorweg naar Het Spoorwegmuseum; de verbinding met station Lunetten is in 2009 opgeheven.

Volgens een hardnekkige roddel kun je vanaf Utrecht Centraal sneller naar Het Spoorwegmuseum lopen dan de pendeltrein nemen. Dat deden wij op de terugweg, maar het klopt echt niet. De trein doet het in 18 minuten en voor de wandeling staat 22 minuten, maar zeker een stijf halfuur met museumbenen.

FHM
18 januari 2026
Er geweest: woensdag 3 december 2025

P.S.: Een ticket voor Het Spoorwegmuseum is nog steeds knap duur, maar je bezoek is wel gratis met de Museumkaart of de VIP-pas van de Vriendenloterij. Er dient wel een tijdslot voor gereserveerd te worden.

 





© Frans Mensonides, Leiden, 2026