Nr. 224 - zondag 2 oktober 2016 (week 39)
'Voor God & Geld' in Gent / Marten en Oopjen zijn een koopje 

LAATSTE ZES AFLEVERINGEN

223. HET OOR EN DE GEKTE VAN VINCENT VAN GOGH (04/09/2016)
222. HET CIRCUS JEROEN BOSCH (2): DE TUIN DER LUSTEN (27/03.2016)
221. HET CIRCUS JEROEN BOSCH (1): TIME SLOT (13/03/2016)
220. 'LOPEND BUFFET'; DE MYSTERIEUZE HYPALLAGE (06/03/2016)
219. 'HUPPAKEE!'; EUTHANASIE OP DEMENTERENDEN (28/02/2016)
218. LOCATION TRACKING APP; OF: HET RECHT OP ZWERVEN (21/02/2016)




 

Marinus Van Reymerswale, ‘De belastingontvangers’ (1544)
Niet de versie die te zien is op ‘Van God & geld’
Overgenomen van Wikipedia,  Marinus Van Reymerswale
 

 Dit is de derde FHM’s in successie die over schilderijen(tentoonstellingen) gaat; excuses voor dit ongemak! Ik vertel de trouwe lezer niets nieuws als ik zeg dat ik nogal kick op schilderkunst. Dat komt vooral doordat ik zelf niet kan schilderen. Mijn kunstgenot wordt daarom nooit, behalve bij Cobra, vergald door de gedachte: dat doe ik zelf beter. Bij het lezen van een moderne roman bekruipt die me vrijwel bij elke alinea, en dat is ook de reden dat ik zelden of nooit moderne romans lees.

Nu zie ik ook wel eens een schilderij of zelfs een hele tentoonstelling waar ik erg weinig mee kan, laat staan: er een FHM’s A-viertje over volschrijven. Twee van zulke gevallen in deze aflevering. Twee A-vijfjes zijn samen ook weer één A-viertje, per definitie.

Voor God & Geld in Gent

Voor God & geld; de gouden tijd van de Zuidelijke Nederlanden’ in het Caermersklooster in Gent, zag ik op de terugweg van een korte doe- en kijkvakantie in Kortrijk. De expositie bestaat voornamelijk uit 16e-eeuwse schilderijen uit Vlaanderen – hoewel er in de folder, de verklarende teksten en de dito video’s kwistig gestrooid wordt met de term: ´middeleeuwen´, maar die liepen echt niet verder dan de 15e eeuw; ook alweer per definitie.

In Vlaanderen ontstond  rond 1200 niet minder dan een Nieuwe Mens; geen boer meer, maar een stadjer, een zakenman, een ondernemer, een fabrikant wiens producten – waaronder kunst - hun weg zochten over heel Europa. Maar het verdiende geld steeg die ´nieuwe mens´ al gauw naar het hoofd en dat werd dan weer het onderwerp van vele vermanende kunstwerken. En die nieuwe mens verschilt niet eens zo gek veel van de huidige mens.

Als ik het zo opschrijf, lijkt er nog een rode draad in deze tentoonstelling te zitten. Maar die raakte ik zelf aardig kwijt in de elf zalen die de expositie telt. Ik zag een raar allegaartje van qua thematiek en kwaliteit zeer uiteenlopende werken.

In de laatste zaal flikkerde op een wand het vagevuur, als het al niet de vlammen van de hel waren. Ja, daar beland je natuurlijk als de Mammon je Heer is. Maar ik werd er even onvrolijk van als van die tentoonstelling ter promoting van het Calvinisme, in 2009 in Dordt, waar de zwavellucht van de verdommenis ook overal te ruiken was.

Sommige tentoonstellingen hebben een valse toonzetting, die je al vanaf de eerste zaal je kijklust ontneemt, en ‘Voor God & Geld’ is daar één van. ‘Rome, de droom van keizer Constantijn’, van de winter in Amsterdam, was een andere. Zoek de overeenkomsten... Katholieke of Calvinistische tentoonstellingen mijd ik voortaan maar.

Thuis las ik pas dat niet een kunsthistoricus de samensteller en explicateur was van Voor God & geld’, maar een rijke ondernemer en kunstverzamelaar. Zelf is hij net zo’n moderne nieuwe mens als waar hij het over heeft. De tentoonstelling bestaat voornamelijk uit werken uit zijn eigen collectie, en gaat in wezen in de eerste plaats over hemzelf, vrees ik.

Hij heet Fernand Huts, is schathemelrijk en is om allerlei redenen roemrucht en omstreden in Vlaanderen; zozeer zelfs dat de opening van de expositie gepaard ging met een protestactie. En waar die dan nou precies tegen gericht was, is me ook niet glashelder. Een hoop in Vlaanderen is en blijft volkomen ondoorgrondelijk voor een Hollander. 

De video op deze pagina, waar ik al googlend op stuitte, heldert toch wel het een en ander op. De kift was een van de aanleidingen tot ‘Voor God en geld’. Jaloezie op ons noordelingen, omdat in 1585, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, met de val van Antwerpen de Gouden Eeuw van Vlaanderen afgelopen was en de onze begon. Die van Vlaanderen was geen Gouden Eeuw maar een Gouden Half Millennium, als we Huts mogen geloven, waarin de Zuidelijke Nederlanden het absolute middelpunt van het universum waren.

