Nrs. 45 t/m 48; JULI 2010

47. CRISISINTERVENTIE, OFWEL: POST-VOETBALDEPRESSIE VAN EEN BANKZITTER (15/07/2010)
46. ZOMERZONDAGMIDDAGKLANKEN: BLAASMUZIEK IN DE HOUT (08/07/2010)
45. RGL EN BULLEN-LATIJN: RECTOR MAGNIFICUS HAALT DE KRANT (02/07/2010)


<<<JUNI 2010 . . . . . NOVEMBER 2010 >>>

 

48. DEN HAAG SCULPTUUR 2010: TOT TEKST GESTOLDE HAAGSE BLUF

 

 

Het is een zwaar jaar voor de liefhebbers van beelden in de open lucht. Vorig jaar deed ik nog fotoverslag van sculptuurtentoonstellingen in Oisterwijk, Noordwijk en Den Haag. Nu is – het zat er vorig jaar al in - de eerste te gronde gegaan aan de crisis, terwijl de tweede alleen in de oneven jaren gehouden wordt, de jaren dat we het voetbal, de olympiade en de Haarlemse Honkbalweek moeten missen. Rest nog slechts Den Haag Sculptuur, op het Voorhout, waar dit jaar beelden van de Spaanse beeldhouwer Manolo Valdés tentoongesteld worden – en nog een paar van de Vlaming Kim de Ruysscher, om de gaatjes op te vullen.

Nu blijkt Valdés een beeldhouwer te zijn wiens werken vooral gelezen dienen te worden, in plaats van bekeken. ‘Het recente sculpturale werk van Manolo Valdés is hoofdzakelijk in brons uitgegeven’, zo zegt de overvloedige toelichting. Een zin die nieuwe werelden voor me opent, want ik dacht altijd dat boeken werden uitgegeven, maar beelden worden dat blijkbaar ook. Een fraaie zin is dit wel. Je kunt natuurlijk ook schrijven: ‘Manolo Valdés maakt de laatste jaren vooral beelden van brons’, maar dat klinkt meteen alweer zo plat en gewoontjes, alsof hij een bakker is die spritsen bakt.

Eigenlijk heb je geen tekst nodig bij zulke beelden. Deze bijvoorbeeld, waarmee de tentoonstelling begint, als je hem tenminste vanaf de Kneuterdijk benadert: gewoon een mokkel met een wokkel op d’r kop. Maar de scribent van de begeleidende tekst meent het werk van Valdés in een dieper kader te moeten plaatsen:

Het oeuvre van Valdés vormt een caleidoscoop van beelden uit de gehele geschiedenis, een verbinding tussen beschavingen in de betekenis die de Britse historicus Sir Kenneth Clark (1903-1983) eraan gaf in zijn verhandeling Civilization uit 1969; beschaving als iets dat meer is dan een antropologische cultuur, ‘Beschaving als een bewuste vorm van kijken, vooruit en terug.’

Het draait allemaal om de ‘parafrase’:

Cézanne geeft ons, in zijn lovende woorden aan het adres van Poussin, een omschrijving van wat parafrase betekent: ‘Je veux que la fréquentation d’un maitre me rende a moi-meme: toutes les fois que je suis de chez Poussin, je sais mieux qui je suis’. Indachtig aan deze woorden van Cézanne laat Valdés ons zien dat een beeld dat ooit door iemand is geformuleerd en zo tot thema werd, vervolgens voortleeft en gereproduceerd wordt als motiefmet wisselende diepgang, met andere argumenten en door middel van uiteenlopende methodes.

Dat moge duidelijk zijn. Nummer twee dan: een dame met een warhoofd. Zo’n soort vrouw sprak ik eerder deze dag nog, toen ik bij iemand op bezoek was in de kliniek voor intramurale crisisinterventie. Aardig getroffen! De uitleg:

Regina II is een hoofd in het oeuvre van Manolo Valdés dat voortkomt uit een fauve-schilderij van zijn hand, maar waarbij de plastische functie van de kleuren nu is overgenomen door de hoed. Kern van het werk van Valdés is een dynamisch zoeken naar bepaalde details uit de kunstgeschiedenis, waarop hij zich bezint om er een eigen, hem kenmerkend web van esthetische ervaringen mee te weven.

Aha! Ik begin de makke te begrijpen van de samensteller van de ‘toelichting’ (als die de naam 'toelichting' mag dragen). Hij bezit een masterbul in de kunsthistorie en denkt zeker dat elke bezoeker van Den Haag Sculptuur ook zo’n koker in het dressoir heeft liggen. Ik ZIE hem gewoonweg zitten achter zijn beeldscherm en aan de voet van een boekenkast tot aan het plafond, waarvan de planken kraken onder het gewicht van honderden naslagwerken.

