De digitale reiziger (115b)
Albatros! Albatros! Albatros! Heel erg lange trams in Antwerpen en Gent (2)

Albatros is de naam van een nieuw type tram dat sinds de zomer van 2015 de straten van Antwerpen en Gent opluistert – en daar niet onopgemerkt voorbijrijdt. Dat geldt zeker voor Gent, waar alleen de 7-delige variant rijdt, en wel op de lange lijn 1 (Flanders Expo – Evergem). Die tram heeft een lengte van maar liefst 43 meter en er kunnen niet minder dan 341 reizigers ingestouwd worden – waarvan er dan maar 72 een ´zetel´ kunnen bemachtigen.

De Albatros is genoegzaam geïntroduceerd in deel 1 van dit tweeluik, dat in Antwerpen speelde en waarnaar ik kortheidshalve moge linken. Daarom gaan we nu zonder veel omwegen en uitweidingen op pad naar Gent, waar deel 2 zich afspeelt.


Erheen


Deze foto is er echter een van Antwerpen Centraal, want daar moet je nu eenmaal overstappen als je naar Gent wilt.

Ik ben deze zaterdag de 29ste april 2017 nu eens, in tegenstelling tot die keer van Oberhausen, voor mijn doen vroeg uit de sponde gesprongen en stap al om 8:08 uur bij station De Vink op de trein. Ik heb er maar voor gekozen, naar dat buitenwijk-station te wandelen, omdat het stadsvervoer in Leiden op dit tijdstip nog niet helemaal op gang wil komen.

Het openbare leven doet dat ook niet op de nationale uitslaapdag die de zaterdag is. Alleen enig leven op het Korte Vlietkanaal. Er varen drie roeiboten met vroeg bij de pinken studenten. Instructies schallen over het water. Zo vroeg gebeurt er nog minder dan normaal in Leiden Zuidwest, door mij ooit omschreven als de meest onopvallende woonwijk van Nederland. Toch wordt hij binnenkort zowel decor als onderwerp van een theaterproductie. Hoe dat kan, daar kom ik binnenkort op terug.

Nu komt er ineens kabaal uit mijn telefoon. Wat is dat nou weer? Oh ja, mijn wekker.

Van station De Vink bereik je Gent-Sint-Pieters in drie uur plus een heel erg stijf kwartier – ongeveer de tijd die je van te voren op Schiphol moet zijn als je ergens heen wilt vliegen, deze week, met de huidige meivakantiedrukte. Tot afstanden van zo’n 400 à 500 kilometer is de trein echt sneller.

En die 22 minuten overstaptijd in de spoorkathedraal van Antwerpen Centraal kun je inderdaad gemakkelijk vullen met fotograferen en om je heen kijken. Zoals gewoonlijk wordt alweer een kleine 10 minuten van die tijd afgesnoept door de vertraging waarmee de trein Amsterdam– Brussel is binnen komen rollen. Die bereikt ook vandaag door werkzaamheden zijn eindbestemming Brussel Zuid niet en zal doodlopen op Brussel Airport Zaventem.

Ik stap over op de trein, de ‘Deense Neus’, naar Kortrijk waarvan nu wel weer de helft doorrijdt naar Lille. De andere helft strandt in Ieper. Het eindpunt Poperinge, het Roodeschool van Vlaanderen, is dit jaar niet minder dan 13 weekends alleen bereikbaar per bus.

Naast de koppeltjes groene militairen zijn op Antwerpen Centraal nu ook rode mannen van Securail actief, een soort spoorpolitie, ook twee-aan-twee.

 

Meer kilometers met minder lijnen!

Het Gentse tramnet op een lichtelijk verouderd kaartje uit de Wikipedia – maar een recenter heb ik niet kunnen vinden. De verlenging naar Zwijnaarde staat er nog maar als stippellijn op, de BraVoKo-werken (Brabantdam, Vogelmarkt en Kouter) zijn inmiddels voltooid, maar lijn 4 is momenteel wegens werkzaamheden gesplitst bij de halte Muide, waar je 200 meter moet lopen om verder te kunnen reizen.

