LAATSTE
ZES AFLEVERINGEN
318. MIJN MUSEUM-6_DAAGSE (4): DESIGN MUSEUM DEN
BOSCH (11/01/2026)
317. MIJN
MUSEUM-6-DAAGSE (3): DE
KUNSTENAARSFAMILIE TER BORCH (28/12/2025)
316. MIJN
MUSEUM-6-DAAGSE (2):
KUNSTENAARSDORPEN - HET JAAR 1913 (14/12/2025)
315. MIJN
MUSEUM-6-DAAGSE (1):
THUIS IN DE
17e EEUW (07/12/2025)
314. 'DE
BORSTPARTIJ ROEPT VRAGEN OP'; DE
ONBEKENDE MEESTER I.S. (09/11/2025)
313. TWEEDE
KAMER 2025: IK STEMDE TEGEN TRUMP (02/11/2025)

Replica uit 1939 van De Arend, een van de eerste locs in
Nederland. Hij kan echt rijden. De originele Arend heeft dienst gedaan van 1839
tot 1863 en is daarna gesloopt.
De laatste aflevering
van mijn musuem-6-daagse, die in deze rubriek een 6-weekse is geworden. De Lezer, geïntroduceerd in de vorige
aflevering, beloofde mij, me op zijn Vriendenloterij-pas mee te tronen naar ‘Het
mooiste en leukste van alle musea’ in Nederland, waaraan hij meerdere bezoeken
per jaar aflegt.
Dat bleek niets anders te zijn dan Het *) Spoorwegmuseum in
en bij het oude Maliebaanstation in Utrecht. Uitgerekend zijn lievelingsmuseum
kreeg in mijn ‘Vakantieplakboek’ uit de zomer van 2005 een verwoestend slechte
recensie. Dat was dus 20½ jaar geleden, en daarna had ik er ook nooit meer een
voet gezet.
Ik beklaagde me in die zomer van ’05 over: ‘De verpretparking,
(…) de vercommercialisering van wat ooit een leuk, stoffig dwaalmuseum was’. Naar
mijn smaak zag ik veel te veel Efteling-achtige attracties die slechts een los,
of helemaal geen verband hielden met het spoorwegwezen. Ik miste de informatie
waarvoor je naar een museum gaat; ik vond het open magazijn gesloten.
Zwaar teleurgesteld, nam ik me voor, het museum in de jaren ’10
maar eens over te slaan. Zo gezegd, zo gedaan. Maar nu zijn de 20’s al over het
midden, en de Lezer vond het tijd voor een herkansing.
Dat was beslist een goed idee. Er is veel
veranderd in 20½ jaar
tijd; misschien meer met mezelf dat met Het Spoorwegmuseum. Ik was in
’05 een
kritische veertiger, en ben sindsdien 20 jaar milder en ouder geworden.
En ik deed
toen Het Spoorwegmuseum omdat ik 's morgens toch al in Utrecht wezen
moest, en de middag nog over had. Maar voor zo'n prachtmuseum
moet je echt een hele dag uittrekken.
Naast die 20 jaar maakt ook dat halve jaar een heel verschil.
Die dag in 2005 was het hartje zomervakantie. Deze keer deden we Het
Spoorwegmuseum 2 dagen voor Sinterklaas, een dag dat de meeste Nederlanders veel
te druk waren met surprises om een museum te bezoeken. Naast ons, liepen er alleen
hier en daar wat (groot)ouders met nog niet leerplichtige kinderen rond;
heerlijk rustig.
Daardoor konden we ook de catacomben bezoeken, waarvoor op
die zomerdag rijen stonden van een minstens een uur. Daar bleven toch nog een
paar kritiekpunten van mij overeind, die ik echter welwillend heb ingeslikt.
In de ene catacombe was onder meer het niet onverdienstelijk
nagebouwde station d'Eenhonderd Roe te zien. Dat station lag ongeveer op de
plek in Amsterdam waar nu het Westerpark is. Het station zag op 20 september 1839 de allereerste
trein uit de Nederlandse geschiedenis vertrekken richting Haarlem. Het heeft
maar een paar jaar bestaan.
Maar je kunt in die wat duistere kelder in Het Spoorwegmuseum
de locatie verkennen vanuit een spookhuis-karretje met een paar onverwachte
bochten en afdalingen. ‘Stalen Monstrers’ heet deze attractie. Voor een
beschrijving ervan door iemand met een meer gedetailleerde herinnering aan zijn
rit dan ik, zie de gelinkte pagina in de Wiki.
Ook uit de Wiki: de Vuurproef, onder meer bestaande uit een
ook alweer adembenemende cabinerit in een simulator. Die voert door een
on-Nederlands fantasielandschap.
Het hoeft voor mij allemaal niet persé, maar
de aantrekkingskracht ervan voor kroostrijke gezinnen, die snap ik wel.