Hij houdt geen rekening met de omstandigheden waaronder mensen een openluchttentoonstelling consumeren: regen, hitte of wind; vermoeidheid misschien, rare leeshoudingen, met tassen en jengelende kinderen aan de arm. Omstandigheden waaronder je behoefte hebt aan simpele, heldere, bondige taal. Hij denkt dat zijn publiek zelf dagelijks smijt met termen als: parafrase, narratief, fauve, evocatie, textuur, gepatineerd, ventriloquisme. Hij scheidt monstruositeiten af als:

Met de beelden Caballero en Dama a caballo ‘saneert’ Valdés het ruiterprotret, een genre uit de 15 e eeuw, afkomstig van Donatello en Verrochio, dat in de laatste eeuwen vervreemd was (om eens een marxistische term te gebruiken) en dat door de militaire portret-manie van de nationale staten in een permanent inflatieproces was gestort. (…) Valdés [plaatst] het ruiterprotret nu op een nieuwe coördinaat, en wel op het snijpunt van betekenis en appreciatie.

Welja, smijt maar met marxistische termen, alsof het niks kost! En dat is dan allemaal:

(…) uitgevoerd in stroken karton die de grenzen van de tijd doorbreken.

Ik heb me een half uur lang staan laven aan deze (quasi-)geleerde humbug, deze opgeklopte en tot tekst gestolde Haagse bluf. Op de beelden heb ik verder niet meer gelet, maar zal dat zeker doen als ik vóór 12 september nog eens in de buurt kom van het Voorhout.

FHM
29/07/2010
Er geweest: dinsdag 20 juli 2010

 


48a: NAZOMERSTOP

Ik vraag het me al een tijdje af, hoe het toch komt: de verwording van deze rubriek, FHM’s A-viertjes. En dan heb ik het niet eens over de stiekeme toename in lengte, tot 1,25 of ook wel anderhalf A4-tje, maar meer over de afname in frequentie en ook kwaliteit. Van schilderkunst zijn we via voetbal afgezakt tot het overtypen van een hoop bla-bla onder een beeldententoonstelling waarover vast iets interessanters te vertellen was geweest.

Ik ben nog eens even naar de beginverklaring gaan kijken, in deel 1, en zag tot mijn verbazing wat ik helemaal vergeten was: FHM’s A-viertjes was oorspronkelijk bedoeld om de donkere, natte, koude wintermaanden te overbruggen. Ik had er dus gerust in maart, april al mee uit kunnen scheiden, zonder beticht te kunnen worden van contractbreuk.

Ik stop er nu dan, eind juli, alsnog maar mee, en las een (na)zomerstop in tot ergens in oktober 2010. In de tussentijd kun je op de opengevallen plek op mijn Thuispagina binnenkort wandelverhalen lezen; ik weet nog niet in welke vorm, maar dat bedenk ik de komende weken nog wel.

FHM
29/07/2010


47. CRISISINTERVENTIE, OFWEL: POST-VOETBALDEPRESSIE VAN EEN BANKZITTER

Dat was het beeld, afgelopen zondagavond rond 23:30 op straat, in de tram, op het station en in de trein: nuchterheid, berusting, ‘Jammer dat het weer niet gelukt is, niets aan te doen, hard spel, slechte wedstrijd, ze hadden het ook niet verdiend’. Alleen die jongen van een jaar of 16, die ik vanuit een tram tegen de muur van de Grote Kerk geleund zag staan, kon zijn tranen niet bedwingen. Met bespette handen trachtte hij het rood-wit-blauwe verfvlaggetje van zijn wangen te wissen; hij wilde er de nacht niet meer mee in.

Nu zeggen ze wel: ‘Hoe harder gekreten, hoe sneller vergeten’. Meer zorgen dan over die knaap maakte ik me over de toestand van mijn oude vriend Tjeerd. Een paar maanden geleden is hij ontslagen uit een kliniek, waar ze geen raad meer met hem wisten. Hij zou een nieuw leven op gaan bouwen op een kamer in een redelijk knappe buurt.

Plannen had hij genoeg: een andere hobby oppakken dan drinken, vrijwilligerswerk gaan doen, nu eens echt van begin af aan een gezond leven leiden met eten uit de schijf van vijf. Er kwam niets van terecht. Onder de ogen van begeleiders die bij hem de deur platliepen, gleed hij af naar oude gewoonten. Na een paar maanden leefde hij nog slechts op bier en broodjes haring en verliet hij zijn televisiestoel en zijn huis alleen nog voor de aanschaf van deze twee levensbehoeften.