In de eerste jaargang van deze site, zomer 1997, deed ik het tramnet van Gent, in een tamelijk melige aflevering. Dat net telde toen 11 lijnen en was 27 kilometer lang. Nu, 20 jaar later, is het aantal lijnen gekelderd naar 4 maar de netlengte gestegen naar 30 km. Hoe valt dat te rijmen?

Nou, in 1997 reden op enkele lijnen een hoop korttrajecttrams die dus niet de hele afstand van begin- tot eindpunt aflegden. En al die korttrajectlijnen hadden een eigen lijnnummer. Die wirwar is nu gesaneerd. Er rijdt geen tram minder door.

En 3 van de 4 lijnen die overbleven, hebben een verlenging ondergaan. Die gaan we eerst maar eens doen.


Lijn 4: UZ Gent

Als ik na aankomst op Sint-Pieters op zoek ben naar een kaartjesautomaat, word ik in kreupel Vlaams aangesproken door een Francofoon die de weg wil weten. Gek, in 1997 gebeurde precies hetzelfde, zij het op een andere plek in Gent. Iedereen denkt maar dat ik overal de weg weet!

Hij vraagt, welke tram hij moet nemen naar de binnenstad. Ik antwoord lijn 1 naar Evergem of Wondelgem. Maar daarmee is hij nog niet tevreden, want hij wil geloof ik ook nog dat ik hem aan het handje meeneem naar de halte. Hij mag het van mij zelf uitzoeken; ik ben zelf nog zoekende.

Als ik de automaat gevonden heb en me gewapend met een Dagpas naar de halte van lijn 4 begeef, spreekt een padvindstertje me aan, of ze mag vragen hoe oud ik ben. In Nederland zou ik zonder iets te zeggen doorgelopen zijn, maar in België probeer ik de daar heersende betere omgangsvormen op te brengen.
‘60’, antwoord ik naar waarheid.
‘Oh, dat is nou jammer. Als u nou 61 was… We interviewen vandaag alleen mensen van 11, 21, 31, enzovoorts.’
‘Nou, dat gaat dan dus niet door. Ik zou zeggen, spreek me dan in november nog maar een keer aan, want dan hoop ik mijn 61ste verjaardag te vieren.’

Te jong bevonden. Of 9 jaar te oud, zo kan ik ook redeneren. Verbazen zou ik me ook kunnen, maar dat doe ik op dagen in België al lang niet meer.

Lijn 4, Moscou – UZ (wat Universiteitsziekenhuis betekent), rijdt met PCC-tjes en HermeLijnen. Op schooldagen gaat hij overdag 8 keer per uur en op zaterdag 6 keer per uur.

Eerst rijdt hij een stuk op met lijn 21 naar Zwijnaarde; een stuk dat ik nog ken van mijn ommetje door Gent van 2001, om mijn Frankskes op te maken vóór de invoering van de Euro. Nu slaan we linksaf, terwijl lijn 21 rechtdoor gaat. We belanden op een brede laan langs medische gebouwen, waaronder het Verloskwartier.

Dit is wel de allerbescheidenste verlenging van het tramnet; reeds zo´n 600 meter na de aftakking bereiken we het eindpunt. Ik haal mijn dagpas tevoorschijn en zal vandaag steeds vergeten dat je hier vergeten mag om uit te checken.

In Gent keren de trams meestal via een overloopwissel, niet via een lus. Dan zou je denken dat je bij het beginpunt gewoon in kunt stappen als de tram arriveert, terwijl de bestuurder naar de andere kant loopt. Maar: ‘Stap niet meteen op als de tram aankomt. De chauffeur wisselt van stuurpost en opent nadien opnieuw de deuren’. Waartoe toch al die regeltjes? Vooral in het OV zijn ze erg gek op.

Maar ik reis niet terug voordat ik het UZ vastgelegd heb, dat zelfs voor Belgische bergrippen stuitend lelijk is. Och, wat maakt het uit; in je ziekenhuisbed heb je er geen last van, en in een mooi ziekenhuis liggen is ook geen pretje. Ziekenwagens van Korthals en Zonen Ambulancevervoer rijden af en aan; veel van de 260.000 Gentenaren zijn ziek, blijkbaar. En dat op een mooie – zij het nog wat frisse - lentedag als vandaag. Maar is bij regen in het ziekenhuis liggen dan zo vreselijk plezant?