Het schilderij ‘De belastingontvangers’ (ca. 1520-1530), naar Marinus Van Reymerswale, dat in deze video te zien is, vond ik een van de aardigste op de tentoonstelling. Wie heeft er geen hekel aan belasting betalen? De moraal van het schilderij: geld is niet alles; denk liever aan je kist! De kaars op de achtergrond is uit; het leven duurt maar even. En er zijn maar twee dingen zeker in het menselijk bestaan, zelfs als je één van Vlaanderens rijkste mannen bent: de dood en belasting betalen. Zoiets.

Bij de uitgang van die expositie schreef Ik iets vaags en onaardigs in het gastenboek, dat ik al vergeten was toen ik het buiten wilde overschrijven in mijn notitieboekje. Het voorgaande hopelijk ter adstructie, mocht iemand in Gent het lezen.

 

Marten en Oopjen zijn een koopje

 

Rembrandt, portretten van Marten Soolmans en Oopjen Coppit, 1634
Overgenomen van Wikipedia, Marten Soolmans en Oopjen Coppit 

Kunst en geld, ook in onze koopmansnatie een twee-eenheid. Nogal wat ophef ontstond toen in 2015 de Nederlandse overheid 80 miljoen euro belastinggeld neertelde voor één van Rembrandts portretten van het echtpaar Marten Soolmans en Oopjen Coppit, geschilderd in 1634.

Oopjen, een naam die je ook in de Gouden Eeuw niet elke dag hoorde.  Het was maar een koosnaampje. In werkelijkheid heette ze Obrecht, wat toen al een ouderwetse naam was, en ‘kostbaar erfgoed’ betekende.

Kostbaar erfgoed; een vreemde naam om aan een kind te geven, maar hoe toepasselijk! Het jonge echtpaar betaalde Rembrandt 500 gulden voor deze 2 gigantische pendanten – bepaald niet de fooi die het lijkt; anno 1634 moest de gemiddelde arbeider 2 jaar ezelen voor dat bedrag. Maar noch Oopjen, noch Marten, noch Rembrandt konden vermoeden dat de prijs van de portretten in de loop van 381 jaar meer dan 700.000 keer over de kop zou gaan, terwijl boter, kaas en eieren hooguit 100 keer zo duur zijn geworden.

Daarbij kwam Obrecht, een telg uit een rijke regentenfamilie, nog niet eens in Nederlands bezit, maar in dat van Frankrijk. Zij kochten Oopjen, wij alleen Marten. De portretten komen beurtelings te hangen in het Rijksmuseum in Amsterdam en het Louvre in Parijs. Nooit zullen ze gescheiden worden; nooit zullen ze uitgeleend worden aan andere musea dan die twee; zo is overeengekomen tussen beide naties.

80 miljoen euro het stuk; zijn die portretten werkelijk zoveel waard? Ik heb in het Rijks en in deze rubriek al vaker geworsteld met Rembrandt (hier in 2015 en hier in 2011). Ik voel me aan die stads- en schoolgenoot bijna verplicht om alles van hem mooi te vinden. Maar dat lukt me niet.

Oh, heel knap, ook weer zoals dat zwarte gewaad over haar zwangere buik valt, en hoe verfijnd de rozetten op Martens schoenen zijn weergegeven - waarmee hij vast nooit over bemodderde Amsterdamse straten heeft gelopen.

Maar ik schreef al bij de tentoonstelling van Rembrandts leerlings leerling Gabriël Metsu, ook in het Rijks, dat het werk van Rembrandt me emotioneel niets doet. Die Amerikaanse kunstkenner uit dat stuk van 2011 had gelijk: er waren grotere (en duurdere) portretschilders in Amsterdam dan Rembrandt.

Oopjen en Marten hangen in de buurt van de Nachtwacht. Daaromheen staat de gebruikelijke drom Amerikanen en Japanners. Maar de 2 portretten trekken voornamelijk bekijks van Nederlanders die willen zien hoe hun belastingduiten zijn besteed.

Had er niks nuttigers gedaan kunnen worden met 80 miljoen? Ja, bijvoorbeeld NOG een metrotunnel onder Amsterdam aanleggen. Een lijn van slechts 200 meter lengte, sta ik uit te rekenen, want dan zijn die centen op.

Als je het zo bekijkt is 80 miljoen niet eens echt veel. Marten en Oopjen zijn heus wel een koopje!

FHM
2 oktober 2016
Er geweest: ‘Voor God & geld’ vrijdag 2 september 2016, Marten en Oopjen vrijdag 9 september 2016.

Marten en Oopjen zijn nog tot vanmiddag 17:00 uur te zien in het Rijksmuseum; daarna begint een uitgebreide restauratie. Voor ‘Voor God & geld’ hoef je je iets minder te haasten; die tentoonstelling in Gent loopt nog tot nieuwjaarsdag 2017.

 
 


VOLGENDE  AFLEVERING: WIEGENHITS 1956 (16/10/2016)

 

© Frans Mensonides, Leiden, 2016.