De WK was een uitkomst voor Tjeerd. Tijdens de groepsfase zag hij niet alleen elke minuut van de 4,5 uur voetbal per dag, maar ook alle herhalingen, en niet te vergeten de voor-, na- en tussenbeschouwingen.

Na een week kwam ik op het idee, de wedstrijden van Nederland bij hem te gaan kijken. ‘Leuk’ zei Tjeerd enthousiast, ‘dan koop ik een blik appelsap en een grote baal chips, dan maken we er een gezellige avond van!’ Dat werd het ook nog. ‘Net als vroeger’, zei Tjeerd, ‘weet je nog, de Europacup van Feyenoord, tegen Celtic?’

Tjeerd schreeuwde tijdens de wedstrijden van Oranje enthousiast ‘godverdomme’ bij elk cruciaal spelmoment en zat er helemaal in. Hij is iemand die begint te hyperventileren en te huilen als je hem lastige vragen stelt over zijn levensstijl. Dat deed ik op die oranjemiddagen en –avonden dan ook maar niet, en zo bleef het gezellig. ‘Je komt volgende keer toch weer?’, smeekte hij elke keer als hij me na een gewonnen wedstrijd in een deinende oranjezee naar de tramhalte bracht.

Een paar uur van te voren belde hij me dan al op. ‘Ik ben er klaar voor, hoor!’ Nadat ik had aangebeld, riep ik ‘Aanvalluh!’ door de huistelefoon, waarop hij vrolijk, doch wat hysterisch begon te lachen. Die kartonnetjes met appelsap ledigde ik de tweede keer al in mijn eentje; bij elk Hollands doelpunt ratste hij met een routinegebaar een halveliterblik bier open.

Naar mate het toernooi vorderde, kreeg hij het moeilijker. ‘Eerst drie wedstrijden per dag, toen twee, toen één, en toen die rustdagen…’ Op de zaterdagmiddag voor de finale belde hij me in paniek op. Hij zag het nu helemaal niet meer zitten; hij had geen donder te doen, de hele dag, behalve voor die ‘kut-televisie’ te zitten.

‘Ja, en aan wie ligt dat?’, vroeg ik streng, ‘wie is de enige die daarin verandering kan brengen?’ Waarop hij begon te huilen en plots buiten adem was. Wat hem niet verhinderde, me een paar uur later vrolijk op te bellen dat Uruguay in de wedstrijd om de derde plaats gelijk had gemaakt tegen ‘die tering-Moffen’. Ik heb wel eens iets gehoord over stemmingswisselingen, maar die van Tjeerd blijven me verbazen.

Op de maandag na de verloren finale kreeg ik eerst drie verwarde telefoontjes van Tjeerd, met oplopende verontrustendheid, en daarna een nuchter-zakelijk belletje van een instelling met een lange naam waarin ‘Crisisinterventie’ voorkwam. Dat was een kliniek en Tjeerd was daarin zojuist opgenomen op basis van vrijwilligheid. Tjeerd had gevraagd, dat even aan me door te geven, tegelijk met de bezoekuren.

Ik schreef al eens, dat het niet uitmaakt wie een finale wint, want daarna is de pret toch in ieder geval over. Het is echt waar. Jammer dat we geen van tweeën van wielrennen houden.

FHM
15 juli 2010

Oranje televisiestoel voor 199 euro exclusief bezorgkosten te bestellen bij Wehkamp



 

46. ZOMERZONDAGMIDDAGKLANKEN: BLAASMUZIEK IN DE HOUT

 

 

En dan ben ik op pad langs de Heemtuin waar een treurige, verplukte tentoonstelling en uitdragerij is van ik weet niet wat, waar ik zelf nog voor de enige vrolijke noot zorg door, belangstelling veinzend voor de honing of zo die in een kraam te koop is, in een bak vol water te stappen die daar zo maar zonder doel of reden op de grond staat. En ik ben op pad langs de villa waar ooit die leuke klassenavond was en we dansten op de klanken van de nieuwste van de Beatles. En ik hoor de sirenes gieren, achter de bomenrijen, op de weg naar het ziekenhuis, en ik denk aan beslommeringen die op me af gaan komen in de week die nadert: werkstukken die geschreven moeten worden voor een cursus die ik nog moet doen op mijn ouwe (53) dag, vergaderingen over automatiseringssystemen die ik voor mijn pensioen niet gerealiseerd zal zien, bijeenkomsten over bezuinigingen (wie en wat geschrapt wordt); dat FHM-etje over die rector-magnificus dat broodnodig af moet omdat hij actueel is, en dus éérst moet; dat bezoek aan die notaris om zaken te regelen die geregeld moeten zijn als onverhoopt mocht gebeuren waarvan niemand hoopt dat het zal gebeuren, maar dat toch uiteindelijk zal gebeuren.