Lijn 21 over de brug naar Zwijnaarde


Ik loop langs de trambaan terug naar het punt waar lijn 4 aftakt van nummer 21. Op de laatste lijn komt er meteen een tram aan, een HermeLijn, en ik stap in.

In 2001 was lijn 21 net doorgetrokken van Gent-Sint-Pieters naar de Zwijnaardse brug. Daar liep de lijn dood zonder de deelgemeente Zwijnaarde zelf te bereiken. Daarin is nu wel voorzien: de tram rijdt nu 1,8 km verder dan in 2001 en kruist de brug. Over een kanaal en brede autostrades heen bereiken wij het dorp. Door een betrekkelijk smalle straat, de Heerweg, banen we ons een weg naar het eindpunt bij de openbare bibliotheek in het dorpshart.

Waar ik de vertrekstaat bekijk. Lijn 21 rijdt iets minder vaak dan lijn 4, maar in combinatie met lijn 22, waarmee hij een heel stuk route gemeenschappelijk heeft, juist weer veel vaker.  ‘s Avonds gaan de trams op alle lijnen slechts om de 20 minuten. Dat is dan de opmaat naar een vroege aftocht. Kort na 23:00 uur gaan alle Gentse trams onder de wol.

In de Dorpsstraat bekijk ik de etalage van een uitvaartbedrijf, Korthals en Zonen. Waar heb ik de die naam eerder gelezen? En wie staat er nou stil bij de dood, en bij een doodsetalage, op een mooie dag als vandaag?

Snel verder. Vlak om de hoek heb je het oude gemeentehuis. Zwijnaarde is een opgegeten dorp. Gent verzwolg er meerdere en werd zodoende de tweede gemeente van België qua inwonertal, achter Antwerpen. En Brussel dan? Is dat dan niet de grootste stad van Belgenland? Jazeker. Maar die bestaat uit 19 gemeenten waarvan alleen de allermiddelste Brussel heet. En die is met 170.000 inwoners hooguit een goede nummer 5, ook nog na Charleroi en Luik.

Ik neem een bospad, de Prelaatsdreef, naar een heus kasteel en sla de hoek om naar de dorpskern, met een huis dat ooit het kasteel van een dichter was. Hét evenement op de jaarkalender is hier de Zwijntjeskermis in het eerste weekend van juni, die nu al groots aangekondigd staat. Even verderop fotografeer ik een Jezus zonder onderbenen en voeten, die ze verwijderd hebben opdat hij Zwijnaarde nooit de rug zal toekeren om weg te lopen. De molen, bij de middelste van drie tramhaltes in het dorp, zit te springen om een restauratiebeurt. De naam Tramstraat, niet eens op de tramroute, bewijst dat hier al eerder een tram gereden heeft. Dat was al sinds 1913 en dat was de lijn Gent – Merelbeke, deel van een zeer uitgebreid net interlokale trams.

Terug naar station Gent-Sint-Pieters voor het volgende hoofdstuk.

 

 

Lijn 1 de Albatroslijn; Flanders Expo

Nu toch nog de Albatros. Anders dan in Antwerpen, waar ze hapsnap maar ergens worden ingezet, rijden ze hier consequent op lijn 1. Dat is de langste en drukste lijn van het net, 13 km met 34 haltes, en ook de enige lijn die een beetje rechttoe rechtaan rijdt. Hij begint in het zuiden van Gent, bij de evenementenhallen van Flanders Expo, en eindigt ten noorden van de stad in het dorpje Evergem. Dat heeft weerstand kunnen bieden aan de opslokkingsdrang van Gent en is nog steeds een zelfstandige gemeente.

De helft van de ritten op lijn 1 eindigt echter in Wondelgem (niet te verwarren met Wommelgem bij Antwerpen) wat wel weer een deelgemeente is. Op zaterdag vertrekt er elke 7 à 8 minuten een tram van Flanders Expo, waarvan er een per kwartier doorrijdt naar Evergem. Op dagen dat de scholen open zijn wordt zelfs een 6-minutendienst gereden, en rijdt er elke 12 minuten een door naar Evergem. Het gaat keurig om en om en dat staat ook vermeld op de tram zelf. Maar dan weer niet op de haltevertrekstaten, die alleen de vertrekmomenten melden maar niet of de tram strandt in Wondelgem. Dat merk je dan vanzelf wel…

Ik neem eerst een Albatros naar Flanders Expo, de langste verlenging van de drie: 2200 meter. Die verlenging, in gebruik genomen in 2005, maakt de Hogeschool Gent en ook het Textielinstituut bereikbaar. We gaan hetzelfde kanaal en dezelfde wegen weer over van daarnet met lijn 21.