Archief De digitale reiziger (2005)
Maar waar is het in spoorwegmusea onmisbare mini-treintje
gebleven, dat in 2005 zijn rondjes reed voor de allerkleinsten (hier op
archieffoto)? De sporen voor het treintje zijn verlegd, en het gaat in de toekomst weer rijden.

Veel leuker dan de kermistoestellen vond ik een meer
realistische simulatie in de cabine van een Sprinter. Daar mag je tijdens een
sterk ingekorte rit Den Bosch – Utrecht zelf aan de knoppen zitten, de trein
laten optrekken en remmen, en je krijgt feedback over wat je goed en fout doet.
Welke kind tussen 4 en 104 wil dat niet: zelf een trein besturen?
Sprinters (ook SGM genaamd, Stadsgewestelijk Materieel), hebben dienst
gedaan
van 1975 t/m 2021, vooral op trajecten met korte onderlinge
stationsafstanden,
zoals de Zoetermeerlijn. Pas vanaf 1975? Bij mijn eerste bezoek aan Het
Spoorwegmuseum, in 1972 op Tienertoer met broertje en neef, bestonden
ze dus nog niet eens (de Zoetermeerlijn ook nog niet), en nu zijn ze
een museumstuk.

Een selectie uit het verder tentoongestelde:
Linksboven een ‘Sik’ uit 1951. Deze kleine locs werden
vooral gebruikt voor het rangeren van goederentreinen.
Rechtsboven: de Draaischijf. Elke zichzelf respecterend
spoorwegmuseum heeft wel een nog werkelijk draaiende draaischijf in de
collectie. Hij werd en wordt gebruikt om stoomlocs op het juiste spoor te
krijgen, meestal om ze 180 graden te draaien voor de terugeis. Ze konden maar
in één richting rijden. Deze draaischijf – hier op Youtube – is bijna een eeuw
oud en is vervaardigd in Maagdenburg.
De dieselloc op de schijf is even oud als ik, en heeft goederentreinen
getrokken.
Linksonder: restant van het spoorwegkruispunt bij
Blauwkapel, even ten oosten van de stad Utrecht. De spoorbaan Hilversum –
Lunetten, waaraan station Maliebaan ligt, kruiste daar de Centraalspoorweg
Utrecht Amersfoort – Zwolle – Kampen. Dit gelijkvloerse kruispunt is nog niet
zo lang geleden opgebroken, nl. in het Hemelvaartsweekend van 2022.
Rechtsonder: Blokkendoos uit 1928. De Blokkendoos, ook wel materieel ’24 of
elektrisch buffermaterieel genaamd, dankt zijn bijnaam aan zijn weinig
gestroomlijnde uiterlijk. Na de oorlog werden ze wel gebruikt als goederenlocomotief.
Ze doken tot in de jaren 70 soms ook op als wagon in een getrokken trein.

Een blik in het koninklijk rijtuig, een verbouwd 1e-klas intercityrijtuig
dat in 1993 in gebruik is genomen en in 2024 aan het eind van zijn levensduur
was. Te zien onder andere: een paar schoenen van Máxima en een das van
Willem-Alexander, al kan ik niet garanderen dat die kledingstukken echt van het
koninklijk paar geweest zijn.
Tot slot een collage van bordjes die ook zonder verdere
uitleg een doorkijkje geven op lang voorbije tijden.

Het spoorwegmuseum biedt ook een probaat medicijn tegen de ‘museumbenen’
waarover ik het in de vorige aflevering had. Even rustig zitten in het Stoomtheater
voor een spannende reis met de Oriënt Expresse.
Wij kwamen in Het Spoorwegmuseum met de pendeltrein vanaf
Utrecht Centraal. Die trein stopt onderweg op Utrecht Overvecht, rijdt daarna
nog een klein stukje door richting Bilthoven, over de plek waar de
spoorwegkruising lag, en steekt dan achteruit het spoor naar het
Maliebaanstation op. Dit is nog de enige spoorweg naar Het Spoorwegmuseum; de
verbinding met station Lunetten is in 2009 opgeheven.
Volgens een hardnekkige roddel kun je vanaf Utrecht Centraal
sneller naar Het Spoorwegmuseum lopen dan de pendeltrein nemen. Dat deden wij
op de terugweg, maar het klopt echt niet. De trein doet het in 18 minuten en
voor de wandeling staat 22 minuten, maar zeker een stijf halfuur met
museumbenen.
FHM
18 januari 2026
Er geweest: woensdag 3 december 2025
P.S.: Een ticket voor Het Spoorwegmuseum is nog steeds knap
duur, maar je bezoek is wel gratis met de Museumkaart of de VIP-pas van de
Vriendenloterij. Er dient wel een tijdslot voor gereserveerd te worden.