En dan loop ik door de Hout en hoor ik flarden die meer passen bij mijn vaag-droevige stemmingen dan de uitbundige zondagmiddagzon. En waaien er ineens plechtstatige klanken langs de bomen, blaasklanken; was er geen liedje over blaasmuziek op zondag? Is dit nu koraalmuziek? Ik weet niets van muziek. Ja, koraalmuziek, dat zal het wezen; koraalrifmuziek, ik hoor het duidelijk, die riffjes, het is een duidelijk geval, ik zie er ook koraalrif bij, het ene woord haalt het andere uit.

En dan ben ik dichtbij genoeg gekomen om de muziektent te zien op de open plek. Er speelt een amateurharmoniekapel, muziek is een kwestie van de beste stuurlui aan de wal, je hoort de valse noten wel, al speel je zelf geen noot. Maar hier deren ze niet. Mensen zitten op stoeltjes in de schaduw, zijn die stoeltjes vrij?, kan ik daar zo maar op gaan zitten, nee ze zijn vast voor speciale genodigden die betaald hebben, al staat het nergens; nee, laat ik maar blijven staan. Een muziekblad waait weg, de fluitiste fluit op eigen gezag door en wacht op een paar maten rust om het blad van de grond te kunnen rapen. De middelbare man met het vogelprofiel luistert, echt een man die niemand mist als hij er niet is, zo ziet hij er uit, die getolereerd wordt door zijn dierbaren en door zijn collega’s op kantoor omdat hij ook weinig kwaad doet, maar hij luistert en ik zie hem aangenaam aangedaan worden. Hij is er, hij is hier, het is 2010; iedereen die hier is, is er nog, hoeveel zijn er nog in 2040, velen niet meer, ik misschien ook niet, maar er zullen anderen zijn die naar muziek luisteren op zondagmiddag, want het rad draait eeuwig door, en waar er afgaan van ’s werelds schouwtoneel, komen er ook op.

En dan denk ik aan de twee rouwkaarten die we van de week ontvingen: een voor een man die ik één keer per jaar zag omdat hij mijn belastingconsulent was, en bij de laatste keer zei dat hij het kalmer aan ging doen, omdat een mens maar één keer leeft; en één voor een oude vriendin van mijn moeder. Mijn moeder die er ook niet bij kan zijn, maar zij is er nog, ik moest haar van de winter wegbrengen naar het ziekenhuis hiertegenover, maar mocht haar weer ophalen, gelukkig, de definitieve institutionalisering uitgesteld, maar ze is niet hier omdat zij twee maanden geleden ongelukkig ten val kwam en nu geduwd moet worden, maar had ik dat er niet voor over kunnen hebben om haar een plezier te doen?, maar het is 5 kilometer, dat trek ik niet, dat duw ik niet, maar had ik die rolstoeltaxi niet kunnen bestellen die wel wat duurder is dan een gewone taxi?, dan had ik haar een plezierige middag kunnen bezorgen; hier is ook iemand met een rolstoel, maar ik wist niet dat er muziek was, en houdt ze eigenlijk wel van dit soort muziek? Kunnen ze trouwens geen vrolijker moppie spelen?

En dan loopt er een spichtig jongetje, jaar of zes, groen shirt en oranje petje, te dansen over het podium, door niemand weggejaagd, in allegro terwijl de muziek andante is. Hij danst, danst, danst, de muziek ten spijt, in een eigen ritme, in een eigen vrolijkheid. Ik blijf maar denken aan wie hier niet bij is, Tjeerd, die de kliniek verliet voor eigen woonruimte, en nu nauwelijks te bewegen is, zijn televisiestoel te verlaten; en ik ben hier wel, met welk recht, door welke verdienste? Jongemensen zie ik twitteren over hun hierzijn; ik heb niets bij me om te schrijven, digitaal noch analoog, en zal alles tot thuis moeten onthouden.