Het eindpunt bij Flanders Expo is het enige in Gent dat voorzien is van een keerlus. Een voorlopige nog maar, neergelegd in een zanderige omgeving, want hij wordt binnenkort nog verruimd tot dichter bij de ingang van de hal. Daar is iets nieuws in aanbouw; een soort metrostation lijkt het wel, met tourniquets en een hok voor een toezichthouder, gebouwd op een grotere drukte dan hier vandaag heerst. Er is zo te zien geen grote manifestatie gaande. Alleen de IKEA trekt nog wat klandizie.

Ik loop terug naar de voorlaatste halte waar ik iets bijzonders zag schemeren, op de heenweg. Die halte heet Maria Middelares Maalte, naar een klooster, maar dat wordt geflankeerd door een heel grotesk gebouw, het Maaltecenter. Het verrees op een ex-kazerneterrein, tegenover de vuurtorens van Shurgaard Self Storage aan de rand van een duur villapark.

Er zijn hier zeven kantoorcomplexen, geletterd A t/m G, maar dit groteske geval met nummer G, is de grootste. Die silhouetten op het dak kunnen daar met een akelig hoogtevreesbrandtrappetje af, brrr! Het zijn bedrijfsverzamelgebouwen waar in totaal meer dan 100 bedrijven en bedrijfjes kantoor houden. In de spits op doordeweekse dagen zul je echt wel elke 6 minuten een Albatros nodig hebben om alle werklustigen aan- en af te voeren.

 

Broodkruimels

Nu is het zo onderhand wel etenstijd en ik begeef me op Gent-Sint-Pieters naar één van die schimmige, gewelfde zijgangen waar ik een Panos weet. Dit moet dan echt wel het schurftigste filiaal van die broodjesgigant in heel België zijn, in een station dat eeuwig blijft steken in een halve vernieuwingsbeurt. De stoelen zijn kapot en versleten en bevatten de kruimels van een hele week. Er ligt rotzooi op de grond, er druipt saus langs de tafelpoten, de dienbladen zijn op en het personeel is snibbig. De broodkruimels steken hier wel heel erg, en dat in een broodjeszaak.

Buiten vragen die padvinders weer hoe oud ik ben, dezelfde als daarnet, geloof ik, en ik deel mede dat ik sinds vanmorgen nog steeds niet verjaard ben.


Lijn 1 de Albatroslijn: Circulatieplan; Evergem

Ergens in Wondelgem

Verder richting Wondelgem, dat op de lijnfilm van deze tram prijkt, en uiteindelijk Evergem. We nemen die straatjes met eenrichtingverkeer naar het Gentse centrum, waar ik vorige zomer voor het eerst de Albatros schoot. De trams in de richting Flanders Expo, in de niet-autorichting, schieten harder op dan de mijne, die stapvoets rijdt in een lange file, achter een rij rode achterlichten aan. Vorige zomer, op een doordeweekse dag, kon ik de trams wandelend bijhouden.

Maar daar gaat verandering in komen! In Gent staat het Circulatieplan op stapel. Het centrum wordt in een aantal sectoren verdeeld. De middelste daarvan, het ware hart van de stad, wordt autoluw gemaakt. En de rest van de sectoren liggen als een soort taartpunten daaromheen, waarbij autoverkeer tussen twee aanpalende sectoren ontmoedigd wordt.

Prima maatregelen, waartegen uiteraard de nodige protesten klonken. Ik las vandaag ergens dat een referendum tegen de plannen niet doorgaat, omdat een aanzienlijk percentage van de daarvoor benodigde handtekeningen vervalst bleek. Ze hebben mensen 7, 8, 10 keer laten tekenen, verzonnen valse namen, zetten ook niet-Gentenaars op de lijst, zuigelingen en misschien ook nog wel huisdieren.

Mooi, bij een volgend bezoek aan Gent zoef ik dus met de Albatros langs de winkels. Waarom zou je überhaupt nog autoverkeer in de stad toelaten, als je trams bezit die in één keer een complete parkeergarage aan mensen kunnen meenemen? Ook vandaag zijn die lange slierten niet echt overbodig; in een 9- of 11-delige Albatros kreeg je de zitplaatsen ook nog wel vol.

In de buurt van het Gravensteen zijn het nu voetgangers die de tram de doorgang beletten. Gent kent een even grote toeristenstroom als Amsterdam, al noemen ze dat vermoedelijk alleen in onze hoofdstad: overlast. KLENG, KLENG, belt de tram; de menigte voetgangers wijkt langzaam en ongaarne uiteen.

De vaart komt er pas weer in voorbij het Rabot (waarover straks meer). In Wondelgem heeft de tram een gevarieerde route door straten van uiteenlopende breedte en door een soort brandgang langs begraffitide muren. Daarna eindelijk een stuk vrije baan, gelegen langs achtertuinen; het heeft hier wel wat weg van lijn 11 naar Scheveningen. Ik stap ergens uit, tegelijk met een man die een 3 meter lang, langwerpig pak op een steekwagentje in deze tram vervoerd heeft en nu met zijn buit naar huis rolt. 

Vervolgens pak ik een wagen die wel doorrijdt naar Evergem. Dat weinig opzienbarende dorpje (voor iemand wiens oplettendheid op zo’n reisdag rond halfvijf meestal keldert) telt, evenals Zwijnaarde, drie tramhaltes. Ik wandel van de eindhalte via het dorp naar de middelste. Daar de tram net weg is, loop ik nu even de Spoorwegstraat in, nieuwsgierig; voert die echt naar een spoorbaan en zo ja, waar gaat die dan wel heen?

Er blijkt een heus, zelfs nog in gebruik zijnd station aan het eind van die straat, aan het vergeten spoorlijntje van Gent naar Eeklo. Dat ligt in een uithoek van Vlaanderen, niet ver van het Zeeuws-Vlaamse, en dus Nederlandse, Aardenburg. Ik kan dus met de trein terug naar Gent – maar daar zie ik na een blik op de vertrekstaat vanaf; hij rijdt in het weekend maar om de twee uur, en is net weg. Slechts 25 instappers per dag telt het station op zaterdagen; doordeweeks nog 10 keer zo veel. Ook Wondelgem heeft een spoorwegstation, maar ook daar zal de tram veel populairder zijn.

 

GENT-rificatie; Gent in foto’s

Ik stap uit bij het Rabot. Na al dat getram in buitenwijken en randgemeenten, wil ik ook nog een stuk stadshart fotograferen. Ik heb nog een ruim uur vóór mijn trein terug, en leg op de plaat vast:

 

Het Rabot, dus, dat ooit een stuw was in het Lieve-kanaal van Gent naar Damme. In 1997 schold ik het uit voor een overgebleven stuk vestingwerk of zoiets. Waarom heb ik toen niet even opgezocht wat het precies was? Omdat er toen nog weinig op te zoeken viel op Internet. Google en Wikipedia bestonden nog niet; het was echt in de oertijd.

Die keer fotografeerde ik het Rabot met wat toen doorging voor een digitale camera, te midden van afgrijselijke flatblokken. Ik profeteerde toen dat het Rabot er over 100 jaar nog wel zou staan, maar die flats niet meer. En ik lijk wel een tweede Gerard Croiset, want zie!, die flats zijn ze nu aan het slopen en het Rabot staat fierder overeind dan ooit. Ja, goed, ik had voorspeld: 100 jaar, en het is nu pas 20 jaar, maar het klopt nog steeds. Professor Tenhaeff zou het vast wel aanmerken als een 100% uitgekomen profetie.

Dat slopen van die flats is tussen haakjes niet omdat ze lelijk zijn, want dan kun je 2/3 van België wel afbreken, maar omdat ze gammel, verouderd en verloederd waren.

 

De ene man in dat bootje, voor de kijker links, met de rode jas, die fotografeert terug, en rechtsachter ook nog een.