FHM
8 juli 2010
Er geweest: zondagmiddag 27 juni 2010. Foto; een week later



45. RGL EN BULLEN-LATIJN: RECTOR MAGNIFICUS HAALT DE KRANT

 

Universiteit Leiden: eens bereikbaar per tram??
(Archieffoto De digitale reiziger 2005)

Ik heb een poosje rondgelopen op de universiteit, maar ik heb eigenlijk helemaal geen benul, wat een rector magnificus zoal doet. Ik denk: ongeveer hetzelfde als koningin Beatrix, namelijk de baas zijn zonder erg veel invloed te kunnen uitoefenen. Het is vooral een ceremoniële functie.

Rector magnificus word je niet door een eminent geleerde te zijn, ook niet door een daadkrachtig bestuurder te wezen, maar eerder door het hebben van veel relaties en vrienden; ook internationaal.

De rector magnificus van de Universiteit Utrecht heb ik één keer gezien in al die jaren. Dat was bij de opening van een tentoonstelling in het Universiteitsmuseum, waaraan ik als student een bescheiden bijdrage had geleverd. Die rector was een innemende persoonlijkheid, daar was iedereen het wel over eens. Tjonge, jonge, wat nam die man in! En hij bleef maar innemen.

Die van Leiden, de op één na de beste universiteit van Nederland, heet Paul van der Heijden. De afgelopen weken heeft hij meerdere malen de krant gehaald, iets wat rectoren magnifici niet zo vaak lukt, want hun ster verbleekt buiten de campus ogenblikkelijk.

Van der Heijden is voorstander van de RijnGouweLijn (RGL), de beoogde tramverbinding die tussen zijn beginpunt Gouda, en zijn eindpunt, de zee, ook het terrein van de Universiteit Leiden meeneemt op zijn route. Ik had gezworen, nooit meer over dat ding te schrijven. Hier staat mijn laatste stukje erover. En hier heb je het desbetreffende lemma in de Wikipedia, dat door een anonieme Nederlander keurig wordt bijgewerkt op de actualiteit; de rector staat er ook al in vermeld.

Nu kent de RGL meer voorstanders: de baas van het Regionaal Opleidings Centrum, de baas van de winkeliersvereniging, de baas van de Kamer van Koehandel, kortom: heel veel mensen die nooit met het OV reizen, en ook niet gekozen zijn om hun kennis van zaken op dat terrein. De grootste voorstander van de RGL is verkeersgedeputeerde Ahasverus van Dijk van de provincie Zuid-Holland, die beter zou moeten weten; de grootste tegenstander het gemeentebestuur van Leiden.

Rector Van der Heijden blijft de gemeente laken, om niet te zeggen: gispen om die tram, die hij zo belangrijk acht voor de ontwikkeling en uitstraling van de universiteit. Dat begrijp ik echt niet; als Utrecht-man heb ik toch vaak wat moeite met de Leidse logica. Ik bedoel: zou je nou echt minder goed kunnen leren aan een universiteit als je er met een bus komt, in plaats van met een tram? Die van Utrecht bereik je met een hossend en slingerend kermisvoertuig genaamd: dubbelgelede bus, zonder dat het ook maar de minste invloed heeft op de positie van de UU op internationale ranglijsten. Leiden is verder een kleine, compacte stad; met een paar extra fietsenrekken kun je een hoop vervoer opvangen.

Maar na wat doorvragen door journalisten kwam de aap uit de mouw. De universiteit heeft subsidie verkregen voor allerlei bouwprojecten, met de voorbarige belofte dat die gebouwen bereikbaar zouden zijn per tram. De rector dreigt nu, de gemeente voor de rechter te slepen als men zijn verzet tegen de RGL niet opgeeft.

Laatst stond Van der Heijden alweer in de krant. Maar nu ging het om een meer academische kwestie. De Universiteit Leiden had besloten, de bullen van afgestudeerden voortaan alleen nog maar in het Nederlands en Engels op te stellen, en niet meer in het Latijn. Een gevoelige zaak, waartegen meteen een actiegroep werd opgericht.

De rector mompelde iets over Engels, dat de rol van Latijn als internationale geleerdentaal heeft overgenomen. Maar ook hier kwam een aap uit de mouw. De Leidse universiteit heeft een nieuw computerprogramma in gebruik genomen, dat wel Nederlands en Engels, maar geen Latijn kan produceren.

Wat een brevet van onvermogen voor die vermaarde universiteit, waar voor het eerst helium vloeibaar werd gemaakt, en waar het eerste cardiogram werd opgenomen! Dat snap ik niet; dat slaat een mens met stomheid (en als een tang op een varken). Daar weet ik niks meer op te zeggen, en daar is geen woord Latijn bij.

FHM (Magister in Artibus)
2 juli 2010

© Frans Mensonides, Leiden, 2010


<< naar thuispagina Frans Mensonides