De Proveniersterstraat in de voormalige Groot Begijnhof Sint-Elisabeth. Geen Belgische stad zonder begijnhof, altijd een geliefd en fotogeniek rustpunt. Dit begijnhof werd in 1873 opgeheven, waarna de nonnekes naar een ander deel van de stad verkasten. De buurt die ze achterlieten, verpauperde eerst, maar is in de jaren 80 van de vorige eeuw gegentrificeerd.

GENTrificatie is in Gent en overal elders de term voor het verschijnsel dat voormalige armoedebuurten ineens in de smaak gaan vallen bij gegoede burgers of zelfs yuppies. Zie bijvoorbeeld de Jordaan in Amsterdam of de wevershuisjes in Leiden, ooit bewoond door arme sloebers, maar nu aan de man gebracht in ruil voor torenhoge hypotheken.

Een gegentrificeerde bewoner zit voor zijn deur verdiept in een foliant van een boek en probeert niet te letten op die verdwaalde kaaskop.

 

Het Gravensteen is hét foto-object voor de toeristen, die het in rotten van drie op de korrel staan te nemen. De weinig inviterend ogende burcht werd ruim 800 jaar geleden opgericht door de graven van Vlaanderen, als tegenwicht voor de huizen van de rijke kooplieden die Gents voornaamste burgers waren. Het ging er toen ook al om, wie de grootste had. Die grimmige steenklomp, die er met gemak nóg 800 jaar staat (alweer een profetie), was meer bedoeld om de Gentenaren eronder te houden dan om hun stad te verdedigen.

Ik vraag me trouwens, als ik dat verslag van 1997 teruglees, af hoe ik erin slaagde, op één dag het Gravensteen, de Sint Baafs en het Belfort te bezoeken, vrijwel het gehele tram- en trolleynet te doen en dan nog uitgebreid te lunchen en dineren in betere gelegenheden dan Panos. Ik vertrok nog een uur eerder, denk ik, en kwam nog een uur later thuis. En je kon toen nog rechtstreeks van Leiden naar Antwerpen, en de aansluiting aldaar was beter dan nu; dat scheelt allemaal toch al gauw een uur op een dag.

KLENG, KLENG, klinkt het; er komt iets langs en groots aan om de hoek. De fotografen stuiven uiteen. Waarom heten die trams toch Albatrossen? Zeker voor de Gentse uitvoering was Jan-van-gent een meer voor de hand liggende benaming geweest.

Een heel Gents mozaïek, tot slot. Je Gentificeert snel in Gent. Gentificatie is een zelfverzonnen woord voor ver-Genten, inburgeren en je thuisvoelen in Gent. In dat opzicht steekt Gent ver uit boven andere Vlaamse steden. Brugge is één en al toeristische gekte, die je graag aan Amsterdam zou gunnen, zodat ze daar écht iets te klagen hebben. En de sinjoor die Antwerpen heet, is wat stijfjes; hij vindt het prima als je komt, maar ook uitstekend als je wegblijft. In Gent daarentegen, voelt een vreemdeling zich meteen thuis, al is het maar een dagjesmens als ik.

 

 

Terug; nogmaals: het Circulatieplan

Ik pak bus 3. Die lijn werd in 1997 nog gereden door trolleybussen maar nu met gelede diesels. Hier en daar zie ik nog wat verrotte, verroeste bovenleiding boven de straat hangen. Idem tramrails liggen er ook nog in het plaveisel, hoewel die voor de trolleybus niet echt nodig waren.

De bus verlaat ik bij station Gent Dampoort, waar ik de IC naar Antwerpen zal nemen. Met enige moeite weet ik ook de ingang van het station nog te vinden, die goed verstopt zit. Van het enige perron heb ik geen foto’s, maar er is ook zo goed als niets aan te zien.

In de trein zoek ik op mijn telefoon naar nieuws over dat Circulatieplan. Hoe zit dat precies in elkaar? En wanneer gaat het nou in, want dat is wel heel erg hard nodig, zag ik tijdens dat tramritje.

Ach, dit is nou even een domper: het Circulatieplan, waarvan doorstroming voor het OV een belangrijke pijler heet te zijn, IS al ingegaan, drie weken geleden al. Het plan helpt dus geen snars. Tsja…

Frans Mensonides
25 mei 2017
Er geweest: zaterdag 29 april 2017

© Frans Mensonides, Leiden, 2017